Een tweede huis wordt in 2023 belast als vermogen in box 3, waarbij de WOZ-waarde (peildatum 1 januari 2022) wordt belast tegen een fictief rendement van 6,17% (in 2023) en een tarief van 32%. Bij aankoop betaalt u 10,4% overdrachtsbelasting. Huurinkomsten zijn onbelast, maar onderhoud is niet aftrekbaar. WM webministratie +3
Uw 2e woning hoort bij uw box 3-vermogen. U betaalt belasting over uw vermogen volgens de regels die daarvoor gelden. Als u uw 2e woning verhuurt, hoeft u de inkomsten uit de verhuur niet op te geven.
Een tweede huis valt in box 3 van de inkomstenbelasting, waarbij je vermogensrendementsheffing betaalt over de WOZ-waarde. In 2026 betaal je 36% belasting over het fictieve rendement, na aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357 voor alleenstaanden of €118.714 voor fiscale partners.
Hoeveel huizen mag je privé bezitten? Er is geen wettelijk maximum. Je mag meerdere huizen bezitten, zolang je aan alle regels voldoet.
Tweede verblijf aangeven is anders dan bij gezinswoning
Je gezinswoning hoef je niet aan te geven in je jaarlijkse belastingaangifte. Behalve dan als je een deel van je woning voor je beroep gebruikt. Bij een tweede verblijf is dat dus anders en volstaat het jaarlijks betalen van de onroerende voorheffing niet.
De verzekeringskosten voor een tweede woning lopen vaak vrij hoog op. Aan een tweede woning zijn onderhoudskosten verbonden. De belastingsdruk bij een tweede verblijf ligt aanzienlijk hoger. Uw erfgenamen zullen bij overlijden successierechten moeten betalen.
Als je € 200.000 spaargeld hebt, betaal je alleen belasting over het deel boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357. Dat is € 140.643. De Belastingdienst rekent in 2026 hierover een fictief rendement van 1,28% en daarna 36% belasting. Je betaalt dan ongeveer € 648.
In 2026 kun je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afsluiten voor woningen met een maximale aankoopprijs van: €470.000, inclusief eventuele verbouwingskosten. €498.200 als je het extra bedrag volledig besteedt aan energiebesparende maatregelen in je huis.
U bent als eigenaar van een tweede verblijf niet verplicht akkoord te gaan met de belasting die de gemeente u oplegt. U kunt een bezwaarschrift tegen die belasting indienen. Een bezwaarschrift is weinig meer dan een aangetekende brief gericht aan de gemeente waarin u bezwaar aantekent tegen de taks.
Als iemand bij je is ingeschreven, kan dit financiële gevolgen hebben voor toeslagen (huur-, zorg-) en gemeentelijke belastingen, omdat het inkomen en huishouden van de medebewoner worden meegeteld, waardoor deze kunnen dalen. Daarnaast zijn er mogelijke risico's op het gebied van aansprakelijkheid (bv. schulden), verplichte toestemming van verhuurder/hypotheekverstrekker, en kan het leiden tot extra kosten en privacyverlies. De persoon zelf heeft ook rechten en plichten, maar kan ook problemen krijgen met eigen toeslagen of documenten als de inschrijving niet correct is.
Huis verhuren is minder rendabel door een combinatie van strengere regelgeving (zoals de Wet Betaalbare Huur), hogere kosten (rente, belastingen in box 3), en de beperking van huurverhogingen, waardoor het netto rendement daalt en beleggers hun woningen vaker verkopen, wat het woningtekort verder vergroot en het minder aantrekkelijk maakt voor nieuwe investeerders.
De Belastingdienst geeft aan dat dit niet kan. Fiscale partners kunnen maar één eigen woning/hoofdverblijf hebben.
Eén van de meest voor de hand liggende manieren om minder belasting te betalen, is door je vermogen onder de heffingsvrije grens te houden. Voor 2026 is deze grens vastgesteld op € 59.357 per persoon. Als je vermogen op de peildatum (1 januari 2026) onder dit bedrag bleef, betaal je geen vermogensbelasting in box 3.
Belangrijk verschil met de eigen woning
Een tweede woning valt namelijk niet in box 1 (inkomen uit werk en woning), maar in box 3 (vermogen). Dat betekent dat je geen directe belasting betaalt over de winst bij verkoop, maar dat de waarde van de woning meetelt in je vermogen.
Verkopen of verhuren
Is verhuren in 2026 nog rendabel? Het antwoord is een voorzichtige "ja", maar niet meer op de automatische piloot. Verkopen levert je nu geld op, maar door inflatie wordt dat geld op de bank snel minder waard.
Stel je voor dat je jouw woning verkoopt voor 350.000 euro en je hypotheek bedraagt nog 200.000 euro. Dan kom je uit op een overwaarde van 150.000 euro. In 2027 blijft deze overwaarde in eerste instantie belastingvrij als je de opbrengst gebruikt voor de aankoop van een nieuwe woning.
Box 3-stelsel vanaf 2028
Volgens dat wetsvoorstel wordt het eigen gebruik van een tweede woning forfaitair belast tegen een percentage van circa 3,35% over de WOZ-waarde, de zogenoemde bruto 'vastgoedbijtelling'.
Aftrek voorkoming dubbele belasting
Dan geeft u in uw belastingaangifte alle inkomsten aan (wereldinkomen). Om te voorkomen dat u daardoor in meerdere landen belasting moet betalen, heeft u in Nederland recht op een vermindering van de verschuldigde inkomstenbelasting. Dit heet aftrek voorkoming dubbele belasting.
Dient u deze aangifte niet of niet tijdig in, of is uw aangifte onjuist, onvolledig of onnauwkeurig, dan zal u ambtshalve worden belast met een verhoging van 25% van de verschuldigde belasting. De belasting bedraagt 1.000 euro per tweede verblijf.
Of €30.000 overbieden veel is, hangt sterk af van de vraagprijs en locatie: bij een huis van €300.000 is 10% (€30k) veel, terwijl het bij een huis van €600.000 (5%) in een populaire buurt vaak normaal is en zelfs 10-15% (tot €90k) voorkomt in de huidige oververhitte markt, vooral in de Randstad. Het is dus essentieel om de regionale markt te kennen en je maximum te bepalen, aangezien 5-10% overbieden vaak nodig is.
AOW-uitkering gaat omhoog
De uitkeringsbedragen voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) stijgen per 1 januari 2026, doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon.
Voor 2027 verwachten economen een verdere, maar afvlakkende stijging van de huizenprijzen in Nederland, met prognoses rond de 4% tot 5,5% groei, gedreven door een blijvend woningtekort en inkomensgroei, hoewel de betaalbaarheid uitdagend blijft, vooral voor starters, en een gemiddelde woning rond de €575.000 kan kosten.
Ja, € 50.000 spaargeld is zeker veel, want het is meer dan de helft van de Nederlanders heeft, en zelfs boven het gemiddelde van de Nederlandse huishoudens in 2024, hoewel het wel een groot verschil maakt tussen gemiddelde (hoger) en mediaan (lager) spaargeld; het biedt een solide buffer en de mogelijkheid om te investeren, in plaats van alleen maar te sparen.
Het fictieve rendement op spaargeld is voor fiscaal jaar 2026 voorlopig vastgesteld op 1,28%. Voor fiscaal jaar 2025 was dat 1,44%. In zowel 2025 als 2026 is de spaartaks 36%. In 2026 betaal je over 1,28% van je spaargeld boven de heffingsvrije grens (€ 59.357 per fiscaal partner), dus 36% spaartaks.
Als je meer dan € 100.000 op de bank hebt, is het belangrijk om te weten dat het Depositogarantiestelsel maar tot € 100.000 per persoon per bank beschermt bij een faillissement; het bedrag daarboven is onbeschermd, dus je kunt het beste spreiden over meerdere banken. Ook kan inflatie je spaargeld aantasten, en sommigen betalen negatieve rente, dus spreiden is ook slim om rente te ontvangen en vermogensbelasting te beperken.