Naast regelmatige werkwoorden zijn er ook onregelmatige werkwoorden in de simple past tijd. Terwijl de regelmatige werkwoorden in de Simple Past gevormd worden met de uitgang -ed, moeten de onregelmatige werkwoorden van de Engelse verleden tijd Simple Past uit het hoofd geleerd worden.
Je vormt de Past Simple door de stam van een werkwoord te pakken en daar –ed aan vast te plakken. De Past Simple van 'to work' is dus de stam (work) met –ed erachter 𡪠worked. Er zijn alleen wel een paar uitzonderingen: Als de stam eindigt op –e, komt er alleen een –d achter (to live 𡪠lived)
Om de past simple bij reguliere werkwoorden te vervoegen, wordt de stam van het werkwoord gebruikt met de toevoeging van -ed als uitgang. Bij woorden die eindigen op -e komt er enkel een -d achter. Voorbeeld: I went to the store yesterday.
De basisregel voor het schrijven van de past simple is: schrijf -ed achter de stam. - to talk: I talked to Jim this morning. - to watch: We watched the match yesterday. - to play: She played with her brother.
De regelmatige werkwoorden, in het Engels ook wel regular verbs genoemd, zijn de werkwoorden die volgens de gebruikelijke regel vervoegd worden. Hierbij pak je de stam van het werkwoord en voeg je er “-ed” of “-d” aan toe.
Werkwoorden zijn regelmatig als ze in de verleden tijd dezelfde stam hebben als in de tegenwoordige tijd. De stam is de vorm die we horen als we de infinitief uitspreken en daarbij de uitgang -en (soms -n) weglaten.
Met regelmatige werkwoorden vormen we de simple past en past partile vormen door "-ed" aan het einde van het woord toe te voegen (of "-d" als het werkwoord al eindigt op "e") . Regelmatige werkwoorden kunnen soms hun spelling op andere manieren veranderen (bijv. "try" wordt "tried"). Voorbeelden van regelmatige werkwoorden Ik ga de keuken schoonmaken.
Zwakke (of regelmatige) werkwoorden krijgen in de verleden tijd -te of -de achter de stam en het voltooid deelwoord eindigt op -t of -d: stoppen - stopte - gestopt; steunen - steunde - gesteund.
De past simple van regelmatige werkwoorden wordt meestal gevormd door "-ed" toe te voegen aan het einde van de infinitief (bijv. "talk" wordt "talked"). Onregelmatige werkwoorden volgen geen specifiek patroon: sommige nemen dezelfde vorm aan als de infinitief (bijv. "put"), terwijl andere volledig veranderen (bijv. "go" wordt "went") .
Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden die niet van vorm veranderen op de reguliere of gebruikelijke manier. Dat wil zeggen dat de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden niet wordt gevormd door -d of -ed toe te voegen. Bijvoorbeeld, de verleden tijd van het werkwoord eat is niet eated; it is ate. De verleden tijd van fall is niet falled; it is fell.
regular is regelmatig (vervoeg je dus gewoon zoals de meeste anderen woorden, stam +t, +s, +d....) en irregular is onregelmatig (die woorden houden zich dus niet aan de regels en dus moet je een apart rijtje leren (zoals het werkwoord 'to be', in het hele rijtje is het geen 1x 'be', maar am, are, is...)
Naast de sterke en zwakke werkwoorden zijn er nog de onregelmatige werkwoorden hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen. Deze werkwoorden hebben (deels) afwijkende vormen in de tegenwoordige tijd (zoals kan, is en heeft) en ook de verleden tijd is veelal onvoorspelbaar (zoals wou, was en mocht).
to go. He went to a club last night. Did he go to the cinema last night? He didn't go to bed early last night.
was is voor I , he , she , it en were bij they , we , you het betekent hetzelfde dus bv I was yesterday sick , ik was gisteren ziek. we were yesterday sick, wij waren gisteren ziek.
Je gebruikt deze vorm als je het hebt over feiten, gewoonten of regelmatigheden. Om de Present Simple te vormen, gebruik je altijd het hele werkwoord (bijvoorbeeld 'walk' of 'visit'), maar bij de 3e persoon enkelvoud (he/she/it) voeg je daar nog een –s aan toe! En nu jij!
Voor de negatieve vorm van de past simple gebruik je dus did+infinitief.
Een onregelmatig werkwoord heeft in de vervoegingen of in een andere tijd een klinkerwisseling.Bij regelmatige werkwoorden gebruik je de normale uitgangen.
De basisregel voor het schrijven van de past simple is: schrijf -ed achter de stam. - to talk: I talked to Jim this morning. - to watch: We watched the match yesterday. - to play: She played with her brother.
In het Frans zijn er regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Voor de regelmatige werkwoorden zijn er standaard uitgangen, voor de onregelmatige werkwoorden moet je de uitgangen per werkwoord uit je hoofd leren.
Regelmatige werkwoorden (regular verbs) zijn werkwoorden die volgens de standaard manier worden vervoegd. In de verleden tijd komt er dan –ed achter het werkwoord, zoals de werkwoorden work (worked) en play (played) .
Werkwoorden met een sterke vervoeging die archaïsch, verouderd of zeer formeel overkomt: lachen, dunken. De zwakke vorm zegde en de onregelmatige vorm zeide van zeggen behoren tot deze categorie.
In het Engels eindigen alle regelmatige werkwoorden op 'ed.' Sommige werkwoorden veranderen van spelling, maar andere niet. Volg deze regels: Als het basiswerkwoord eindigt op de klank /t/ of /d/ = /id/
Bij de verleden tijd van regelmatige werkwoorden wordt de uitgang –de, -den, -te of –ten gebruikt. Of je een uitgang met een –d of –t gebruikt hangt af van de laatste letter van het woord en of deze in het kofschip zit.
Regelmatige werkwoorden volgen standaard vervoegingsregels. Voor de meeste regelmatige werkwoorden worden zowel hun simple past als voltooid deelwoord (d.w.z. de vorm die wordt gebruikt in voltooide tijden en passieve constructies) gevormd door " -ed " aan het einde van het werkwoord toe te voegen. Voorbeelden: Regelmatige werkwoorden Paula started to cook.