Klik op het werkblad in de cel waarin u de formule wilt invoeren. Typ een gelijkteken ( = ) gevolgd door de constanten en operatoren die u in de berekening wilt gebruiken. U kunt zo veel constanten en operatoren in een formule invoeren als u nodig hebt, tot 8192 tekens.
Voor een eenvoudige formule hoeft u alleen het gelijkteken te typen, gevolgd door de numerieke waarden die u wilt berekenen en de wiskundige operatoren die u wilt gebruiken: het plusteken (+) om op te tellen, het minteken (-) om af te trekken, het sterretje (*) om te vermenigvuldigen en de schuine streep (/) om te ...
In Excel kunt u een getal kwadrateren met de functie voor machtsverheffing, die wordt gerepresenteerd door het symbool ^ (dakje). Gebruik de formule =N^2, waarin N een getal is of de waarde van de cel die u wilt kwadrateren.
Formules in Excel kunnen een combinatie van waarden, celverwijzingen, functies en operators gebruiken om een berekening uit te voeren. De formule =A1 + B1 telt bijvoorbeeld de waarden in de cellen A1 en B1 op, terwijl de formule =SUM(A1:B10) de waarden in de cellen A1 tot en met B10 optelt.
De OF-functie in Excel controleert of bepaalde voorwaarden WAAR zijn. Deze wordt gebruikt voor logische tests en kan tot 255 voorwaarden verwerken. De syntaxis van de functie is =OR(logisch1, [logisch2], …) . Deze wordt vaak gecombineerd met andere functies zoals ALS en EN voor complexe besluitvormingsprocessen.
De functie SOM voegt waarden toe. U kunt afzonderlijke waarden, celverwijzingen, celbereiken of een combinatie van deze drie optellen. Bijvoorbeeld: =SOM(A2:A10) Telt de waarden in cellen A2:10 op.
AutoSom gebruiken
Selecteer een cel naast de getallen die u wilt optellen, selecteer AutoSom op het tabblad Start , druk op Enter (Windows) of Return (Mac), en dat is alles! Wanneer u AutoSom selecteert, voert Excel automatisch een formule in (die gebruikmaakt van de functie SOM) om de getallen op te tellen.
Machten zijn een vorm van rekensommen die te maken hebben met vermenigvuldigen. Je vermenigvuldigt het getal een aantal keer met zichzelf. Een voorbeeld daarvan is dus dat 5 2 hetzelfde is als 5 x 5 = 25. Het getal 2 wordt hier dan ook wel de exponent genoemd.
Gebruik de functie AANTAL om het aantal gegevensitems vast te stellen in een numeriek veld binnen een bereik of een matrix met getallen. U kunt bijvoorbeeld de volgende formule invoeren om het aantal getallen in het bereik A1:A20 te tellen: =AANTAL(A1:A20).
Selecteer op het werkblad de cel waarin u de formule wilt invoeren. Typ het = (gelijkteken) gevolgd door de constanten en operatoren (maximaal 8192 tekens) die u in de berekening wilt gebruiken . Voor ons voorbeeld typt u =1+1.
Beschrijving. De functie PRODUCT vermenigvuldigt alle getallen die als argumenten worden gegeven en retourneert het product. Als de cellen A1 en A2 bijvoorbeeld getallen bevatten, kunt u de formule =PRODUCT(A1, A2) gebruiken om deze twee getallen samen te vermenigvuldigen.
Hoe kan ik een rekenmachine toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang in Excel? Om een rekenmachine toe te voegen, gaat u naar Bestand > Opties > Werkbalk Snelle toegang. Selecteer in het dropdownmenu onder 'Kies opdrachten uit' de optie Opdrachten die niet in het lint staan. Zoek en selecteer Rekenmachine en klik vervolgens op Toevoegen om deze toe te voegen aan de werkbalk Snelle toegang.
Antwoord: 1/4 tot de macht 2 is 1/16 of 0,0625 . Laten we de gegeven vraag oplossen door de exponentregels te gebruiken. Hierbij is 2 de macht van de uitdrukking en 1/4 wordt de basis genoemd. ⇒ 1/4 × 1/4 = 1/16 of 0,0625.
Met machten van 10 worden alle machten die 10 als grondgetal hebben bedoeld. Dus 104, 10-6, 1040, enzovoort.... Deze machten worden hier speciaal behandeld, omdat ze heel vaak voorkomen. Niet alleen bij wiskunde, maar ook bij natuurkunde en scheikunde.
Machten kan je meestal niet optellen, behalve als het gelijksoortige termen zijn. Dat wil zeggen met hetzelfde grondtal en dezelfde exponent. x+x2+x3 kan je niet korter opschrijven omdat het geen gelijksoortige termen zijn. 2x2+3x2−x2 kan je schrijven als 4x2 omdat het hier gaat om gelijksoortige termen.
Een formule begint altijd met het gelijkteken (=). Excel voor het web interpreteert de tekens die het gelijkteken volgen als een formule. Na het gelijkteken komen de elementen die moeten worden berekend (de operanden), zoals constanten of celverwijzingen.
Prijs exclusief BTW berekenen in Excel
Stel je hebt de volgende gegevens: Dan vul je bij BTW-bedrag (cel D2) de volgende formule: =(E2/1,21)*0,21.
In Excel heet de functie waarmee u automatisch algemene formules kunt berekenen met geselecteerde gegevens Snelle analyse . Deze tool verschijnt wanneer u een gegevensbereik selecteert en biedt direct opties zoals som, gemiddelde en andere berekeningen.
Voor eenvoudige formules typt u gewoon het isgelijkteken gevolgd door de numerieke waarden die u wilt berekenen en de wiskundige operatoren die u wilt gebruiken : het plusteken (+) om op te tellen, het minteken (-) om af te trekken, het sterretje (*) om te vermenigvuldigen en de schuine streep (/) om te delen.
De operatoren kun je bijvoorbeeld als volgt toepassen =ALS(A1<>0;”Goed”;”Fout”). Deze formule retourneert 'Goed' als de waarde in cel A1 niet gelijk is aan 0. Op het moment dat de waarde wel gelijk is aan 0, dan retourneert de formule 'Fout'.