Er zijn grofweg twee soorten meetinstrumenten, met software en zonder. Het voordeel van de meetinstrumenten met software is dat men na de keuringen ook de rapporten, lijsten en dergelijke uit kan printen. Maar, de gegevens van de apparaten moet men wel in de software of via het meetinstrument invoeren.
Enkele veelvoorkomende voorbeelden van meetinstrumenten zijn thermometers, weegschalen, linialen, meetlinten, klokken, timers, voltmeters, ampèremeters, oscilloscopen en nog veel meer . Meetinstrumenten kunnen analoog of digitaal zijn, afhankelijk van het type display dat ze hebben.
Een meetinstrument geeft een indicatie over de kwaliteit van de zorg. De term meetinstrument is de verzamelnaam voor kwaliteitsindicatoren en gevalideerde vragenlijsten*. Een meetinstrument brengt op een systematische en reproduceerbare wijze zorgresultaten transparant in beeld.
Meteorologen over de hele wereld zijn dagelijks bezig met het verzamelen en analyseren van gegevens over het weer. Ze maken hierbij gebruik van verschillende meetinstrumenten, zoals barometers, windmeters, regenmeters, thermometers, radar, satellieten, weerballonnen en weerboeien.
Er zijn veel instrumenten die worden gebruikt om weersgegevens te verzamelen, maar enkele van de belangrijkste zijn thermometers, barometers, regenmeters, windvanen, anemometers en hygrometers . Ze meten respectievelijk temperatuur, luchtdruk, regenval, windrichting, windsnelheid en vochtigheid.
Vragenlijsten, registratieformulieren, schalen, beoordelingslijsten, protocollen: in onderzoek zijn dit allemaal meetinstrumenten. Ze zijn bedoeld om de realiteit op de een of andere manier om te zetten in iets meer formeels, een concept, een code, een cijfer, een reeks getallen, verbanden, al of niet gekwantificeerd.
Deze lijst vindt toepassing bij het bepalen in hoeverre iemand zorg nodig heeft. Er zijn verschillende versies van de lijst: een beknopte die loopt van 0 tot 20 punten en een iets uitgebreidere waarbij de score op een schaal van 0 tot 100 loopt.
Het meetinstrument Positieve Gezondheid is een recent ontwikkelde wetenschappelijk meetset op basis van het gespreksinstrument Mijn Positieve Gezondheid. Het bestaat uit 17 van de 44 vragen van het Mijn Positieve Gezondheid gespreksinstrument.
De meetinstrumenten die we het vaakst gebruiken, soms zelfs onbewust, zijn linialen, rolmaten, weegschalen, thermometers, maar ook kilometertellers en snelheidsmeters in onze voertuigen.
De eenheden voor het meten van tijd zijn seconden, minuten en uren. Instrumenten voor het meten van tijd zijn de opwindklok, slingerklok, elektrische klok en stopwatch .
Diagnostische instrumenten zijn gericht op het stellen van een diagnose. Met deze instrumenten kan een ziekte of probleem worden vastgesteld. Een voorbeeld van zo'n instrument is de ADIS-C, de 'Anxiety Disorders Interview Schedule for DSM-IV' (Siebelink en Treffers 2001).
Om iets te meten leg je het begin van dat wat je wil meten bij de 0 van het meetinstrument. Vervolgens kijk je bij welk getal het voorwerp eindigt. In dit geval is de lat 7 cm. Vervolgens kunnen de leerlingen de latjes op het bord opmeten door de rolmaat er naast te slepen en het aantal centimeters af te lezen.
Als een instrument gevalideerd is, betekent dit dat er onderzoek is gedaan naar de validiteit en de betrouwbaarheid: het instrument meet daadwerkelijk wat het moet meten, ook als het gebruikt wordt in verschillende situaties door verschillende personen.
0-9 punten: ernstig cognitief gestoord. 10-20 punten: matig cognitief gestoord. 21-24 punten: licht cognitief gestoord. 25-30 punten: normaal.
De NRS is een numerieke zelfrapportageschaal die loopt van 0 tot 10 en waarbij de volgende rapportage wordt gebruikt:geen pijn: 0-2. lichte pijn: 2-4. hinderlijke pijn: 4-6.
Volgens Paul bestaan er verschillende typen vragenlijsten: 1) Gestructureerde vragenlijst. 2) Ongestructureerde vragenlijst. 3) Open vragenlijst. 4) Gesloten vragenlijst.
De Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD) is een beoordelingsschaal voor depressie bij een matige tot ernstige dementie. De schalen worden gescoord door een hulpverlener met informatie die verkregen is door een interview met de patiënt en een observant (verpleegkundige of partner/familielid).
De NPI is een vragenlijst om de frequentie en de ernst van gedragsproblemen te evalueren. De maximum score is 144. Hoe hoger de score, hoe belangrijker de gedragsproblemen.
MoCA. De Montreal Cognitive Assessment is een beknopt screeningsinstrument voor het meten van cognitieve achteruitgang. en bevat de volgende 8 cognitieve domeinen: executieve functies, visuospatiële vaardigheden, aandacht, concentratie en werktempo, taal, korte termijn geheugen en oriëntatie.
Wat is de kloktest? Tijdens de kloktest krijgt iemand de opdracht om een klok te tekenen met een specifiek tijdstip (bijvoorbeeld 10 over 11). Het tekenen van een klok met de cijfers en wijzers op de juiste plek vereist dat verschillende hersengebieden samenwerken.