Op grond van het Nederlands Burgerlijk Wetboek is een uitrit een ingang of uitgang welke vanaf de openbare weg bereikbaar is. Het is een uitgang vanaf een gebouw, garage of erf.
Sinds de komst van woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/uur zijn uitritconstructies overal te vinden. Uitritten zijn van oudsher aansluitingen van erf, bedrijfsterrein of garage op de openbare weg. De voorrangsregel voor uitritten is simpel: wie van een uitrit komt, moet altijd voorrang verlenen.
Voorrangsregels woonerf
Op een woonerf gelden geen speciale voorrangsregels. Voetgangers en fietsers hebben dus niet altijd voorrang op een woonerf, zoals sommige mensen denken. Bij het inrijden of verlaten van een woonerf kan er sprake zijn van een uitrit, waar bestuurders al het andere verkeer voor moeten laten gaan.
De weg bij de uitrit is wat verlaagd, zoals bij een drempel.Soms staan er paaltjes, een bord, hek of slagboom bij de in- of uitrit. Het is duidelijk dat het geen doorgaande weg is, maar een plek met een specifieke bestemming, zoals de oprit van een huis, een bedrijventerrein, een woonwijk of een garagebox.
Een uitrit is te herkennen aan een aantal specifieke kenmerken. Allereerst is een uitrit vaak een verbinding tussen een particulier terrein, zoals een oprit van een woning, of een bedrijfsterrein en de openbare weg. Het is geen kruispunt, maar een constructie waarbij het terrein direct aansluit op de openbare weg.
Over het algemeen zijn de woorden inrit en uitrit synoniem, ze verschillen alleen door het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Soms wordt er eenrichtingsverkeer ingesteld, dus dan is er een aparte inrit en uitrit.
Verlaat je een woonerf? Dan moet je voorrang verlenen aan al het verkeer.
De uitrit geeft het ondergeschikte karakter van het achtergelegen gebied weer: Een doorlopende verhoging van het trottoir / de stoep.Regelmatig met een verhoogd vrij liggend fietspad; Het gebruik van inritblokken (om het hoogteverschil te overbruggen);
De voorrangsregels bij het verlaten van een onverharde weg zijn exact hetzelfde als bij bord B6. Degene die de onverharde weg verlaat, moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Bij een uitrit moet hij alle weggebruikers, dus ook voetgangers, op de doorgaande weg dan voor laten gaan. Bij een 'gewone' zijweg moet hij dan juist voorrang krijgen (artikel 15 RVV 1990). Dit gaat nogal eens mis, en dat kan tot langdurige juridische kwesties leiden.
Op een erf mogen voetgangers de gehele breedte van de straat benutten om te lopen en te spelen; er zijn geen voetgangersvoorzieningen zoals een trottoir of voetpad. Er mag alleen geparkeerd worden op daarvoor aangegeven plaatsen (aangeduid met een P in het wegdek).
De erven worden gebruikt om te parkeren, maar doorgaand verkeer is nog steeds niet mogelijk. Hierdoor is er minder verkeer en kunnen kinderen op de erven spelen. Het begrip 'woonerf' was zo revolutionair, dat er veel kijkers op af kwamen, en het begrip 'woonerf' in de Engelse taal onvertaald werd overgenomen.
De gemeente hanteert een standaardbreedte van maximaal 4,00 meter voor een uitrit bij woningen. Bij een dubbele uitrit bedraagt de standaardbreedte maximaal 7 meter.
Je mag je auto op een erf alleen op plekken parkeren die als parkeerplaats zijn gemarkeerd. Het erf is een plek voor kinderen, voetgangers en fietsers. Zij mogen het erf over de volle breedte gebruiken. Wanneer je het erf verlaat moet je voorrang verlenen aan alle andere verkeersdeelnemers.
Het is in drempel uitgevoerd als een uitrit. Dat betekent dat het verkeer dat uit deze zijstraat komt voorrang moet verlenen aan het kruisende verkeer.
Verkeersregels onverharde weg
Op een onverharde weg gelden soms andere verkeersregels dan op verharde wegen. Ze lijken op die van een uitrit, maar dat is niet zo. Het is belangrijk om je hiervan bewust te zijn om veilig te kunnen rijden en ongelukken te voorkomen.
In principe geldt dat bestuurders die van rechts komen op gelijkwaardige kruispunten voorrang krijgen. Maar dat geldt ook weer niet altijd. Zo gaan verkeerstekens zoals haaientanden boven verkeersregels en gaan verkeerslichten weer boven verkeerstekens. Verder worden voetgangers niet als bestuurders gezien.
Het verlaten van een uitritconstructie is dus een bijzondere manoeuvre of bijzondere verrichting. In een dergelijk geval dient de persoon die een uitrit verlaat dus iedere andere verkeersdeelnemer voorrang verlenen. Deze voorrang geldt dus niet alleen voor bestuurders, maar ook voor voetgangers.
Een uitrit wordt gekenmerkt door de bestemming of de constructie ervan. Bij een zichtbaar beperkte bestemming, bijvoorbeeld de uitgang van een garagebox, een boerderij of een benzinestation, is vaak meteen duidelijk dat het een uitrit is.
Bestuurders op de onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op de verharde weg, ook als die bestuurders van links komen. Op een gelijkwaardig kruispunt staat niets aangegeven. Hier gelden de gewone verkeersregels: Bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders van rechts.
Op een doorlopend fietspad (te herkennen aan de twee parallelle onderbroken witte strepen), hebben fietsers altijd voorrang, zelfs als ze niet van rechts komen. Bestuurders die een fietspad dwarsen, moeten voorrang geven aan de fietsers die het fietspad volgen.
Voorrang bij uitritten
Als je een uitrit verlaat, denk bijvoorbeeld aan een woonerf of een parkeerplaats, moet je al het andere verkeer voorrang geven.
Doorgaande rijbanen zijn rijbanen zonder de invoeg- en uitvoegstroken. Op de doorgaande rijbanen is het niet mogelijk om in en uit te voegen. Deze rijbanen zijn bestemd voor bestuurders die de weg blijven volgen.