Wintertijd is onze natuurlijke tijd Nou, om met de zomertijd kosten te besparen op elektriciteit. De wintertijd is dus de 'echte' tijd en de zomertijd is bedacht. Wanneer de klok in het najaar een uur wordt teruggezet komen we weer in ons 'normale' ritme.
De wintertijd is de originele tijd, maar in 1977 voerden we de zomertijd in. De gedachte was: als het 's avonds langer licht is, hoeven we minder lampen aan te zetten. Én mensen kunnen langer van hun vrije tijd in het daglicht genieten.
Veel processen in ons lichaam volgen een dagelijks ritme van 24 uur, zoals bijvoorbeeld het slaap-waakritme. Het mechanisme wat verantwoordelijk is voor dit ritme wordt de biologische klok of circadiane klok genoemd.
Eigentijd is een begrip uit de relativiteitstheorie, waar absolute tijd niet bestaat: eigentijd is de tijd die op een bepaalde wereldlijn verloopt, bijvoorbeeld het ouder worden van een persoon, de reistijd volgens een meegenomen klok en de mate van radioactief verval.
Alleen om 12 uur 'echte zonnetijd' ('ware zonnetijd') staat de zon om 12 uur op zijn hoogste punt. De aarde draait om de zon heen. Daarom is de zonnetijd verschillend voor elke plek op de lengte-gradenboog (0-180° wester-/oosterlengte).
Gemiddeld zorgt een verschil van één uur tussen de zonnetijd en de kloktijd (de breedte van een tijdzone) ervoor dat de timing van routinematige activiteiten met 9 tot 26 minuten verschuift.
De zonnetijd is de plaatselijke tijd gemeten met een zonnewijzer. Twaalf uur 's middags wordt gedefinieerd als het moment waarop de zon de plaatselijke meridiaan passeert. De zon staat dan in het zuiden (of noorden). De tijd tussen twee opeenvolgende passages is een zonnedag.
IJZERTIJD (800 TOT 12 VOOR CHRISTUS)
De IJzertijd is de periode waarin mensen overgingen op het gebruik van ijzer bij het vervaardigen van gereedschap, wapens, et cetera. Omdat de invoering van het gebruik van ijzer per gebied verschilt, is het onmogelijk om precies te zeggen wanneer de IJzertijd begint.
De bronstijd volgt na de steentijd, en is de eerste periode met een metaal: het brons. Na de bronstijd komt de ijzertijd. Het leven van de bronstijdboeren is vergelijkbaar met de nieuwe steentijd, maar het brons zorgt voor veranderingen in de samenleving.
De aarde is verdeeld in 24 uurgordels. Volgens deze verdeling ligt België in de uurgordel van Greenwich. Onze tijd is dus de tijd van Greenwich, de Universele tijd (UT) of wereldtijd, nu gestandaardiseerd tot gecoördineerde wereldtijd (UTC). Men gebruikt hiervoor soms nog de oude benaming GMT (Greenwich Mean Time).
Mensen, maar ook dieren, hebben een zogenaamde biologische klok. Dit is een interne klok die aangeeft wanneer we willen slapen, wakker worden of eten. Deze klok wordt aangestuurd door de hypothalamus, het regelcentrum in de hersenen dat achter de ogen zit.
Het is gunstig voor de volksgezondheid als we in Nederland het hele jaar door de standaardtijd (wintertijd) instellen. In deze tijdinstelling komt de zon vroeger op, en dit sluit beter aan bij het bioritme van de mens. Dit blijkt uit een internationaal literatuuronderzoek van het RIVM.
Wintertijd is eigenlijk onze normale tijd. In de jaren 70 is het concept zomertijd ingevoerd. Dit gebeurde vanuit economische redenen. Er zou in de zomertijd (die op de laatste zondag van maart weer ingaat) zo minder gebruik worden gemaakt van elektriciteit, wat kosten zou besparen.
De biologische klok in ons lichaam geeft ons eigen ritme aan. Daarom worden we 's avonds moe en 's ochtends wakker en alert. Door de kalenderklok aan te passen, voelt het alsof de biologische klok in ons lichaam niet meer synchroon loopt.
Sir Sanford Fleming , die als ingenieur bij de Canadese spoorwegen werkte, kende dit probleem uit de eerste hand toen hij in 1876 een trein miste. Deze ervaring bracht hem op het idee voor een standaardtijd, met variaties per uur afhankelijk van de verschillende zones over de hele wereld.
Vandaag hebben bijna alle Europese landen een systeem van zomer- en wintertijd, met uitzondering van Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, IJsland, Rusland, Turkije en Wit-Rusland.
De ijzertijd werd in het Middellandse Zeegebied gevolgd door de klassieke oudheid, die duurde van ongeveer de 8e eeuw v.Chr. tot de 6e eeuw n.Chr.
Oude steentijd of paleolithicum
In deze periode leefden de mensen als jager-verzamelaars. Hierbij maakten ze gebruik van ongeslepen stenen gereedschap, zoals vuistbijlen. Tijdens dit tijdvak vond er relatief weinig technische ontwikkeling plaats.
De kopertijd, kopersteentijd, chalcolithicum of eneolithicum is een archeologische cultuurperiode waarin de mens leerde het metaal koper te bewerken en er gereedschappen van te maken en daarnaast stenen werktuigen bleef gebruiken (Grieks: khalkós, koper en líthos, steen).
Rond 1200 v.Chr. werd ijzer veel gebruikt in het Midden-Oosten, maar het verdrong het dominante gebruik van brons nog een tijdje niet. Brons werd eerder gebruikt om gereedschap te maken omdat het smeltpunt lager is dan dat van ijzer . De ijzertijd begon met de ontwikkeling van smelttechnieken met hogere temperaturen.
Ze leefden vooral van het eigen vee en de gewassen die ze op de akkers verbouwden, aangevuld met eten uit de natuur als wild, vis, noten, bessen en wortels en bladeren van wilde planten. Kippen hadden ze nog niet, die werden pas door de Romeinen meegenomen.
In Nederland is dat in de wintertijd ruwweg tussen 12:25 en 12:45, afhankelijk van de plek waar je bent en de tijd van het jaar. De zomertijd maakt het verschil tussen de zonnetijd en de tijd op de klok alleen maar groter. In de zomertijd staat de Zon in Nederland pas tussen 13:25 en 13:45 uur op z'n hoogste punt.
De maan draait in 27 dagen en 7 uur om de aarde, en in ongeveer dezelfde periode om haar eigen as. Daardoor keert zij altijd dezelfde kant naar de aarde. Dit heet een gekoppelde rotatie.
Natuurkundig gezien wordt de tijd overal ter wereld bepaald door atoomklokken. Die maken gebruik van de resonantiefrequentie van atomen, die per type atoom altijd dezelfde is. Door een elektromagnetisch veld te creëren dat meetrilt met de frequentie van de atomen, kunnen klokken de tijd met uiterste precisie meten.