Het is jouw vakantie (met een 'w'), omdat het een bezittelijk voornaamwoord is dat aangeeft van wie de vakantie is. Jouw wordt gebruikt bij bezit (jouw tas, jouw auto), terwijl jou (zonder 'w') een persoonlijk voornaamwoord is voor de persoon zelf (ik zie jou, het is voor jou). Onze Taal +2
Ezelsbruggetje: jouw of jou
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
Gebruik jou als persoonlijk voornaamwoord (zonder bezit, zoals 'Ik zie jou') en jouw als bezittelijk voornaamwoord (aangevend 'van jou', zoals 'Is dat jouw jas?'). Een handig ezelsbruggetje: als je het kunt vervangen door 'hem' of 'u' (zonder 'w'), gebruik je jou. Als het te vervangen is door 'zijn' of 'uw' (met 'w'), gebruik je jouw.
Jouw geeft altijd aan dat iets 'van iemand' is. Het duidt dus op bezit, bijvoorbeeld in 'Is dat jouw telefoon? ' Jou geeft geen bezit aan. Het past in zinnen als 'Ik geef jou mijn telefoon.
Jouw dag is correct. In dit geval wordt “jouw” gevolgd door een zelfstandig naamwoord en er is sprake van een bezitsrelatie.
Jou is een persoonlijk voornaamwoord (net zoals ik, jij, hij, zij, wij, jullie, haar, hem) en je gebruikt jou wanneer er geen bezit wordt aangeduid, zoals: De trainer geeft jou de boeken. Zij vraagt aan jou de planning.
De homofonen 'your' en 'you're' zorgen vaak voor verwarring, zelfs bij moedertaalsprekers van het Engels. 'Your' is een bezittelijk voornaamwoord. Het wordt in een zin altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord. 'You're' is een samentrekking van twee woorden: 'you' en 'are'. Samentrekkingen zijn gemakkelijk te herkennen aan de apostrof.
Jouw – mét een W – schrijven we alleen zo als het woord zelf meteen ook het bezit aangeeft. Andere bezittelijke voornaamwoorden zijn: mijn, uw, zijn, haar, ons/onze, jullie en hun. Ook bij het woord jou – zonder de W – kan er sprake zijn van bezit: De hond van jou is daar een goed voorbeeld van.
De correcte vorm is bij jou thuis.
Op dezelfde manier zeggen we ook bij mij thuis, bij hem thuis of bij Lisa thuis. Thuis kan in deze constructies worden weggelaten zonder dat er aan de betekenis iets fundamenteels verandert.
Hoe gaat het met jou is correct. In dit geval is er geen sprake van een bezitsrelatie en “jou” wordt niet gevolgd door een zelfstandig naamwoord, dus de vorm zonder w is correct.
In de uitspraak valt de d vrijwel altijd weg en is het dus ik hou van jou. Dit gebruik dringt ook steeds meer door in de geschreven taal. Literaire uitgevers hebben daarom vaak een voorkeur voor deze vorm, zeker als het gaat om de weergave van een conversatie.
Het juiste antwoord is optie b) van jou .
Als bezittelijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud kan zowel de volle vorm jouw als de gereduceerde vorm je gebruikt worden. Jouw is nadrukkelijker dan je. Als er geen speciale nadruk nodig is, wordt in de praktijk vaker voor je dan voor jouw gekozen.
Het jou of jouw EZELSBRUGGETJE!
Vervang jou(w) met u(w). Wanneer er in de zin “uw” komt te staan dan wordt het ook jouw. Dus: wat is jou adres? Vervang dit door u(w).
Ze vragen hoe je je vrije tijd hebt doorgebracht, of het een echte feestdag was (zoals Kerstmis) of je vakantie .
Op vakantie heb je eindelijk rust
Soms lijkt het alsof we tijdens die paar weken vakantie per jaar pas het leven leven zoals het bedoeld is. Dat wordt bevestigd door onderzoek. We zijn op vakantie inderdaad een stuk gelukkiger, gezonder, meer ontspannen, energieker en tevredener. De belangrijkste reden: rust.
Het woord jou gebruik je dus om te verwijzen naar een persoon. Bijvoorbeeld: 'Ik heb jou gisteren opgehaald' of 'Mijn moeder zag jou door de stad lopen'. Het woord 'jouw' wordt dus gebruikt om bezit aan te duiden.
'Jouw' (4 letters, wel een w) is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst dus naar bezit: 'ik heb jouw fiets geleend'. 'Jou' (3 letters, geen w) is een persoonlijk voornaamwoord en verwijst naar een persoon: 'Ik heb jou zien fietsen'.
Je plaatst een 'n' achter woorden als alle(n), beide(n), enige(n), sommige(n), andere(n) en dezen als ze zelfstandig gebruikt worden (dus zonder zelfstandig naamwoord erachter) en verwijzen naar personen; in alle andere gevallen, bijvoorbeeld bij verwijzing naar zaken, blijft de 'n' weg.
Het is 'liefs van jouw valentijn'. Alleen als je echt Valentijn héét, kun je 'liefs van jouw Valentijn' schrijven. Valentijn is eigenlijk een eigennaam. Er was ooit een Sint-Valentijn, en ook tegenwoordig zijn er mensen die Valentijn heten.
De juiste spelling is: Ik heb jou jouw auto zien parkeren. Jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw is een bezittelijk voornaamwoord.
'Ik wens jouw een mooi 2018' is geen juiste zin. Jouw is een bezittelijk voornaamwoord, dat past in een zin als 'Hopelijk wordt 2018 jouw jaar. ' Wie twijfelt tussen jou en jouw, kan het woord u of uw invullen: 'Hopelijk wordt 2018 uw jaar' is wel een goede zin, 'Ik wens uw een mooi 2018' niet.
'Your' moet je gebruiken om bezit of eigendom aan te duiden, terwijl 'you're' altijd de verkorte vorm van 'you are' aangeeft . Als je het lastig vindt, kun je het betreffende woord vervangen door 'you are' om te kijken of je zin nog steeds logisch is.
Een "eerstehands" is iemand die je vanaf het begin heeft gesteund – voordat je succes, geld of status had . Dit kan een jeugdvriend zijn, een partner uit de beginfase van een relatie, of een teamgenoot uit je eerste dagen in de sport.
'You're' is een andere manier om twee woorden te schrijven: 'you are' (zoals in 'you're making a mistake'). 'Your' is één woord en geeft bezit van iets aan (zoals in 'your paper has some mistakes'). Als je de woorden 'you are' kunt vervangen, is 'you're' de juiste keuze.