Allereerst wordt er een d-dimeer waarde bepaald. Met deze waarde meten we de hoeveelheid afbraakproducten van de stolling in uw bloed. Als deze verhoogd zijn bestaat er een kans op een longembolie. Om de longembolie vast te stellen is er een CT-scan nodig van de longen.
Het stellen van de diagnose
Welke onderzoeken kunnen nodig zijn voor een diagnose? Het bepalen van de D-dimeerwaarde in uw bloed. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als de waarde verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans dat u een longembolie heeft.
Voor de meeste D-dimeertests wordt een afkapwaarde gehanteerd van < 0,5 mg/l onder de voorwaarde dat deze klinisch is gevalideerd voor het veilig uitsluiten van een diepe veneuze trombose (DVT) of longembolie.
Onderzoek longembolie
Allereerst heeft u een gesprek met de arts, die u ook lichamelijk zal onderzoeken: Het bepalen van de D-dimeerwaarde in uw bloed. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als de waarde verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans dat u een longembolie heeft.
Hier is het risico op een afsluiting door een embolie het grootst. Als gevolg van de afsluiting vermindert de doorbloeding achter de afsluiting. Het bloed wordt hierdoor in de long minder goed van zuurstof voorzien. Dit resulteert in een lager zuurstofgehalte (saturatie) van het bloed.
hebben aangetoond dat een pulsoximetrie-afkappunt van 94,5% zuurstofverzadiging in de kamerlucht op zeeniveau patiënten met longembolie effectief kan onderscheiden in groepen met een hoog risico (< 95% verzadiging) en een laag risico (≥ 95% verzadiging) (10).
Veelvoorkomende symptomen die horen bij een longembolie zijn een benauwd gevoel, pijn op de borst tijdens het ademhalen, een verhoogde hartslag en bloed ophoesten.
Bloedonderzoeken
Een D-dimeertest meet een stof in het bloed die vrijkomt wanneer een bloedstolsel afbreekt. Hoge niveaus van de stof kunnen betekenen dat er een stolsel aanwezig is. Als uw test normaal is en u weinig risicofactoren hebt, is PE niet waarschijnlijk . Andere bloedtesten controleren op erfelijke aandoeningen die bloedstolsels veroorzaken.
Klachten. Verschijnselen van een longembolie kunnen onder andere zijn: Benauwdheid. Pijn op borst, al dan niet vastzittend aan de ademhaling.
Bij het vermoeden van een longembolie, wordt er meestal een CT-scan van de bloedvaten van de longen gemaakt. Hierbij wordt contrastvloeistof met jodium gebruikt.
De constructie van de ROC-curve stelde ons in staat om het beste cut-off punt te bepalen. D-dimeerwaarden boven de 2.152 ng/mL verhoogden de waarschijnlijkheid van een PE-diagnose significant [area under curve (AUC) van 0,69; 95% BI, 0,64–0,74; P<0,05] (Figuur 2).
De INR-waarde is de snelheid waarmee uw bloed stolt: Bij een hoge INR-waarde duurt het lang voordat uw bloed stolt. U hebt dan meer kans op een bloeding. Bij een lage INR-waarde stolt uw bloed snel en hebt u kans op trombose.
Om een DVT uit te sluiten, wordt de grenswaarde 500 ng/mL gebruikt. Om een LE uit te sluiten, is de afkapwaarde ook 500 ng/mL, maar die wordt aangepast aan de leeftijd. Voor patiënten ouder dan 50 jaar wordt deze formule gebruik: leeftijd x 10 ng/mL.
Andere symptomen van een longembolie zijn bloed ophoesten en koorts.
De pathogenese van PE-gerelateerde koorts is nog niet volledig opgehelderd. Er is gesuggereerd dat 1 of een combinatie van een verscheidenheid aan potentiële pyrogene mechanismen optreedt: infarct en weefselnecrose, bloeding, lokale vasculaire irritatie of ontsteking, atelectase of zelfbeperkende occulte superinfecties .
Om dit te onderzoeken, krijgt u dan een CT-scan. Op een hartfilmpje (ECG) is te zien of uw hart snel klopt, en of de rechterhelft van uw hart eventueel harder moet pompen dan de linkerhelft. Dit kunnen teke- nen zijn van een longembolie.
Symptomen. Een longembolie geeft niet altijd klachten. Dat komt doordat de longslagaders veel vertakkingen hebben. Of de patiënt (veel) klachten heeft, hangt af van de grootte, het aantal bloedpropjes en de plaats waar ze zitten.
Bij een longembolie zit een bloedvat naar je longen verstopt. Hierdoor komt er minder zuurstof in je bloed en krijg je het benauwd. Dat kan een angstig gevoel geven. De longslagader loopt van je hart naar je longen.
De klachten van een longembolie kunnen veel lijken op de klachten die passen bij een hartinfarct of een longontsteking. De volgende klachten kunnen optreden bij een longembolie: Plotselinge kortademigheid. Snel en oppervlakkig ademhalen.
Allereerst wordt er een d-dimeer waarde bepaald. Met deze waarde meten we de hoeveelheid afbraakproducten van de stolling in uw bloed. Als deze verhoogd zijn bestaat er een kans op een longembolie. Om de longembolie vast te stellen is er een CT-scan nodig van de longen.
Een van de grootste uitdagingen bij het diagnosticeren van een PE is dat de symptomen, zoals pijn op de borst, kortademigheid en duizeligheid, veel voorkomen bij verschillende andere cardiovasculaire aandoeningen. Ook kunnen standaardonderzoeken zoals een ECG of röntgenfoto van de borstkas niet onthullen of er een bloedstolsel in de longen aanwezig is .
Conclusie: De ontwikkeling van veneuze trombo-embolie (VTE) in de context van DIM is nog niet eerder gerapporteerd . Patiënten die DIM gebruiken, lopen mogelijk een groter risico op VTE, mogelijk door de effecten van DIM op oestrogeen. In de setting van VTE moeten clinici patiënten ondervragen over het gebruik van kruidensupplementen.
Bij vernauwde bloedvaten van de benen vermindert de doorbloeding van de benen. Dit kan lijden tot pijn en verdere complicaties. De klachten van patiënten met vernauwde bloedvaten worden vaak aangeduid als “etalagebenen”, of met een moeilijk woord “claudicatio intermittens”.
Een beklemmend gevoel op de borst, piepende ademhaling of pijn bij het ademhalen komen ook voor. Je benauwd voelen is erg naar en kan eng zijn. Voor sommige mensen voelt het als (bijna) stikken. Als je iets wilt doen terwijl je benauwd bent, is dat vaak lastiger.