Gender: hoe je je voeltOf jij jezelf man of vrouw voelt, en of jij jezelf als jongen of meisje ziet, noemen we gender identiteit. De term 'gender' verwijst naar de psychologische en sociale aspecten van het man- of vrouw-zijn. Het gaat er dus om wat je voelt, en niet om wat je biologische geslacht is.
Genderidentiteit. Genderidentiteit gaat over wie mensen zijn, en hoe ze zich voelen. Als het geboortegeslacht van mensen past bij hoe zij zich voelen, heet dat cisgender. Bijvoorbeeld iemand die met een vrouwenlichaam geboren is en zich ook vrouw voelt.
Genderidentiteit is je diepgewortelde innerlijke gevoel of je vrouw of man bent, beide of geen van beide . Je genderidentiteit wordt niet door anderen gezien. Genderidentiteit kan hetzelfde zijn als het geslacht dat je bij de geboorte hebt gekregen (cisgender) of niet (transgender). Sommige mensen identificeren zich als een man (of een jongen) of een vrouw (of een meisje).
Er bestaan verschillende genderidentiteiten: man, vrouw, queer, non-binair, bigender, genderfluïde, agender, genderneutraal, pangender, derde gender …
Naast man en vrouw waren er volgens haar nog drie intersekse geslachten, waarbij uitwendige organen en geslachtskenmerken – zoals borsten, beharing en stemhoogte – niet overeenkomen met de seksechromosomen. Zo kan iemand met XX-chromosomen, eierstokken en een baarmoeder óók geboren zijn met een piemel.
“Het geslacht van de baby ligt al vast vanaf het moment van de bevruchting” vertelt klinisch geneticus Klaske Lichtenbelt. “Het hangt af van welke mannelijke zaadcel de vrouwelijke eicel bevrucht.De zaadcel bevat een X-chromosoom of een Y-chromosoom.Dat chromosoom bepaalt het geslacht van het kind.
Op de meeste plaatsen is er een genderdichotomie: een tweedeling tussen mannelijk en vrouwelijk, zowel voor geslacht als genderidentiteit en genderexpressie. In sommige samenlevingen bestaat er een derde geslacht of zijn de categorieën losser.
Sommige non-binaire mensen noemen zich bijvoorbeeld genderqueer, agender of genderfluïde. Een deel van de non-binaire personen noemt zich ook transgender. Non-binaire mensen gebruiken vaak andere aanspreekvormen dan hij of zij, hem of haar.
Cisgender is de term voor mensen die zich goed voelen bij het geslacht dat is geregistreerd bij hun geboorte. Het is het tegenovergestelde van mensen die transgender zijn. Cis en trans zijn beide woorden die uit het Latijn komen. Cis betekent 'aan deze kant'.
Iemand die zich man voelt (of hij nu geboren is met of zonder penis & ballen) noemen we binair. Iemand die zich vrouw voelt (of zij nu geboren is met of zonder vagina) noemen we ook binair. Iemand die zich man noch vrouw voelt, of juist net zozeer man als vrouw, noemen we non-binair.
Het vermelden van de voornaamwoorden waarmee je jezelf identificeert helpt om te voorkomen dat je 'misgendered' wordt (dus dat je aangesproken wordt op een manier die niet past bij jouw gender identiteit).
De biologie verdeelt mensen grofweg in twee 'geslachten' (of: 'seksen'): man en vrouw. Het eerste ben je door de geslachtschromosomen XX in je lichaam, het tweede door de geslachtschromoso- men XY. De geslachten zijn samen nodig voor de voortplan- ting van de mens.
Intersekse (I)
Een intersekse persoon is geboren in een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken heeft. Bijvoorbeeld iemand die eierstokken en een penis heeft, of een penis en een baarmoeder.
Hoeveel genders zijn er: LHBTIQA+/queer
Is de afkorting van lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse, queer en aseksueel. De plus staat voor iedereen die zich niet kan vinden in de letters LHBTIQA. De letters staan dus voor iedereen die geen hetero of cisgender is.
Jezelf verwonden of jezelf letsel toebrengen
Andere termen die je kunt tegenkomen in plaats van de term zelfbeschadiging zijn 'zelfverwonding', 'zelfverminking', 'auto-agressie' en 'automutilatie'.
Als iemand zich geen man of vrouw voelt, spreken we van non-binair. Non-binaire personen voelen zich een beetje jongen/man en meisje/vrouw, of juist geen van beiden. Of zij voelen zich soms jongen/man en soms meisje/vrouw. Dit heet genderfluïde.
Panseksualiteit is een seksuele oriëntatie, gericht op mensen ongeacht hun geslacht of gender. 'Pan' betekent 'alles' in het Grieks. Mensen die zich panseksueel noemen worden verliefd of voelen aantrekking naar personen, ongeacht of dit nou een vrouw, een man of non-binair iemand is.
Iemand die aseksueel of 'ace' is, voelt zelden tot nooit seksuele aantrekking voor iemand. Ze worden zelden seksueel opgewonden, of hebben zelden zin in seks met een partner. Dat betekent niet dat ze geen seks kunnen hebben, of nooit seksuele zaken doen.
De 'q' staat voor queer, de term voor een brede seksuele identiteit of een brede genderidentiteit. De term gaat over mensen die zichzelf niet willen identificeren met een vaststaande genderoriëntatie of seksuele oriëntatie. Ook staat de term voor mensen die zich juist niet identificeren met heteroseksueel of cisgender.
A – Aseksueel
Aseksuelen voelen zich tot (bijna) niemand seksueel aangetrokken. Dat betekent niet dat je als aseksueel persoon op niemand verliefd kan worden. Als er van dat laatste ook geen sprake is, dan ben je aromantisch.
Skolioseksueel is een van de nieuwere termen op het gebied van seksualiteit en verwijst naar een persoon die zich aangetrokken voelt tot iedereen die geen cisgender is. Dit betekent dat een skolioseksueel zich meestal aangetrokken zal voelen tot mensen die trans of niet-binair zijn.
Agender . Een persoon die agender is, identificeert zich niet met een bepaald geslacht, of heeft helemaal geen geslacht.
Intersekse: we hebben het vaak over twee geslachten: man en vrouw. Maar het kan ook zijn dat je wordt geboren met een penis en een vagina tegelijk. Iemand heeft dan bijvoorbeeld een niet volgroeide penis en een baarmoeder tegelijk. Of iemand is geboren met een vagina en heeft een grote clitoris die op een penis lijkt.
Mensen met genderdysforie hebben een sterk gevoel van onvrede met het geslacht waarmee ze geboren en opgegroeid zijn. Het gender past niet bij hoe ze zich voelen en hoe ze zich willen uiten. Sommigen hebben hier zoveel last van, dat het kan leiden tot bijvoorbeeld depressieve klachten of angst.
Transitiespijt is een term voor spijt die transgender personen of transseksuelen tijdens of na hun transitie hebben van de aangegane behandeling. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat dit voorkomt in circa 1% van de gevallen. Dit is een relatief laag percentage vergeleken met andere medische behandelingen.