Het kenbaarheidsvereiste is een juridisch principe dat bepaalt dat een partij (bijv. een verzekeraar, verkoper of bestuursorgaan) op de hoogte was, of redelijkerwijs had moeten zijn, van bepaalde cruciale feiten of omstandigheden. Het houdt in dat informatie transparant moet zijn. Te Biesebeek Advocaten +3
Art. 9:20 formuleert het zgn. kenbaarheidsvereiste. Dit vereiste houdt in dat een klager, voordat hij zich tot een ombudsman wendt, in beginsel eerst een klacht moet indienen bij het betrokken bestuursorgaan, om dit in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.
Kenbaarheid. Voor een succesvol beroep op vernietiging van een overeenkomst door dwaling is tot slot nog van belang dat de wederpartij begreep of behoorde te begrijpen dat de omstandigheid waarover gedwaald is, van doorslaggevende betekenis was. Dit noemen we het kenbaarheidsvereiste.
Bij het afsluiten van een verzekering, rust een plicht op de verzekeringnemer om aan de verzekeraar alle feiten mede te delen waarvan verzekeringnemer weet of behoort te weten dat deze voor de verzekeraar van belang zijn (ex artikel 7:928 BW). De zogeheten mededelingsplicht.
Wat zijn de beginselen van verzekering? De beginselen van verzekering omvatten zeven kernbegrippen: verzekerbaar belang, uiterste goede trouw, causaal verband, schadevergoeding, subrogatie, bijdrage en schadebeperking .
Daar waar de koper een onderzoek moet verrichten, heeft de verkoper een mededelingsplicht. De verkoper is gehouden mededelingen doen over eigenschappen van of gebreken aan de zaak, waarvan de verkoper weet of behoort te weten dat die voor de koper van belang zijn.
Indien een overeenkomst vernietigbaar is, dan is de overeenkomst in beginsel geldig, maar kan een van de partijen een beroep doen op de vernietigbaarheid. Zolang er geen beroep op de vernietigbaarheid wordt gedaan, blijft de overeenkomst in stand. Vernietiging heeft terugwerkende kracht.
de partijen bekwaam zijn om een overeenkomst aan te gaan; de partijen geldig hun toestemming geven; de verbintenis een bepaald voorwerp als inhoud heeft; de oorzaak van de verbintenis geoorloofd is.
Een privacy-schending is elke ongeoorloofde handeling die inbreuk maakt op iemands recht op privacy, zoals het onrechtmatig inzien, delen, gebruiken of openbaar maken van persoonlijke gegevens zonder toestemming, vaak in strijd met de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Dit kan variëren van datalekken en het hacken van systemen tot het verborgen bespieden of het publiceren van iemands adres of foto's online. Het gaat om een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of het vertrouwelijk omgaan met persoonsgegevens.
kenbare fout: een door de inspecteur gemaakte fout (bijvoorbeeld een systeem fout of rekenfout) waardoor de aanslag te laag is vastgesteld.
Het aanstellen van een DPO is verplicht als de verwerking van persoonsgegevens gebeurt door een overheid (overheidsinstantie of overheidsorgaan). Hierbij wordt het begrip overheidsinstantie heel ruim ingevuld.
Inzicht in wat een contract juridisch bindend maakt, is essentieel voor alle betrokken partijen. Door te zorgen voor de aanwezigheid van een aanbod, aanvaarding, wederkerigheid, juridische intentie en bekwaamheid, kunnen bindende overeenkomsten worden gesloten die alle partijen beschermen.
Inzicht in deze 5 elementen van het contractenrecht – aanbod, aanvaarding, tegenprestatie, rechtsbekwaamheid en rechtmatig doel – zorgt ervoor dat uw overeenkomsten juridisch bindend en afdwingbaar zijn.
Een arbeidscontract ontbinden na tekenen is mogelijk, al is het een gecompliceerd proces, omdat het contract geldig is zodra dit is ondertekend door werknemer en werkgever. Het eenzijdig ontbinden van een dienstverband na tekenen kan juridische gevolgen hebben. Doe dit dus nooit zonder advies van een ervaren advocaat.
Er zijn vijf factoren die een vordering ongeldig maken: onjuiste voorstelling van zaken, vergissing, dwang, ongeoorloofde beïnvloeding en onwettigheid .
Nietigheid ziet op de situatie dat een overeenkomst nooit rechtsgeldig tot stand is gekomen. Vernietigbaarheid ziet op de situatie dat een overeenkomst weliswaar tot stand is gekomen, maar dat er gebreken aan kleven waardoor deze vernietigd kan worden.
Art. 307 lid 1 BW bepaalt — kort gezegd — dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na opeisbaarheid.
Volgens de wet, artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek heeft een consument het recht om de overeenkomst te vernietigen als er sprake is van dwaling. Dit betekent dat de consument niet meer gebonden is aan de overeenkomst. U kunt de wet vinden via www.wetten.overheid.nl.
Bij feitelijke dwaling draait het om onjuiste kennis van feiten. Je snapt de wet, maar kent de echte omstandigheden niet. Het bewijs moet laten zien dat de verdachte echt dwaalde. De rechter vraagt zich af of een doorsnee persoon in dezelfde situatie ook de fout zou maken.
De uitsluitingsbepaling luidt dan bijvoorbeeld: "Partijen doen afstand van het recht om deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk te vernietigen met een beroep op dwaling (artikel 6:228 BW) of te ontbinden (artikel 6:265 BW)."
In beginsel is de verkoper aansprakelijk als het gebrek al bestond bij de levering én het gebruik van de woning belemmert zoals je dat op basis van de koopovereenkomst mocht verwachten. Wel geldt er een onderzoeksplicht voor de koper en een meldplicht voor de verkoper.
Mededelingsplicht gaat vóór onderzoeksplicht
Als de verkoper een mededelingsplicht heeft geschonden, kan aan de koper niet worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Met name bij bekende ernstige gebreken die het normale gebruik raken, mag van de verkoper worden verwacht dat hij deze meldt.
Artikel 3:44 BW regelt drie wilsgebreken: bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden. Het vierde wilsgebrek, de dwaling, is opgenomen in Boek 6 en is in beginsel begrensd tot de obligatoire overeenkomst (artikel 6:228 BW) en heeft dus in principe een beperktere reikwijdte.
Een wettelijk bindende overeenkomst heeft vijf essentiële onderdelen nodig. Eén partij doet een duidelijk aanbod. De ander moet dat aanbod zonder twijfel accepteren. Beide partijen wisselen iets van waarde uit; dat heet overweging.