De aanwijzende genitief dier wordt al helemaal niet meer gebruikt, en eventueel door diens vervangen.” Diens is voor veel mensen nu inderdaad een neutraal woord, dat daardoor ook als genderneutraal verwijswoord voorkomt naast die, zoals in 'Raven van Dorst was te gast en die vertelde over diens nieuwe programma'.
Wiens wordt gebruikt om terug te verwijzen naar een mannelijke persoon enkelvoud, wier om terug te verwijzen naar een vrouwelijke persoon enkelvoud en naar een meervoud. De man wiens fiets werd gestolen. De vrouw wier fiets werd gestolen. De kinderen wier fiets werd gestolen.
Diens betekent van oudsher 'van hem, van die man'. Het is een vrij formeel woord. Het gewone woord om naar een mannelijke persoon te verwijzen, is zijn.
Wiens wordt gebruikt als het antecedent een mannelijk persoon enkelvoud is: de man wiens vader, de onderwijzer wiens lessen, de koning wiens dochter enzovoort. Wiens en wier worden vooral gebruikt in formele geschreven taal.
Wiens fungeert tegenwoordig als neutraal verwijswoord. Wier is een verouderd woord. In 'de buurvrouw wier auto is gestolen' is wier van oudsher juist, omdat dat de vorm is waarmee je naar een vrouw moest verwijzen. Wiens was juist in 'de buurman wiens auto is gestolen': wiens verwijst namelijk naar mannen.
We gebruiken whose om een relatieve bijzin te introduceren die het bezit van mensen, dieren en dingen aangeeft : John werkt met die andere kerel wiens naam ik me niet kan herinneren. Shirley heeft een 17-jarige dochter die graag fotograaf wil worden. Dit is het boek waarvan ik de titel niet kon herinneren.
Wiens behoort tot het formele taalgebruik. Het is vlotter en gewoner om van wie te gebruiken. Dat is onder meer het geval in zinnen waarin wiens / van wie een betrekkelijke bijzin inleidt.
Zeker in spreektaal is dat gebruik heel gewoon. Ook in Nederland wordt gaan weleens gebruikt in combinatie met die werkwoorden, maar voor veel taalgebruikers is dat niet acceptabel. Standaardtaal in het hele taalgebied is zullen of de tegenwoordige tijd.
Ja, 'uittesten' is een juist woord.
Wat is juist: ookal of ook al? Ook al is juist, bijvoorbeeld in: 'Ook al ben ik nog zo moe, ik dek 's avonds altijd alvast de ontbijttafel. ' Ook al vormt weliswaar een vast geheel, maar wordt los geschreven.
Spreek je over iemand die je niet kent? Dan kan je die/hen/hun of die/die/diens gebruiken. Een non-binair persoon is geen man of vrouw. Daarom voelt die/hen/hun vaak beter voor hen.
Het woord doch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Gebruik die/die/diens als je de voorkeur of het gender van de persoon in kwestie niet kent, en niet in de mogelijkheid bent om het te vragen.
Diens betekent van oudsher 'van hem, van die man'. Het is een wat formeel woord. Om naar een mannelijke persoon te verwijzen is zijn het gewone woord.
Het woord wier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
In Nederland wordt in het vrouwelijk enkelvoud en het meervoud ook weleens wie d'r gebruikt; ook dat is informeel: Dat is de vrouw wie d'r fiets werd gestolen; Dat zijn de kinderen wie d'r ouders een benzinestation hebben.
De taal die algemeen geaccepteerd is noemen we het Standaardnederlands - vroeger heette dat ABN, 'Algemeen Beschaafd Nederlands'. Regelmatig vliegen we elkaar in de haren als we het hebben over de vraag wanneer iets wel of niet nou 'goed' Nederlands is. Voor een deel kunnen we kijken naar de officiële spellingswet.
Het is allebei goed.Alle recente woordenboeken en spellinglijsten vermelden printen én uitprinten. Uitprinten voelt voor sommige mensen als een fout: als een verhaspeling (contaminatie) van printen en uitdraaien.
Nodig zijn is in de standaardtaal alleen correct zonder lijdend voorwerp in de zin ('Er is iets nodig'). Je kunt dus wel zeggen: 'Nieuwe kleren zijn hard nodig! ', 'Er is een schroevendraaier nodig' en 'Wat is voor jou nu nodig? ' Zodra er een lijdend voorwerp in de zin staat, is alleen nodig hebben juist.
Het woord zouden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Kunnen, mogen and zullen have a change of vowel in the singular form: ik kan, ik mag, ik zal. The third person singular does not have a -t at the end of the verb: hij wil, hij mag. The second person singular of kunnen, willen and zullen has two alternative forms, for example je kan, je kunt.
Which en that, de betrekkelijke voornaamwoorden die worden gebruikt voor dieren en objecten, hebben geen bezittelijke vorm, dus whose kan ook voor hun bezittelijke vormen worden gebruikt, zoals in "de film, waarvan ik de naam niet kan herinneren". Whose is in alle gevallen geschikt voor levenloze objecten, behalve wanneer het aan het begin van een vraag kan voorkomen : while " ...
Daarnaast wordt zo'n in de standaardtaal gebruikt in de betekenis 'ongeveer'. Zulk een is een verouderde vorm. Het is aan te bevelen om zo'n te gebruiken in plaats van zulk een.
Veel mensen denken dat in formelere teksten zoals brieven en zakelijke e-mails alleen wij gebruikt mag worden, maar dat is niet terecht. Als het onderwerp van de zin geen nadruk krijgt, is het onnatuurlijk om wij te gebruiken: 'Wij hebben uw brief ontvangen' klinkt minder natuurlijk dan 'We hebben uw brief ontvangen. '