Bij toetsend onderzoek formuleer je voorafgaand aan het onderzoek hypothesen, welke je vervolgens gaat toetsen aan de hand van de data. Het toetsen van hypothesen is een wetenschappelijke aangelegenheid en veelal niet gebruikelijk voor hbo-scripties. Een hypothese formuleer je dus om verwachtingen te toetsen.
Toetsen van je hypothesen
Nadat je hypothesen zijn opgesteld, toets je of je verwachtingen juist of onjuist zijn. Als de onderzoeksresultaten overeenkomen met je verwachting, kun je de hypothese bevestigen (verifiëren). Als je verwachting niet wordt bevestigd, kun je de hypothese verwerpen (falsifiëren).
In het kort is een hypothese de verwachte uiitkomst van je onderzoek, dus wat jij van tevoren denkt dat het antwoord is op je onderzoeksvraag.
Bij toetsend onderzoek (inferentieel onderzoek) ontstaat een bepaalde verwachting op basis van theorie. Deze verwachting wordt ook wel een hypothese genoemd. Die ga je vervolgens toetsen met je onderzoek, zodat je de hypothese kunt bevestigen of verwerpen.
De nulhypothese en alternatieve hypothese zijn twee tegengestelde beweringen waarvan onderzoekers met behulp van een statistische test de bewijzen tegen elkaar afwegen: Nulhypothese (H0): Er is geen effect in de populatie.
Nulhypothese H0: Geteste bewering; bewering over µ of historische waarde van µ Gegeven de nulhypothese: µ = kk is een waarde van het gemiddelde gegeven µ is het populatiegemiddelde dat in het werkblad wordt besproken Alternatieve hypothese H1: Bewering die u zult aannemen in de situatie waarin het bewijs (de gegevens) sterk zijn, zodat H0 is ...
Een hypotheseset is meestal tweeledig: Nulhypothese (H0): zolang er niet genoeg bewijs is voor het alternatief (H1), blijft de nulhypothese staan. Doorgaans zijn dit aannames in de vorm van 'geen verschil' (bij beschrijvend onderzoek), 'geen effect' en 'geen verband' (bij verklarend onderzoek).
Met hypothesetoetsing bereken je hoe waarschijnlijk het is dat een patroon of verband tussen onafhankelijke en afhankelijke variabelen door toeval zou kunnen zijn ontstaan. Bij kwantitatief onderzoek analyseer je de data door middel van hypothesetoetsing van de nulhypothese en alternatieve hypothese.
Er zijn verschillende soorten onderzoeksmethoden. Verkennend, beschrijvend en causaal zijn de drie belangrijke varianten die we met u gaan doornemen.
Verklarend onderzoek is onderzoek waarbij de onderzoeker probeert vast te stellen of een bepaald gebeuren een goede verklaring is voor een bepaalde verandering. Dit komt tot uiting in het onderzoeksdesign.
Een hypothese impliceert een causatieve of associatieve relatie. Een hypothese stuurt het onderzoeksontwerp en de verzameling van gegevens. Operationele definities zijn niet opgenomen in de hypothese.
Een hypothese is een veronderstelling of aanname, waarvan nog bewezen moet worden of deze juist is of niet. Het is dus een voorspelling over de uitkomst van het onderzoek dat je gaat uitvoeren.
Om een experiment te bedenken en uit te voeren met behulp van de wetenschappelijke methode, moet u ervoor zorgen dat uw hypothese testbaar is. Om als testbaar te worden beschouwd, moeten er aan een aantal essentiële criteria worden voldaan: Er moet een mogelijkheid zijn om te bewijzen dat de hypothese waar is . Er moet een mogelijkheid zijn om te bewijzen dat de hypothese onwaar is.
De toetsingsgrootheid is de grootheid die de toets berekent op grond van je gegevens, dit is een maat voor de afwijking van jouw gegevens van de verwachte waarden. De gevonden toetsingsgrootheid kan worden vergelijken met de kritische waarde van die grootheid, om te beslissen of de nulhypothese moet worden verworpen.
Een testbare hypothese is een falsifieerbare en meetbare voorspelling van hoe een systeem zich zal gedragen of hoe een afhankelijke variabele zal reageren wanneer bepaalde omstandigheden worden gecontroleerd . Het is een hypothese die kan worden getest door middel van experimenten om te bepalen of deze wordt ondersteund door bewijs of onjuist is.
Als u bekend raakt met de vier typen onderzoek – beschrijvend, correlatief, experimenteel en diagnostisch – kunt u de meest geschikte methode voor uw onderzoek selecteren. Vaak wilt u een combinatie van methoden gebruiken om zinvolle gegevens te verzamelen.
Empirisch onderzoek heeft de volgende voordelen: Je kunt een fenomeen op een nieuwe manier onderzoeken of je kunt een ander aspect van het fenomeen onderzoeken. Je krijgt op die manier nog niet bestaande resultaten en bent dus niet afhankelijk van bestaande data.
De vier stappen van het testen van een hypothese zijn : het formuleren van de hypothese, het formuleren van een analyseplan, het analyseren van de voorbeeldgegevens en het analyseren van het resultaat .
Nulhypothese en alternatieve hypothese
Het toetsen van een hypothese doe je altijd met een nul hypothese (H0) en een alternatieve hypothese (H1). Die twee samen noemen we ook wel een hypotheseset.
Met beschrijvende statistiek (ook wel descriptieve statistiek genoemd) vat je de kenmerken van een dataset samen. Met toetsende statistiek (ook wel inferentiële of verklarende statistiek genoemd) toets je een hypothese of bepaal je of je data generaliseerbaar zijn naar een bredere populatie.
Wat is een p-waarde (p-value)? De p-waarde (p-value) is een getal tussen 0 en 1, waarmee je bepaalt of een steekproefuitkomst statistisch significant is.
Hypothesetoetsen zijn statistische methodes om effecten (zoals statistische relaties op basis van een steekproef) te toetsen op lange-termijn-waarschijnlijkheid (significantie). Als het goed is, wordt hierbij ook altijd de praktische relevantie (sterkte) meegenomen.
Een fout van de tweede soort kan vergeleken worden met een fout-negatief in andere testsituaties. De kans op een fout van de tweede soort wordt meestal aangegeven met de Griekse letter β (beta).