In het Vlaamse Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) is er geen vast, universeel percentage (zoals "altijd 60% of meer") nodig om te slagen. Sinds de modernisering van het secundair onderwijs spreekt men vaker over de doorstroomfinaliteit (D-finaliteit). Wikipedia
Het leerlingenaandeel van het aso steeg tussen het schooljaar 2015-2016 en 2020-2021 van 41% naar 43% maar daalde daarna tot 37% in 2024-2025.
Leerlingen uit het ASO en TSO die via de examencommissie hun diploma secundair onderwijs proberen te halen, slagen daar minder goed in dan leerlingen uit het BSO. Dat blijkt uit cijfers die Groen-parlementslid Elisabeth Meuleman heeft opgevraagd bij Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).
Als je een c-attest haalt dan moet je meestal een jaar over doen(in ASO) of als de leerkrachten van je klas hebben gezien dat je echt wel je best deed heel het schooljaar(actief zijn in de klas, vragen stellen enzo) kan je normaalgezien naar een ander school gaan en daar TSO richting doen.
1) "In 2019 bedroeg het slaagpercentage voor alle examens in alle richtingen van de derde graad samen 60 procent." Wat hiermee bedoeld wordt, is dat voor slechts 60% van alle examens derde graad die in 2019 zijn afgelegd een score van 50% of meer is behaald.
Nee, met drie vijven ben je vrijwel zeker gezakt, omdat het Nederlandse examenstelsel strikte regels heeft (de kernvakkenregel en compensatieregel) die het compenseren van drie onvoldoendes onmogelijk maken, met uitzondering van een theoretische situatie met veel hogere cijfers in andere vakken. Je mag maximaal één 5 hebben voor kernvakken (Nl, En, Wiskunde) en er zijn strikte eisen voor compensatiepunten (hogere cijfers) en het gemiddelde van je eindcijfers.
In examenterminologie is het slaagpercentage of slaagcijfer het aantal kandidaten dat slaagt in verhouding tot het aantal deelnemers.
Aso wordt daarom door hen als moeilijkste onderwijsvorm geklasseerd, al verschillen de studierichtingen onderling. Volgens de bevraagde aso-leerlingen zijn wiskunde en wetenschappen moeilijker. Richtingen met veel wetenschappen en wiskunde worden daarom als hoger aanzien.
In het algemeen secundair onderwijs (aso) is B1-niveau vereist.
De normen in ASO liggen over het algemeen hoger dan in TSO, maar er zijn ook enkele studierichtingen in TSO met hoge normen.
1. Natuurkunde
Deze 7800 euro per jaar per assistent dient voor een kwalitatieve opleiding die door de stagemeester voorzien moet worden. Daarnaast krijgen ook de ziekenhuizen een bedrag om het "nieuwe ASO-contract" dat sinds 2021 in voege is te te betalen.
Nee, slagen met een 4.5 voor wiskunde is niet mogelijk. De compensatieregeling voor eindexamens in Nederland heeft een harde ondergrens van 5.0 voor elk eindcijfer. Dit betekent dat je kind, ongeacht hoe hoog de cijfers voor andere vakken zijn, niet kan slagen als het eindcijfer voor wiskunde een 4.5 of lager is.
'Wetenschappen-wiskunde wordt vandaag in de markt gezet als de moeilijkste richting.
Studierichtingen
In de derde graad kan de 6u-cursus Wiskunde – via het complementair gedeelte – nog uitgebreid worden tot 8u. In deze studierichting klimt het onderwijs in de wiskunde naar een vrij hoog niveau van algemeenheid en abstractie. Dit gebeurt via de deelvakken algebra, meetkunde, analyse, statistiek en kansrekening.
HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs) VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs), verdeeld in VWO-Atheneum en VWO-Gymnasium. In België ziet het middelbaar onderwijs er anders uit: ASO (Algemeen Secundair Onderwijs): Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse VWO en biedt een breed algemeen vormend curriculum.
ARTS-SPECIALISTEN IN OPLEIDING (ASO'S)
Sinds 2021 is er een geïntegreerde stage- en opleidingsovereenkomst geharmoniseerd over alle Belgische ziekenhuizen.
In het kort. Sinds schooljaar 2024-2025 krijg je nadat je het 6e jaar beroepssecundair onderwijs (6bso) hebt afgerond een diploma secundair onderwijs. Dat was voordien alleen mogelijk na het 7e jaar bso.
1. Geneeskunde: boeken, blokken en dagen van 12 uur. Geneeskunde is al jarenlang een van de populairste én zwaarste studies van Nederland. Studenten besteden gemiddeld 48 uur per week aan hun studie (Interstedelijk Studenten Overleg, 2020), wat ver boven het gemiddelde ligt.
45% van alle diploma's secundair onderwijs uitgereikt in het aso.
De moeilijkste hbo-opleidingen bevinden zich vaak in de technische en exacte hoek, met Toegepaste Wiskunde, Civiele Techniek, Technische Informatica, Chemie, en Elektrotechniek die regelmatig als zwaar worden bestempeld vanwege de combinatie van complexe theorie, veel wiskunde, programmeren, en intensief labwerk. Ook Biomedische Technologie, Werktuigbouwkunde, Bouwkunde, en beroepen zoals Accountancy en Fysiotherapie (vanwege de praktijkdruk) worden genoemd, net als Technische Natuurkunde.
Graden van verdienste (bachelor- of masteropleidingen)
Vanaf academiejaar 2020-2021 wordt het diploma toegekend met één van de volgende graden van verdienste op basis van het eindtotaal: voldoende wijze: eindtotaal van 50 tot 67 behaalde punten op 100. onderscheiding: eindtotaal van 68 tot 76 behaalde punten op 100.
Een gemiddelde van 7,5 is voldoende voor een cum laude diploma op de havo, maar niet op het vwo. Voor het vwo heb je minimaal een 8,0 nodig, terwijl vmbo-leerlingen al met een 7,0 in aanmerking komen voor deze onderscheiding.
Na het Calvijn College heeft het Ostrea Lyceum in Goes het hoogste slagingspercentage met 94,7 procent. Het Reynaertcollege staat dit jaar op de derde plaats met 94,1 procent. Hieronder zie je een overzicht met alle andere scholen.