Kinderen hebben vaak meer last van slaapwandelen wanneer ze vermoeid zijn, veel indrukken hebben gehad, gespannen zijn of ziek zijn geweest. Ook kunnen bepaalde medicijnen er voor zorgen dat kinderen (meer) last krijgen van slaapwandelen. Het gaat dan met name om rustgevende medicijnen of gedragsregulerende medicijnen.
In sommige gevallen kunnen ontspannings- of gedragstherapie uitkomst bieden. Ook is het verstandig om een veilige omgeving te creëren om te voorkomen dat de slaapwandelaar zich bezeert. Zorg ervoor dat er geen zaken rondslingeren, plaats een traphekje, houdt deuren en ramen gesloten en haal de sleutel eruit.
Bij volwassenen spelen stress, medicijngebruik, alcohol, en drugs een rol. Erfelijkheid kan een belangrijke factor zijn, net als bij andere parasomnieën zoals tandenknarsen en bedplassen. Daarnaast kunnen andere slaapproblemen, zoals slaapapneu of snurken, slaapwandelen verergeren.
Op zich is slaapwandelen onschuldig, het enige gevaar is dat ze zich kunnen kwetsen aan objecten in de omgeving. Dit kan voorkomen worden door de slaapkamer op te ruimen en geen dingen op de grond te laten liggen, de trap af te sluiten en ramen en deuren dicht te doen zodat de slaapwandelaar niet naar buiten kan.
Angst, spanning, koorts en slaaptekort kunnen het slaapwandelen (tijdelijk) verergeren. Het beste advies is de slaper rustig weer naar bed leiden en niet wakker maken.
Een slaapwandelaar verkeert in een diepe slaap waardoor je er geen normaal contact mee kunt hebben. Wek je de persoon toch, dan kan die angstig of zelfs agressief reageren, omdat hij of zij gedesoriënteerd is. Het beste wat je kunt doen, is rustig praten tegen de slaapwandelaar en die terug naar bed begeleiden.”
Meestal hebben kinderen zelf geen last van het slaapwandelen en herinneren ze het zich ook niet de volgende dag. Erover praten kan eerder onrust geven dan dat het je kind helpt.
We zien het allemaal voor ons: een slaapwandelaar die onbewust rondloopt met z'n ogen dicht en armen voor zich uitgestrekt. In werkelijkheid ziet dit beeld er echter heel anders uit: slaapwandelaars hebben meestal hun ogen open en kunnen complexe interacties aangaan met hun omgeving.
Veel 3-jarige maken een grote sprong qua ontwikkeling. Op deze leeftijd worden de meeste peuters zindelijk of leren ze hoe ze zindelijk moeten worden. Deze nieuwe vaardigheid of de focus op deze nieuwe vaardigheid kan ervoor zorgen dat ze 's nachts vaker wakker worden dan dat je gewend bent.
Er wordt geredeneerd dat slaapwandelaars op een zeker niveau wakker zijn tijdens hun nachtelijke tripjes, wat resulteert in complexe handelingen, maar die niet bewust worden opgeslagen. Een soort middenweg tussen wakker en in slaap zijn dus.
Het idee dat u een slaapwandelaar niet wakker mag maken, is een fabeltje. U hoeft iemand niet bruut te wekken. Het beste is om de slaapwandelaar rustig naar bed te begeleiden. Zorg dat er geen spullen rondslingeren op de grond, waarover de slaapwandelaar kan struikelen.
Behandeling. Slaaptekort en vermoeidheid vergroten de kans dat iemand gaat slaapwandelen. Een regelmatig slaappatroon en ontspanningsoefeningen kunnen ook helpen om het slaapwandelen te beperken. Daarnaast is het aan te raden dat de slaapwandelaar geen alcohol of drugs gebruikt.
Ze komen het meest voor bij kinderen van twee tot twaalf jaar. Slaapwandelen kan door veel dingen worden veroorzaakt, zoals slaapgebrek of laat naar bed gaan, ziekte of stress, een lawaaiige of nieuwe omgeving, bepaalde medicijnen en slapen met een volle blaas .
is plotseling erg overstuur, huilt en schreeuwt van angst. zit vaak rechtop in bed, vaak met de ogen wijd open. heeft een snelle hartslag en ademt zwaarder en sneller. is bang, boos en paniekerig.
Er wordt verondersteld dat de amnesie van slaapwandelen optreedt als gevolg van algemene hogere cognitieve disfunctie — herinneringen worden niet gevormd in tegenstelling tot vergeten. Een empirische test van geheugen bij slaapwandelaars is in het verleden in wezen onmogelijk gebleken.
Over de precieze oorzaken van slaapwandelen is helaas niet veel bekend. Waarschijnlijk kunnen meerdere factoren een rol spelen zoals erfelijkheid, vermoeidheid, koorts, spanning, slaaptekort, jetlag, psychische stoornis of alcohol en drugs. Het fenomeen komt vaker bij kinderen voor dan bij volwassenen.
Slaapwandelen / parasomnie in het dagelijks leven
Door de slaapverstoring 's nachts kunt u bijvoorbeeld overdag niet goed uitgerust zijn. Sommige patiënten ervaren een stikgevoel wat beangstigend kan zijn. Daarnaast kan slaapwandelen of een andere nachtelijke gedraging leiden tot gevaarlijke situaties en verwondingen.
Kenmerken van slaapwandelen
Je kind gaat rechtop zitten in bed en heeft zijn ogen open, maar is niet wakker. Het ene kind blijft in bed, het andere gaat ook rondlopen. Peuters lopen meestal rustig rond, oudere kinderen kunnen onrustiger zijn. Het slaapwandelen kan een paar minuten tot een half uur duren.
Wat de oorzaak is voor nachtangst is onbekend.Er lijkt een erfelijke aanleg mee te spelen. Kinderen die aan nachtangst lijden hebben vaak een ouder die hier ook last van heeft gehad. De overgang naar de diepe slaap lijkt niet goed te verlopen bij mensen met nachtangst.
Huilen bij het wakker worden kan verschillende redenen hebben, zoals honger, ongemak, vermoeidheid of gewoon behoefte aan aandacht. Ga je baby niet gelijk 'redden', maar neem de tijd om de behoeften van je baby te begrijpen.
Als ze niet gestoord worden, vallen ze vaak weer in slaap. Leid ze voorzichtig terug naar bed door ze gerust te stellen .
In periodes van stress en spanning hebben kinderen en volwassenen meer last van slaappraten. Koorts en ziek zijn kunnen er voor zorgen dat kinderen en volwassen in hun slaap gaan praten. Slaappraten komt vaker voor wanneer kinderen of volwassenen last hebben van slaaptekort.
Heeft u inderdaad parasomnie? Dan kunnen de klachten verminderen door het verbeteren van uw slaapgewoontes.Of bijvoorbeeld het doen van ontspanningsoefeningen.Soms is het nodig om medicijnen te slikken.