Meuken betekent over het algemeen iets langzaam zacht, murw of gaar laten worden, vaak door stoven of rijpen. Het wordt specifiek gebruikt voor het "na-rijpen" van vruchten (zoals mispels) of het langzaam koken van voedsel. Het is ook bekend als het zacht maken van materialen zoals klei. Ensie - encyclopedie +3
Meuken definities
deelw.) 1) zacht maken, weken, verzachten algemeen Voorbeeld: 'De bonen hebben de hele nacht staan meuken. ' Synoniem: muiken 2) rommel maken II meuken zelfst.
Wat betekent 'Mukken' eigenlijk? Monique legt uit: “Mukken is Limburgs dialect en verwijst naar 'kalveren', een speelse knipoog naar ons agrarische bedrijf.
Meuk definities
(m./v.) Uitspraak: [ møk ] waardeloze spullen bij elkaar Voorbeelden: 'Gooi al die oude meuk toch een keer weg!' , 'In de app-store vind je ook een hoop kansloze, commerciële meuk.
muik in de betekenis: zacht of murw van vruchten, in het werkwoord muiken dat betekent: rijp broeien van vruchten, zowel transitief als intransitief, en in het zelfstandig nw. muik dat zowel de 'muikplaats' als de hoeveelheid te 'muiken' vruchten aanduidt; cfr WNT IX 1197-1198.
Makke is eigenlijk het Hebreeuwse woord makka, dat 'klap, slag' en 'gebrek, kwaal, plaag' betekende. Later werd 'n cent 'n makke verbasterd tot geen cent te makken. Een variant is niks te makken hebben. Dat kan ook 'geen geld hebben' betekenen, maar ook 'geen invloed hebben, niets in te brengen hebben'.
Mokke is informeel Vlaams voor een meisje of jonge vrouw, vergelijkbaar met het Nederlandse woord "mokkel". Er zijn verschillende producten die de naam "Mokke" dragen, hoewel niet per se in dezelfde betekenis: Mokke, een blond bier van de Belgische brouwerij Pirlot.
in Charivarius' Een Ander Woord (1945): mals: zacht, week, mollig, sappig, vers, smijdig, murw, meuk.
Bij Kil. luidt het woord moeije, moede, in de gemeenzame verkeering ook meutje, meuje, meui, platamsterdamsch motje. Het schijnt, met moeder, eenen oorsprong te hebben.
Het woord meun staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
informeel. heiße Braut {f} [coll.] hottie (ook: vlammend meisje) heißer Feger {m} [coll.]
Meug betekent zoiets als 'trek, smaak' en is afgeleid van mogen in de zin van 'waarderen, appreciëren'. Tegen heug en meug betekent dus letterlijk 'in strijd met wat je vrolijk maakt en met wat je aangenaam vindt'. Oorspronkelijk stond in dit klankrijm heug voor het geestelijke en meug voor het lichamelijke.
Een monnik is iemand die vanuit religieuze overtuiging afziet van het stichten van een gezin en die voor een speciale, monastieke levensinvulling kiest. Het woord monnik komt van het Griekse μοναχος (monachos), dat 'eenzaam' betekent, en het woord μονος (monos), dat 'alleen' betekent.
Manken is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn mank lopen en hinken. Hij mankt / loopt mank sinds die zware knieoperatie van vorig jaar. Het mankende / hinkende paard werd eindelijk van de spijker in zijn hoef verlost.
Jonge kinderen zijn nog niet in staat om objectief naar de waarheid te kijken. Vertellen zij niet de waarheid, dan noemen we dat 'jokken'. Jokken gebeurt onbewust: het kind weet nog niet wat goed en fout is. Als een kind jokt, wil het meestal een straf ontlopen.
"Het tweede woord waar ik aan moet denken is 'bedakken'. Het is een echt Volendams werkwoord, en past in een context als: “Ik ben erg aan het bedakken”. Dat betekent dat het je erg tegenzit. En dat op alle denkbare manieren.
Onze band, I Am They, is vernoemd naar Johannes hoofdstuk 17. Jezus bidt in dat hoofdstuk voor zijn discipelen – de kerk. Hij blijft hen aanduiden met 'zij' terwijl Hij de identiteit beschrijft die Hij voor zijn bruid wenst. I Am They is een persoonlijke uiting van die identiteit voor de kerk als geheel .
Een huik was een mouwloze van het hoofd afhangende mantel en werd voornamelijk door vrouwen gedragen tussen 1520 en 1640. De populariteit van dit kledingstuk wordt in de literatuur wel in verband gebracht met bescherming tegen de toenemende kou in de Kleine IJstijd (ca. 1430 tot 1850).
Ruiken en rieken betekenen allebei 'een geur verspreiden'.