Nee, aardrijkskunde is in het Nederlandse voortgezet onderwijs (havo/vwo) geen officieel kernvak.
De kernvakken zijn: Nederlands, Engels en wiskunde. In het profiel C&M hoef je geen wiskunde te kiezen. Als je geen wiskunde kiest, zijn de kernvakken alleen Nederlands en Engels.
Aardrijkskunde of geografie is een belangrijk vak op zowel de basisschool als de middelbare school. Het is een wetenschap die onderzoekt wat er op aarde gebeurt. Hoe hun industrie, economie en hun politiek is geregeld, waar ze liggen en wat de hoofdsteden zijn (topografie).
Verplichte vakken
rekenen en wiskunde; oriëntatie op jezelf en de wereld: zoals aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, verkeersles en staatsinrichting; kunstzinnige oriëntatie: bijvoorbeeld muziek, tekenen en handvaardigheid; 2 lesuren bewegingsonderwijs: bijvoorbeeld gymlessen.
Op het vwo krijg je in de onderbouw (de eerste drie jaar) Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, techniek, kunstvakken en lichamelijke opvoeding.
Wanneer je uitgaat van de brede definitie, horen biologie en aardrijkskunde wel bij de exacte vakken. Dan worden namelijk alle natuurwetenschappen tot deze groep gerekend. Binnen de meer beperkte definitie vallen biologie en aardrijkskunde echter niet binnen de exacte wetenschap.
Geografie wordt wel " een brug tussen natuurwetenschappen en sociale wetenschappen " genoemd. De geschiedenis van de geografie als discipline omvat verschillende culturen en millennia, en is onafhankelijk ontwikkeld door diverse groepen, waarbij de invloeden van elkaar werden beïnvloed door de handel tussen deze groepen.
1. Natuurkunde
Aardrijkskunde is een moeilijk vak, waar je vaak veel stof voor moet leren. Toch weet je meestal al meer dan je zelf denkt. Het vak gaat ten slotte over de wereld waar we in leven.
De vijf belangrijkste thema's van de geografie zijn locatie, plaats, regio, beweging en interactie tussen mens en milieu .
Grofweg kun je zeggen dat er twee soorten aardrijkskunde zijn, sociale en fysische. Bij sociale geografie (=aardrijkskunde), gaat het over de mensen op de aarde, hoe ze leven en met elkaar omgaan. Bij fysische geografie gaat het over de aarde en natuur, hoe in elkaar zit en wordt opgebouwd en afgebroken.
Nederlands en rekenen/wiskunde zijn verplichte kernvakken. Verplichte vakken gericht op de brede ontwikkeling zijn oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs. Vanaf groep 7 krijgen kinderen Engels. Sommige basisscholen beginnen hier al eerder mee, soms al in de kleuterklas.
De geografie is onderverdeeld in twee hoofdtakken: de menselijke geografie en de fysische geografie . Daarnaast zijn er nog andere takken binnen de geografie, zoals de regionale geografie, de cartografie en de geïntegreerde geografie (ook wel milieugeografie genoemd).
De term 'kernvakken' omvat Engels, lezen of taalvaardigheid, wiskunde, natuurwetenschappen, vreemde talen, maatschappijleer en staatsinrichting, economie, kunst, geschiedenis en aardrijkskunde .
Hoewel de moeilijkste vakken per leerling verschillen, worden wiskunde (vooral B) en natuurkunde steevast genoemd als de moeilijkste havo-vakken, gevolgd door scheikunde en soms economie of geschiedenis, vanwege de vereiste abstracte denkvaardigheden, logica en opbouwende kennis. De moeilijkheid hangt af van het profiel en persoonlijke aanleg, maar de exacte vakken, zoals wiskunde, zijn vaak de grootste uitdaging.
Er zijn vier vakkenpakketten (profielen) voor het havo en vwo in de bovenbouw: Cultuur en Maatschappij (C&M), Economie en Maatschappij (E&M), Natuur en Gezondheid (N&G), en Natuur en Techniek (N&T). Deze profielen bepalen een deel van je vakkenpakket en bereiden je voor op verschillende studierichtingen, met een focus op respectievelijk creativiteit & cultuur, economie & maatschappij, gezondheid & biologie, of techniek & exacte vakken.
Ten tweede zijn de kennis en vaardigheden die je opdoet tijdens een studie geografie mogelijk niet direct overdraagbaar naar andere vakgebieden . Ten derde is het vakgebied geografie voortdurend in beweging door technologische vooruitgang en de ontwikkeling van nieuwe geografische trends en mondiale uitdagingen.
Wiskunde . Wiskunde wordt vaak beschouwd als een van de meest uitdagende vakken in het eindexamenprogramma.
Om een 9 te halen voor aardrijkskunde op GCSE-niveau is een grondig begrip van de leerstof, de beoordelingscriteria en de examenopzet vereist . Beheersing houdt in dat alle onderwerpen uitgebreid behandeld worden, dat geografische concepten goed begrepen worden en dat deze praktisch toegepast worden door middel van casestudies en veldwerk.
In welke richtingen zitten de slimste studenten? Het antwoord bevestigt het cliché: burgerlijk ingenieurs hebben gemiddeld het hoogste IQ. Bio-ingenieurs, wiskundigen, natuurkundigen en informatici staan op de tweede plaats.
Psychologie
Een bachelordiploma in de psychologie behoort tot de gemakkelijkste studierichtingen. Je kunt vaardigheden ontwikkelen die je kunt toepassen in uiteenlopende carrières, bijvoorbeeld in de counseling of marketing. Tijdens je bacheloropleiding psychologie volg je vakken zoals menselijke ontwikkeling, psychologische theorieën en onderzoek binnen de psychologie.
Geschiedenis, Rechtsgeleerdheid, Sociale Geografie & Planologie en Psychologie sluiten de rijen. Liberal Arts &Sciences wordt door vier verenigingen beschouwd als de meest makkelijke, Engelse Taal & Cultuur wordt door een meerderheid gezien als meest gemakkelijke opleiding.
Geografie is de studie van de vorm en kenmerken van het aardoppervlak, waaronder landen, vegetatie, klimaten en hoe mensen de hulpbronnen van de wereld gebruiken .
De geografie en verwante vakgebieden worden soms gezamenlijk aangeduid als de ruimtelijke wetenschappen. Aardrijkskunde is te onderscheiden van de aardwetenschappen, de verzamelnaam voor alle natuurwetenschappen die de planeet Aarde bestuderen.
Aardrijkskunde voor later
Voor een vervolgopleiding is aardrijkskunde geen verplicht vak, maar wel vaak gewenst.