Vanaf schooljaar 1992/'93 tot en met schooljaar 1997/'98 heette het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (ivbo). De theoretische leerweg is te beschouwen als de opvolger van de mavo en geeft toegang tot de middenkaderopleiding, niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
Het Voorbereidend Secundair Beroepsonderwijs (VSBO) is in de plaats gekomen van het beroepsvoorbereidend onderwijs (BVO) en de MAVO.
Het laagste niveau van het voortgezet onderwijs is het praktijkonderwijs. Dit onderwijs is speciaal voor jongeren die het moeilijk vinden om een diploma te behalen in het 'reguliere' voortgezet onderwijs. Het halen van een diploma op vmbo niveau is voor veel praktijkonderwijs leerlingen te hoog gegrepen.
Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) duurt 4 jaar en heeft 4 leerwegen. Die verschillen van elkaar in niveau en hoeveelheid beroepsgericht en theoretisch onderwijs. Het vmbo maakt leerlingen klaar voor een opleiding in het mbo. Soms stromen leerlingen na het vmbo door naar de havo.
Het voortgezet onderwijs kent vier niveaus: vmbo, havo, vwo en praktijkonderwijs. Leerlingen worden in het voortgezet onderwijs voorbereid op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger beroepsonderwijs (hbo) of het wetenschappelijk onderwijs (wo).
Wanneer je van havo naar mbo gaat, kan je elk niveau van mbo opleiding volgen. De enige vereiste om een mbo niveau 4 opleiding in te stromen, is dus dat je de onderbouw van de havo hebt afgerond. Als het dus moeizaam gaat in de bovenbouw, is een stap naar mbo niveau 4 dus goed om te overwegen.
Je kunt al starten met een mbo-opleiding als je een overgangsbewijs van havo 3 naar havo 4 hebt. En je houdt zicht op een hbo-diploma: als je je mbo-diploma hebt gehaald, kun je doorstromen naar het hbo.
Een havo-opgeleide heeft in vergelijking met een gediplomeerde mbo'er in de regel inhoudelijk breder onderwijs genoten. Het taal- en wiskundeleerplan ligt op een hoger niveau dan dat van het mbo. De landelijke kwaliteitseisen (eindtermen) van het havo zijn bovendien geborgd in een Centraal Examen.
Het belangrijkste verschil tussen basis- en kaderberoepsgericht is het niveau waarop de lesstof wordt aangeboden. Met de basisberoepsgerichte leerweg kun je naar niveau 2 van het mbo. De kaderberoepsgerichte leerweg geeft je toegang tot niveau 3 of 4 van het mbo.
In het kort: Met een vwo-advies kan je zowel naar het atheneum als het gymnasium. Het niveau is op het atheneum en gymnasium gelijk. Het enige verschil is dat je op het gymnasium ook de vakken Latijn, Grieks en klassieke culturele vorming krijgt. Ook krijg je een gelijke diploma als je na klas 6 geslaagd bent.
Er wordt binnen het hoogst behaalde onderwijsniveau een onderscheid gemaakt naar vijf categorieën, namelijk de categorie basisonderwijs, de categorie vmbo, havo-, vwo-onderbouw en mbo1, de categorie havo, vwo en mbo2-4, de categorie hbo- en wo-bachelor en de categorie hbo- en wo-master of doctor.
Laag: Dit omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1). Middelbaar: Dit omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo-2), de vakopleiding (mbo-3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4).
De havo is vijfjarig, maar kent dezelfde profielen als het vwo, met vaste, profielgerelateerde en vrij te kiezen vakken. De profielen bereiden vooral voor op het hoger beroepsonderwijs. Het vmbo is vierjarig. Deze opleidingsvorm heeft vier leerwegen, in meerdere mate theoretisch of juist beroepsgericht.
Vmbo-tl, de theoretische leerweg (mavo); Deze leerweg is het beste te vergelijken met de oude mavo. Met een diploma van de theoretische leerweg kan een leerling naar een mbo niveau 3 of mbo niveau 4 opleiding. Vanuit vmbo-tl kunnen leerlingen, met het juiste vakkenpakket doorstromen naar het havo.
Leerlingen konden op twee niveaus examen afleggen, afhankelijk van hun individuele prestaties. Het (lagere) C-niveau voldeed voor de toegang tot veel opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Dit kon echter per school en per opleiding sterk verschillen. Het (hogere) D-niveau gaf toegang tot het mbo en het havo.
Overstappen van havo 3 naar mavo 4
De overgang naar mavo 4 is alleen mogelijk als de leerling daar vanaf periode 3 bewust voor kiest en het inhaalprogramma voor mavo 4 voldoende heeft afgerond. Vooraf aan deze overstap vindt er altijd een gesprek plaats tussen de leerling en de teamleider van de mavo.
Ongeveer vier op de tien mensen met een mbo-4 diploma op zak stroomt door naar een hbo-opleiding. Veel mensen denken dat met een afgeronde hbo-studie meer geld te verdienen valt. Maar dat hoeft niet zo te zijn! De baankansen zijn voor veel mbo-opleidingen erg gunstig en ook de salarissen zijn goed.
Ook een diploma van een mbo-opleiding op niveau 4 geeft toelating tot het hbo. Bij het afstuderen krijgen studenten de graad van Bachelor, aangevuld met de vermelding van het vakgebied waarin de graad is behaald (Bachelor of Economics, Bachelor of Education).
Je IQ ligt minder vast dan gedacht. Veranderingen in het volume van bepaalde hersengebiedjes tijdens je pubertijd kunnen je intelligentiescore flink omhoog krikken – of juist omlaag. Je intelligentie, uitgedrukt in IQ, verandert gedurende je leven nauwelijks.
Natuurlijk zijn daarbij uitzonderingen, maar over het algemeen heeft een kind op het VWO bijvoorbeeld een gemiddeld IQ van minimaal 116. Voor een leerling op het Havo is het gemiddeld IQ minimaal 107.
De andere helft van de studenten op een mbo heeft een hoger IQ. Bij studenten op een universiteit is het gemiddelde IQ 115. Ook voor deze groep geldt dat er studenten zijn die lager scoren dan het gemiddelde.
De cijfers die de leerlingen halen voor toetsen dalen gemiddeld met 0,5 – 1 cijferpunt, en dat is aanzienlijk. Veel HAVO-leerlingen blijken moeilijk in staat deze teruggang in cijfers om te buigen, en blijven daardoor zitten, of stromen af naar de MAVO.
Havo is de afkorting voor hoger algemeen voortgezet onderwijs. In tegenstelling tot een vmbo-diploma geldt een havo-diploma wél als een startkwalificatie. Dit houdt in dat je niet verplicht bent om een opleiding te volgen. Er zijn natuurlijk genoeg redenen om wel een vervolgopleiding te volgen.
Er zijn twee soorten bachelors: hbo (hoger beroepsonderwijs) en wo (wetenschappelijk onderwijs). De bachelordiploma's van het hbo en de universiteit zijn gelijkwaardig, maar er zijn ook verschillen: Opleidingen in het hbo hebben een beroepsgerichte oriëntatie.