Mensen met dyslexie vertrouwen voor het verwerken van informatie, waaronder taal, vaak sterker op hun rechterhersenhelft. Waar de gemiddelde persoon taal vooral in de linkerhersenhelft verwerkt, maken mensen met dyslexie overmatige gebruik van de rechterhersenhelft (en specifieke gebieden in de rechter posterieure cortex) voor fonologische taken. National Institutes of Health (.gov) +1
Belangrijk is dat dyslectische kinderen, vergeleken met typische lezers, nog steeds betrokkenheid van de rechterhersenhelft vertonen [13]. In een recent fMRI-onderzoek naar het rijmen van woorden lieten dyslectische kinderen een overmatige afhankelijkheid van de rechter posterieure cortex zien voor fonologische verwerking [39].
De meerderheid van de mensen heeft een voorkeur voor het denken met de linker hersenhelft, dyslectici vooral voor hun rechter hersenhelft.
Lezers met dyslexie worden vaak gekenmerkt door hersenafwijkingen in de occipitotemporale cortex (OTC) en de temporopariëtale cortex (TPC) . De OTC wordt vaak de 'brievenbus' van de hersenen genoemd, oftewel het gebied waarin neuronen gespecialiseerd zijn in het herkennen van letterreeksen als bekende woorden.
Mensen met dyslexie zijn over het algemeen goed in het waarnemen van de dingen in hun omgeving, het zien van grote gehelen maar ook van details die anderen niet altijd opvallen. De meeste dyslectici denken ook op een sterk visuele (en minder talige) manier.
Een belangrijk kenmerk van dyslexie is dat de moeilijkheden met lezen en spellen niet veroorzaakt worden door een andere stoornis. Mensen met dyslexie hebben over het algemeen een gemiddeld IQ en presteren op taken die niet met lezen en/of spellen te maken hebben, gelijk aan personen zonder dyslexie.
Mensen met dyslexie blinken vaak uit in creatieve vakgebieden zoals kunst, design en storytelling . Onze hersenen zijn geprogrammeerd om visueel te denken, waardoor we goed zijn in het bedenken van unieke ideeën en het zien van verbanden die anderen misschien niet zien.
De 4 D's: Dyslexie, Dyspraxie, Dysgrafie en Dyscalculie - Genius Within CIC
Je hebt bij dyslexie en dyscalculie zó veel moeite met lezen, schrijven of rekenen dat lezen of rekenen moeilijker gaat dan voor andere mensen. De problemen zijn zo erg dat bijles of andere begeleiding met lezen of rekenen vaak niet helpt. Dit zorgt ervoor dat veel dagelijkse dingen je meer tijd en energie kosten.
MRI-hersenscans, uitgevoerd in een vroeg stadium van de leesontwikkeling bij kinderen, kunnen theorieën over de oorzaak van dyslexie bevestigen door vroege neurobiologische afwijkingen nauwkeurig te lokaliseren.
Beroemde mensen met dyslexie
Ouders vrezen vaak dat een diagnose dyslexie betekent dat hun kind minder intelligent is dan leeftijdsgenoten. Dyslexie is echter niet voorbehouden aan een bepaald intelligentieniveau ; het kan voorkomen bij mensen met een gemiddelde, bovengemiddelde en zeer begaafde intelligentie.
Veel mensen verwarren dyslexie met autisme, maar dit zijn twee verschillende aandoeningen die verschillende delen van de hersenen beïnvloeden.
Sterker nog, een van de grootste voordelen van dyslexie komt voort uit de unieke manier waarop de dyslectische hersenen prikkels verwerken, waaronder taal. Zo zijn veel mensen met dyslexie bijvoorbeeld rechts-hersenhelftdominant . De linker- en rechterhersenhelft zijn namelijk op een iets andere manier georganiseerd.
Kinderen (en volwassenen) met dyslexie maken meer spellingfouten dan leeftijdsgenoten. De spellingfouten die zij maken zijn niet anders. In veel gevallen zijn de fouten fonetisch correct: als je het woord uitspreekt zoals het is geschreven, klinkt het woord zoals het hoort.
Functie linker hersenhelft
Grofweg stuurt de linker hersenhelft de rechter lichaamshelft aan en speelt het een rol bij taal met name woordkennis, logica, analytisch vermogen, volgorde, details en getallen.
De drie essentiële criteria voor de diagnose dyslexie zijn ernst (ernstige achterstand in lezen/spellen), hardnekkigheid (problemen blijven bestaan ondanks extra hulp) en exclusiviteit (de problemen zijn niet te verklaren door andere oorzaken zoals verstandelijke beperking, onderwijsachterstand of zintuiglijke problemen). Deze criteria worden gebruikt bij het stellen van de diagnose en bepalen of iemand in aanmerking komt voor vergoede dyslexiezorg in Nederland.
Dyslexie heeft niet alleen een grote impact op de academische ontwikkeling, maar ook op het emotionele en sociale leven van mensen . De emotionele problemen, zoals frustratie, angst en een laag zelfbeeld, komen vaak voort uit moeilijkheden met lezen en schrijven, wat leidt tot gevoelens van ontoereikendheid en isolement.
Dyslexie is erfelijk. Een kind waarvan één van de ouders dyslectisch is heeft 54 tot 75 procent kans om zelf ook dyslexie te krijgen. Het zal dan grote moeite hebben om te leren lezen en schrijven.
Volgens Feifer en De Fina is diepe dyslexie een zeldzame vorm van dyslexie. Personen met deze leesstoornis hebben doorgaans moeite met het lezen van woorden met een abstracte betekenis. Daarom zijn ze vaak sterk afhankelijk van semantiek om de betekenis van geschreven tekst te achterhalen.
Dyslexie en dyscalculie
De leerproblemen komen niet dóór ADHD, maar doordat de erfelijke aanleg op ADHD ook het risico verhoogt op problemen met lezen, spelling, en rekenen. Kinderen met ADHD hebben vaak moeite om zich te concentreren en kunnen erg druk en impulsief zijn.
Dyslexie en autisme zijn twee verschillende soorten stoornissen . Dyslexie is een leerstoornis waarbij iemand moeite heeft met het interpreteren van woorden, de uitspraak en de spelling. Autisme, of autismespectrumstoornis, is een ontwikkelingsstoornis waarbij de hersenen geluid en kleuren op een andere manier verwerken dan bij een gemiddeld brein.
Deze stoornis hoeft je verdere ontwikkeling niet per se in de weg te zitten: Albert Einstein en Leonardo da Vinci hadden dyslexie, denken historici, net als Wubbo Ockels, om maar een paar slimme mensen te noemen.
Onderzoek van de Universiteit van Strathclyde heeft aangetoond dat mensen met dyslexie veel beter in staat zijn tot nieuwsgierigheid en het verkennen van nieuwe ideeën, en dat ze vaker terechtkomen in beroepen waar dit een voordeel is, zoals kunst, media, architectuur, creativiteit, techniek en het uitvinden van dingen !
Kinderen met dyslexie zijn vaak creatief van aard. Dat blijkt uit dit onderzoek (Tafti et al., 2009). Hun algehele creativiteit is groter, maar ook hun vermogen tot creatief denken. Dyslectische kinderen komen daardoor sneller tot vindingrijke oplossingen voor problemen.