1. Ook: klimlijn. De looplijn is de denkbeeldige lijn op een trap in bovenaanzicht die de route aangeeft die een persoon volgt bij het belopen van de trap. Eenvoudig gezegd is de looplijn de meest waarschijnlijke plaats waar de trap zal belopen worden.
De looplijn is de lijn waarop de trap het veiligst en meest comfortabel kan worden belopen. Bij een rechte steektrap ligt de looplijn over de hele breedte van de traptrede. Bij een spiltrap ligt de looplijn daar waar de aantreden aan elkaar gelijk zijn, ongeveer op 2/3 van de breedte van de traptrede vanaf de spil.
Traphoogte: vloer beneden tot bovenkant laatste trede. Doorloophoogte: Let op: niet hetzelfde als de traphoogte, bij de doorloophoogte geldt de afstand van de treden tot aan het plafond. De doorloophoogte is de afstand tussen de klimlijn en het begin van het trapgat.
Onmisbaar voor de veiligheid
Allereerst is een trapleuning een onmisbaar onderdeel van je trap, omdat het traplopen veiliger maakt. Een trap zonder leuning verhoogt namelijk het risico op valpartijen. Daarnaast ziet de trap er vaak ook minder elegant uit zonder trapleuning, omdat de muur dan erg 'kaal' is.
Een trap die een hoogte van meer dan 1 m overbrugt (1,5 m bij bestaande bouw) en met een helling groter dan 2:3, moet een leuning hebben (artikel 3.22 en 4.28 Bbl (nieuwbouw)).
De eerste bouwcode is dat de leuning op een hoogte tussen 900 mm en 1000 mm vanaf de hellingslijn van de trap of de vloer van de overloop wordt gebouwd. Dit is ongeveer 35,4–39 inch. Trappen vereisen ten minste één leuningleuning: Als de trap minder dan 1 m breed is: zorg voor een leuning aan één of beide zijden.
Spindels (soms ook wel balusters genoemd) zijn de verticale palen die tussen de basisrail en de leuning zitten. Er zijn verschillende spindeltypen en ze kunnen een van de meest decoratieve onderdelen van de trap zijn. Bekijk onze ideeën voor trapspindels voor meer informatie en inspiratie. Nieuwe paal.
Klimlijn en loopgebied
De denkbeeldige lijn die de voorkanten van de treden met elkaar verbindt noemen we de klimlijn. Er kunnen meerdere klimlijnen per trap aanwezig zijn. Volgens de NEN-norm is een vereiste dat elk van de klimlijnen minimaal 30 cm uit de aangrenzende muur of afscheiding van de trap liggen.
De meest voorkomende trap is de houten trap. Deze kent een gemiddelde levensduur van 40 jaar. Daarnaast zien we ook betonnen trappen. De levensduur van beton is zeer lang, zeker wanneer het gaat om hoogwaardig bouwbeton.
Trapleuningen en balustrades zijn niet alleen esthetisch, maar ook cruciaal voor de veiligheid. Voor trappen met meer dan twee treden is een leuning verplicht. De hoogte hiervan moet tussen 80 en 100 cm liggen. Balustrades moeten een minimale hoogte van 90 cm hebben, om vallen te voorkomen.
Wat is de code voor op- en afstaphoogte? De IBC-bouwcode van 2018 voor op- en afstaphoogte is een maximale opstaphoogte van 7 inch en een minimale opstaphoogte van 11 inch (tredediepte). De OSHA-norm voor op- en afstaphoogte is een maximale opstaphoogte van 9,5 inch en een minimale opstaphoogte van 9,5 inch (tredediepte).
Bovendien zijn de verticale afstanden tussen verdiepingen meestal standaard vanwege de plafondhoogtes en de ondersteunende constructie van bovenliggende verdiepingen. Dit zorgt ervoor dat trappen vaak 13 tot 15 treden hebben.
De looplijn is de afstand van de gebruikelijke weg die lopend wordt afgelegd, bijvoorbeeld tussen een parkeerplaats en een winkelcentrum.
Bomen zijn de zijkanten/buitenkant van een trap waar tussen de treden geplaatst worden. De trapbomen dragen de trap treden. Trapbomen worden soms ook als “wangen” genoemd.
De paal (ook wel een nieuwe paal genoemd) is de verticale structuur die de trap of vloer verbindt met het leuningsysteem. Spindels, verticale houten of metalen structuren, worden tussen de palen geplaatst om een veiligheidsbarrière te vormen langs het trappensysteem. De schoen is de bodemplaat waarin spindels (of glas) worden geplaatst.
De overloop is de benaming voor dat deel van de verdieping waar de trap bovenkomt. Doorgaans komen de kamers van de verdieping ook uit op deze overloop. Wanneer de trap verder doorloopt naar andere verdiepingen, vormt de overloop ook de verbinding van het einde van de ene trap naar het begin van de volgende.
Voor een normale binnentrap voor woningen is een aantrede van 220 tot 250 mm gewenst met een optrede van 175 tot 185 mm (220 mm is de minimale diepte van de aantrede en 188 mm is de maximale hoogte van de optrede in Bouwbesluit 2012).
De berekening van de trapformule
Hierbij geldt: 2 optreden + 1 aantrede = 570 - 630 millimeter. Wanneer er tussen deze 570 en 630 millimeter zit, heb je een trap waar je comfortabel op kunt lopen. De optrede is de verticale afstand tussen twee treden en de aantrede is de breedte van een trede.
Een stringer is het steunbord dat langs elke kant van de trap loopt. De treden en stootborden worden in de stringer of stringer board vastgezet.
De trapleuning is een hulpstuk bij een trap waar de hand op rust om gemakkelijk de trap te belopen. De leuning wordt bevestigd aan de zijde van de looplijn (klimlijn).
Hoe diep moet mijn paal in de grond? Over het algemeen gebruikt men voor het bepalen van de juiste lengte van de paal (voor in de grond) de vuistregel dat 1/3e van de lengte van de paal de grond in moet.
Meet de totale hoogte en lengte van de trapleuning
Totale lengte: Wanneer u de totale lengte van uw leuning bepaalt, begint u bij de rand van de neus op de eerste trede onderaan de trap. Meet de horizontale afstand tussen die rand en de neusrand bovenaan de trap.
Hoogte trapleuning bouwbesluit
Het Bouwbesluit schrijft voor dat de hoogte van een trapleuning in een woning moet voldoen aan bepaalde normen. Volgens deze voorschriften moet de leuning zich bevinden tussen de 80 en 100 centimeter boven de voorkant van de trede.
(a) Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen of trapleuningen , en elke trap die breder moet zijn dan 88 inch (2,23 meter) moet voorzien zijn van ten minste één tussenliggende trapleuning voor elke 88 inch (2,23 meter) vereiste breedte.