Schaalmodellen worden veelal aangeduid met een / (1/16) of : (1:16). De schaal probeert de verhouding aan te geven tussen het schaalmodel en de originele tractor. De lengte of de breedte van een Bruder tractor met de schaal 1:16 is 16 keer kleiner dan bij de originele tractor. Andersom komt ook wel eens voor.
Een schaal wordt vaak weergegeven als een verhouding, zoals 1:15. Dit betekent dat 1 eenheid op de tekening gelijk is aan 15 eenheden in het echt. Deze eenheden kunnen centimeters, millimeters of zelfs duimen zijn. Het belangrijkste is dat alles op de tekening 15 keer zo groot is in de werkelijkheid.
Bij schaal 1:10 is de maat op de schaalliniaal 10 keer zo klein als de werkelijkheid. Bij schaal 1 op 20 is dit 20 keer zo klein. Vaak worden op een liniaal met schaalverdeling meerdere schaalverdelingen weergegeven. Een schaalstok is vaak stervormig zodat er op ieder vlak ruimte is voor een andere schaal.
Hoe bereken je de schaal of verhouding? Voor het berekenen van de schaal of verhouding heb je twee getallen nodig, de grootte van het schaalmodel en de werkelijke grootte. De grootte van het schaalmodel deel je door de werkelijke grootte. Zo bekom je de schaal.
Ook is er nog schaal 1:6 voor Barbie. De schaal geeft aan hoeveel kleiner iets is ten opzichte van de werkelijke maat. Bij schaal 1:12 is dus het poppenhuis 12x zo klein als in werkelijkheid. Bij schaal 1:16 is dus het poppenhuis 16x zo klein als in werkelijkheid.
Wat is de schaal van een miniatuurtractor? Schaalmodellen worden veelal aangeduid met een / (1/16) of : (1:16). De schaal probeert de verhouding aan te geven tussen het schaalmodel en de originele tractor. De lengte of de breedte van een Bruder tractor met de schaal 1:16 is 16 keer kleiner dan bij de originele tractor.
1:10 komt overeen met 10% schaalvergroting en 1:6 komt overeen met ongeveer 16,67%. Het verschil is 6,67% . Het kan ook betekenen dat je bij een schaalvergroting van 1:10 naar 1:6 met 166,67% moet vergroten.
De schaal 1:20 betekent dat elke eenheid op de kaart gelijk is aan 20 eenheden in de werkelijkheid. De schaal 1” = 20” betekent dat elke inch op de kaart gelijk is aan 20 inch in de werkelijkheid.
Mengverhouding berekenen
1:10 betekent 1 deel product op 10 delen water. 1:4 betekent 1 deel product op 4 delen water. 1:1 betekent gelijke delen product en water.
De schaal 1:12 is een traditionele schaal (verhouding) voor modellen en miniaturen. Bij deze schaal (verhouding) is één inch op het schaalmodel of de miniatuur gelijk aan twaalf inch op het originele object dat wordt nagemaakt . Afhankelijk van de toepassing wordt deze specifieke schaal (verhouding) ook wel 1:12 genoemd (omdat 1 inch gelijk is aan 1 voet).
Staat er bijvoorbeeld 1:18 bij vermeld, dan is iedere 18 cm van het origineel 1 cm in miniatuur. Om de lengte te krijgen, deel je dus de totale lengte door de schaal. Er zijn heel veel verschillende schalen. Deze hebben we meestal bij het model vermeld staan.
Schaal 1/14 : Grotere schaal met indrukwekkende details. Vaak gebruikt voor auto's en vrachtwagens voor op de weg. Schaal 1/10: Een van de populairste schalen, met een enorme variëteit aan auto's, vrachtwagens en buggy's.
1:18 = 25 cm.
Het gemiddelde gebruik van een benzineauto ligt tegenwoordig rond de 1 op 15, dus een auto die 1 op 18 verbruikt is dan bovengemiddeld zuinig te noemen.
Het percentage is dus 6,667% .
Schaal 1:12 - Gericht op volwassen verzamelaars. Ze zijn groot, zeer gedetailleerd en ongeveer 14 tot 15 inches (36 tot 38 cm) lang. Schaal 1:18 - Is een traditionele schaal die gewoonlijk wordt gebruikt voor diecast automodellen, militaire voertuigen, bepantsering en vliegtuigen.
Dus 1 + 15 = 16. Doe dan 1/16, want de één is wat je wilt uitrekenen. 1/16 = 0,0625. 0,0625 * 100 = 6,25.
De schaal wordt vaak geschreven als breuk met een deelteken (:) als symbool. Als het model 10 maal zo klein is als het origineel, is de vergrotingsfactor 0,1, of anders geschreven 1 : 10 (uitgesproken als: een op tien). Dit geeft dus aan dat 1 cm van het model 10 cm van het origineel betreft.
Reken eerst de lengte van het veulen in het echt om naar centimeters. Deel dan de lengte in het echt door de lengte op de afbeelding: 100 cm : 10 cm = 10 cm. Dit is de schaal, oftewel 1 : 10.
Vuistregels. Een schaal van 1 : 30 betekent dat 1 lengte-eenheid van het model in het echt 30x zo groot is.
Dit betekent dat je alles wat in het klaslokaal staat verkleint of vergroot met dezelfde schaal. Je gebruikt bijvoorbeeld de schaal 1:25 (1 cm is in werkelijkheid 25 cm). Alles verklein je dan met dezelfde schaal.
Om de schaal te berekenen als deze niet gegeven is, meet je eerst een bekend object zowel op de tekening als in werkelijkheid. Deel vervolgens de maat op de tekening door de werkelijke maat. Als een gebouw in werkelijkheid 15 meter is en op de tekening 3 cm, dan is de schaal 3 cm : 1500 cm = 1 : 500.
Een schaal van 1:16 betekent dat elke 16 inch in het echt gelijk is aan één inch in miniaturen. In principe geldt: hoe groter het tweede getal, hoe kleiner het miniatuurhuis is.
"Op een schaal van 1 tot 10" impliceert dat meerdere items dezelfde score kunnen hebben. Op een gerangschikte lijst kunnen items geen score delen.
4 cm op de tekening is 80 cm in werkelijkheid. De verhouding is 4 : 80. Als je beide getallen door 4 deelt, heb je de schaal. De schaal is 1:20.