Een ezelsbruggetje is een mnemotechnisch hulpmiddel om informatie makkelijker te onthouden, afgeleid van het Latijnse pons asinorum ("brug van de ezels"). Het verwijst naar een smal, eenvoudig bruggetje dat een ezel (die bang is voor water) helpt een sloot over te steken. Het symboliseert een kortere, makkelijke weg naar kennis.
De 9 basistypen geheugensteuntjes die in dit document worden gepresenteerd, zijn: Muziek, Naam, Uitdrukking/Woord, Model, Ode/Rijm, Notenorganisatie, Beeld, Verbinding en Spelling .
Een ezelsbruggetje is de benaming voor een mnemotechniek om iets heel anders makkelijk te kunnen onthouden. Veelal is het te onthouden ezelsbruggetje op zichzelf nonsens. Het kan zijn dat het ezelsbruggetje zelf niet te onthouden is, of dat de informatie tegenstrijdig of dubbelzinnig is ("welke is het nou?").
De geheugensteuntjes, gezamenlijk bekend als de Oude Kunst van het Geheugen, werden in 447 v.Chr. ontdekt door de Griekse dichter Simonides en werden uitvoerig beschreven door Cicero, Quintilianus en Plinius.
Wat is het verschil tussen ezelsbruggetjes en acroniemen? Ezelsbruggetjes vormen de bredere categorie: elk geheugensteuntje dat gebruikmaakt van associaties, patronen of verhalen. Acroniemen zijn een specifiek type ezelsbruggetje dat woorden vormt uit de eerste letters . Dus alle acroniemen zijn ezelsbruggetjes, maar niet alle ezelsbruggetjes zijn acroniemen.
Ezelsbruggetjes bestaan in vele vormen: Acroniem: Een woord gevormd door de eerste letter van elk woord te gebruiken om de belangrijke informatie te onthouden . Voorbeeld: KISS (Keep It Short and Simple). Acrostisch gedicht: Een zin waarin de eerste letter van elk woord een verband legt met de informatie die onthouden moet worden.
De herkomst van het woord 'ezelsbruggetje'
Het begrip is oorspronkelijk afkomstig uit het Latijn. Pons asinorum ( 'brug van de ezels') is de naam van de vijfde meetkundige stelling van de hellenistische wiskundige Euclides van Alexandrië. Deze toont aan dat de basishoeken van een gelijkbenige driehoek gelijk zijn.
Onze geheugensteuntechniek hield een moment van verbeelding in, waarbij elke vinger een andere emotie vertegenwoordigde: de duim stond voor vreugde, de wijsvinger voor angst, de middelvinger voor woede, de ringvinger voor verdriet en de pink voor walging . We hebben al deze gevoelens net zo hard nodig als al onze vingers.
Sommige voorzetsels hebben automatisch de vierde naamval bij zich. Deze voorzetsels zijn te onthouden met het ezelsbruggetje DOFEGUB (doof visje): D urch O hne F ür E ntlang G egen U m B is Deze zin werkt ook: De Feestelijke Ober Uit Griekenland Eet Bananen.
Mnemotechnieken. Mnemotechnieken, ook wel geheugensteuntjes genoemd, zijn een techniek die ons kan helpen bepaalde onderwerpen en ideeën te onthouden . Er bestaan veel verschillende soorten mnemotechnieken, zoals liedjes, acroniemen, rijmpjes en vele andere vormen. Ze kunnen kinderen ook helpen belangrijke feiten en informatie te leren.
Ezelsbruggetjes voor gesprekstechnieken helpen je beter te communiceren, met bekende acroniemen zoals LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen), ANNA (Altijd Navragen, Nooit Aannemen), NIVEA (Niet Invullen Voor Een Ander) en OMA (Oordelen, Meningen, Adviezen thuis laten). Andere nuttige ezelsbruggetjes zijn OEN (Open, Eerlijk, Nieuwsgierig), DIK (Denk In Kwaliteiten) en KOE (Kaken Op Elkaar) om stiltes te gebruiken en meer informatie te krijgen.
Oost en west worden vaak door elkaar gehaald. Je kan het onthouden met het ezelsbruggetje: de zon komt op in het oosten en gaat weg in het westen.
Als het een bruine beer is, ga dan in de foetushouding liggen en bedek je hoofd en nek met je handen. Ze kunnen je een paar klappen geven, maar je zult het overleven. Als het een zwarte beer is, vecht terug. Maak jezelf zo groot mogelijk, maak veel lawaai.
Een handig ezelsbruggetje kan de zin zijn: Nooit Opstaan Zonder Wekker. Handig om je kind te vertellen: De windrichtingen kun je in goede volgorde met de klok mee opschrijven.
geheugensteuntje (zn) : reminder, ezelsbruggetje.
De 7/2 regel
Deze regelt stelt dat auf en über altijd de vierde naamval krijgen en de rest van de voorzetsels de derde naamval.
Voor de uitgangen hebben wij op school een soort ezelsbruggetje: 1e naamval: der-gruppe -> RESE, ein-gruppe -> XEXE 2e naamval: der- en ein-gruppe: Simon Rochelt, Simon Rookt 3e naamval: Marietje Rookt Mooi Nooit (niet) 4e naamval: der-gruppe -> NESE, ein-gruppe -> NEXE De hoofdletters staan voor de letter die je ...
der: bij mannelijke woorden heb je vaak + umlaut (") en + e, bijv: der Ball, die Bälle. Ook heb je dat als het woord eindigt op -el, -en of -er dat het woord in het meervoud hetzelfde blijft, bijv: der Onkel, die Onkel das: bij onzijdige woorden heb je vaak dat er een -e bij komt, bijv: das Heft, die Hefte.
De ringvinger van de linkerhand symboliseert het directe pad naar het hart van de geliefde partner. Daarom wordt vaak de verlovingsring aan de linkerhand gedragen. Na de bruiloft kan de verlovingsring verhuizen van de linkerhand naar de ringvinger van de rechterhand en wordt deze dan samen met de trouwring gedragen.
Hokkende vinger of 'trigger finger' Hokkende vinger of 'trigger finger' Een hokkende vinger is een aandoening van de pezen in de hand die de vingers buigen. Deze buigpezen lopen als kabels van de onderarmspieren door een 'tunnel' van weefsel en bot naar de vingers en de duim.
De pink is de kleinste van de vijf vingers van de menselijke hand. Er is in veel talen geen aparte naam voor de pink, maar in de plaats daarvan wordt de vertaling van kleine vinger gebruikt.
Elsje Fiederelsje Ken je Elsje Fiederelsje nog? Klinkt als een vrolijk deuntje over een meisje dat Elsje heet en pannenkoeken eet. Maar in het Groningse dialect betekent 'fietern' of 'fiedern' gewoonweg seks hebben. 'Fiederelsje' is dus eigenlijk 'Elsje de Tippelaarster'.
Ding flof bips. DING FLOF BIPS is een Nederlands ezelsbruggetje dat door het Nederlandse Nationaal Forum voor de introductie van de euro naar voren geschoven werd om de 12 EU-landen te onthouden die op 1 januari 2002 de euro invoerden als wettig, nationaal betaalmiddel.
Dutch komt van de oude benaming Duitsch of Dietsch voor het Nederlands. Het Engels heeft het woord Dutch ontleend aan het Nederlands, in een tijd dat wij onze taal zelf nog met Duitsch of Dietsch aanduidden – waarschijnlijk in de late Middeleeuwen.