Stiekem. Als je iets stiekem doet, heb je een geheim. Dit is ook waar het woord van afstamt. Het Jiddisch 'sjtieke' betekent het namelijk 'heimelijk' of 'stil'.
mesjogge: gek, dwaas. metaar-huisje: huisje op de begraafplaats waar een lijk werd gewassen en gekleed. mezoezo: betekent letterlijk 'deurpost'; vaak fraai versierd kokertje met daarin een opgerold stukje perkament met toepasselijke bijbelteksten erop.
Een ander voorbeeld is jatten, wat zowel 'stelen' als 'handen' betekent (of 'hand', als je alleen 'jat' zegt). Dit woord komt van het Hebreeuwse jad (יד), eveneens hand. Als je iets jat en gepakt wordt door een smeris – van het Hebreeuwse šəmirā (שמירה) wat 'bewaker' betekent – zou je in de bajes kunnen belanden.
Waar 'pleite' in het Nederlands meestal 'weg' betekent, betekent het in het Duits 'failliet'. Het oorspronkelijk Hebreeuwse woord pelita, waarvan zowel het Duitse als het Nederlandse 'pleite' is afgeleid, had echter beide betekenissen: zowel 'bankroet' als ook 'op de vlucht'.
Maar ook de Amsterdamse geuzennaam Mokum is Jiddisch en betekent plaats of stad. Steden werden naar Joods gebruik vaak aangeduid met hun eerste letter volgens het Hebreeuwse alfabet.
We kennen maar drie achternamen die in het algemeen Joods zijn, namelijk Levy, Cohen en Israël. Veel Joodse namen hebben een Duitse oorsprong door de Oostenrijks-Hongaarse wet uit 1787, die Joden verplichtte een permanente achternaam van het gezin te registreren.
Toges (achterwerk) kennen de meeste mensen vermoedelijk wel.
Mazzel tov wordt letterlijk vertaald als “veel geluk” maar wordt niet gebruikt zoals die uitdrukking in het Nederlands is, als een wens voor de toekomst. In plaats daarvan is de impliciete betekenis “(je hebt) veel geluk gehad” en de uitdrukking is een erkenning van dat feit.
Er klinkt; '' l'chaim'' in het hebreeuws als er geproost wordt. Het betekent; op het leven!.
Joden moesten dichter bij christelijke cultuur komen
Na 1787 voerden andere Duitstalige staten dezelfde regel in, en de namen verspreidden zich via het Jiddisch, de op het Duits gebaseerde taal die vrijwel alle joden in Midden- en Oost-Europa onderling spraken.
Stiekem: Bargoens
Het kan volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands teruggaan op een Jiddisch woord voor 'stil', sjtieke. Sjtieke zou van het Hebreeuwse werkwoord sataq ('zwijgen, stil zijn') kunnen komen. De m die achter sjtieke is gevoegd, zou dan een loze toevoeging zijn.
Mazzel. Wanneer je de loterij wint, heb je mazzel, ofwel geluk. Dit woord komt van het Jiddische “Mazzeltof”, een bekende afscheidsgroet die“geluk gewenst!” betekent. Het is ontleend uit het West-Jiddische 'mazl', wat geluk betekent.
Amsterdam is altijd het centrum bij uitstek geweest van het Joodse leven in Nederland. Niet voor niets heeft de stad de bijnaam 'Mokum' gekregen, het Jiddische woord voor 'plaats'.
De keppel of kippa is het hoofddeksel waarmee joodse mannen hun hoofd bedekken om een onderscheid te maken tussen het aardse en het hogere. Ook de uitspraken in de Misjna en Talmoed, volgens welke het in strijd is met de zedigheid om blootshoofds te lopen, spelen een factor bij het dragen van een keppel.
Het is het grondwoord van een veelvoorkomende Joodse toost, L'Chaim, wat betekent " Op het leven! " Het jodendom legt veel nadruk op het leven en het belang van een goed leven, maar hoe leidt iemand een goed leven? In de woorden van Hillel: behandel anderen zoals je wilt dat ze jou behandelen.
De halacha (Hebreeuws: הלכה) of haloche (Nederlands-Jiddisch) is het totaal van goddelijke en rabbijnse wetgeving die gefundeerd is in de Thora en opgetekend in de Rabbijnse literatuur vanaf de 4e eeuw voor Christus.
Een hevel is een middel om een vloeistof uit een vat te verwijderen. Hiervoor wordt een slang of buis gebruikt waarvan de ingang ondergedompeld is in de te verwijderen vloeistof en de uitgang lager is gepositioneerd dan het vloeistofniveau in het vat.
in het geheim, zonder dat iemand het mag merken
in het geniep, op onderhandse wijze. Spreekwoorden: (1914) Stiekem (of stiekempjes) d.w.z. stil, in 't geheim; heimelijk (adj.
(Jiddisch-Hebreeuws) (kouwe) drukte; in 'kapsones hebben': het hoog in de bol hebben, een overdreven hoge dunk van zichzelf.
Jiddisch aan de UvA in Mokum (van makom, 'plaats') is tof (van tov, 'goed'), goochem (van chacham, slimmerik) | Het Parool.
Toges definities
[Bargoens, boeventaal] of Tokes, achterste, gat.
Mokum is een Bargoens woord, een woord uit de dieventaal. Het gaat terug op het Jiddische mokem, dat 'stad' betekent. Op die manier werd het ook in het Bargoens gebruikt, voor 'stad' in het algemeen, dus niet specifiek voor de stad die sommige Rotterdammers aanduiden als '020', om het vermaledijde A-woord te vermijden.
Het woord wordt gewoonlijk gebruikt als aanduiding van vreemde, onbegrijpelijke taal, geheimtaal of argot uit de onderwereld of van de straat. Bargoens is onderdeel van de volkstaal, maar waar de grens tussen Bargoens en volkstaal ligt, is niet precies te zeggen.