De uitdrukking "dat kan bruintje niet trekken" komt uit de tijd dat paarden werden gebruikt als trekdieren. Omdat veel paarden bruin van kleur waren, werden ze vaak 'Bruin' of 'Bruintje' genoemd. Als een vracht of taak te zwaar was voor het paard, zei men: "Dat kan Bruin niet (voort)trekken." Onze Taal
Wat betekent 'Dat kan Bruin niet trekken' en waar komt deze uitdrukking vandaan? 'Dat kan Bruin niet trekken' betekent: 'dat is te duur', 'dat kan ik niet betalen'. Bijvoorbeeld: 'Een nieuwe auto én een nieuwe badkamer – dat kan Bruin niet trekken, hoor.
Onder een uitdrukking wordt een vaste combinatie van woorden verstaan waarmee meestal indirect een situatie wordt benoemd. Een uitdrukking kan zijn: een staande uitdrukking: een standaardformulering die in bepaalde situaties telkens terugkeert.
Wie iets op z'n elfendertigst doet, laat zich niet opjagen – en dat kan nog weleens irritatie bij anderen wekken. Op zijn elfendertigst had oorspronkelijk een gunstige betekenis: 'keurig, netjes'. De uitdrukking is ontstaan uit een weefterm: de elf-en-dertig. Dat was een kam voor het weven van zeer fijn textiel.
Het spreekwoord is een van de gnomische vormen. Het is de uitdrukking van een algemene waarheid of wijsheid in een korte, onveranderlijke formulering die vaak treft door haar klankeffect (alliteratie, rijm, ritme e.d.).
Spreuken, net als Psalmen, noemt meerdere personen als auteurs van de verschillende delen. Salomo was bij uitstek geschikt om als belangrijkste auteur van dit boek met wijze spreuken te dienen. In 1 Koningen 3:5-9 wordt beschreven hoe Salomo God om wijsheid vroeg tijdens zijn regering over Israël, een verzoek dat God uiteindelijk inwilligde (1 Koningen 4:29-31).
Top 10 Gekke Gezegden!
Zowel de 'deur' van 'poort' als de 'door' van 'dwaas' komen voort uit het Germaans. De 'door', de dwaas, komt van de Germaanse stam 'dauz', waar ook duizelen mee verwant is. We hebben het dan wel degelijk over iemand die zot draait. Een gelukkig toeval als je de gek vergelijkt met een deur die wild staat te klapperen.
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekent de uitdrukking oorspronkelijk 'werken zonder er geld voor te krijgen'. Het enige wat je kreeg, was een eenvoudig, stevig maal, want zo werd spek en bonen gezien.
De zeis symboliseert het feit dat de dood iedereen treft: een zeis maait alle korenhalmen om. In de middeleeuwen werd de dood onder andere tijdens de dodendans meestal afgebeeld als een mager lijk met open wonden waaruit maden kropen. Magere Hein staat ook weleens symbool voor de (allesverslindende) tijd.
Door de mand vallen
Men is het er echter niet over eens waar het woord 'mand' vandaan komt. Er zou vroeger een straf kunnen zijn geweest, waarbij iemand zonder eten en drinken in een mand boven het water werd gehangen. Na verloop van tijd sneed de gestrafde dan zelf maar het touw door als hij het niet meer volhield.
“Rome werd niet in één dag gebouwd… maar brandde wel in één dag af.” Zo luidt een gezegde als waarschuwing dat succes niet meteen komt, maar wel snel weer kan verdwijnen.
Een rare snuiter
Omdat het snuiten van kaarsen zo'n alledaagse, onbetekenende handeling was, kreeg snuiter de betekenis 'onhandig persoon' erbij, en vandaar 'onbenul, zonderling'.
Wie vroeger in Giethoorn voor het eerst door zijn liefje werd voorgesteld aan de familie, kreeg een drankje. Wanneer hij niet in de smaak was gevallen, kreeg hij dat drankje in een blauw kopje (Giethoorns Blauw). Hij liep dan een blauwtje.
d.w.z. goed terecht komen; goed afloopen; eig. gezegd van de kat, die bij een val of een sprong altijd op haar pooten terecht komt.
Zo moest de schipper zijn mannen bijvoorbeeld driemaal per dag te eten geven. Vandaar de uitdrukking: na twee mislukte pogingen is het een goed idee om het nog één keer te proberen. Want dat is jouw scheepsrecht.
Gebakken peren waren vroeger een bekende lekkernij. Met de gebakken peren zitten gaat terug op de situatie dat je heerlijk gekookt hebt, maar dat je gasten niet komen opdagen. Ze laten je dus zomaar zitten met je heerlijke gerecht.
Weetjes over snijbonen
Deze bonen heten 'snijbonen' omdat ze vroeger bestonden uit taaie draden. Het was dus nodig om de bonen in stukjes te snijden. Gelukkig zijn de bonen tegenwoordig wel heel mals en kan je ze perfect in hun geheel eten.
Wanneer het water laag stond, moest het personeel op zoek naar spijkertjes die tijdens het bouwen van de schepen in het water waren gevallen. Die spijkers waren klein en daarom bijna niet te vinden. Vandaar de betekenis van het spreekwoord: zoeken naar kleinigheden.
Van likmevestje
In het Nederlandse schrift is in 1896 voor het eerst de uitdrukking 'lik me vessie' aangetroffen. Met 'vessie' werd 'vestje' bedoeld en dit woord is weer afgeleid van het Franse woord 'fesse', dat bil betekent. Oorspronkelijk betekende dit dus zoiets als 'lik m'n r..t'.
De Duits-Oostenrijkse keizer Maximiliaan I (1459-1519), grootvader van Karel V, zou zich ooit de verzuchting hebben laten ontvallen dat hij, mocht hij God zijn en twee zonen hebben, zou wensen dat na zijn dood de ene zoon hem zou opvolgen als God en de andere koning van Frankrijk zou worden.
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) deelde men de afstandsmaat mijl vroeger vaak in vieren. Mijl op zeven wilde oorspronkelijk zeggen dat dit kwart van de mijl niet één keer werd afgelegd, maar zeven keer.
Het meest voorkomende Nederlandse woord is de, gevolgd door ja, en, uh, een, ik, dat, van, is, die, in, niet, maar, dat, dan, je, ook, op, het en ze. Dat blijkt uit het Corpus Gesproken Nederlands, een verzameling van zes miljoen woorden uit het dagelijkse, mondelinge taalgebruik.
De uitdrukking 'Schrijf het maar op je buik' is vermoedelijk ontstaan als een grapje. Op zichzelf is je buik groot genoeg om er iets op te schrijven. Hij bevindt zich bovendien binnen handbereik.