De ALS-formule in Excel controleert of aan een gestelde voorwaarde wordt voldaan en geeft één waarde terug als het WAAR is, en een andere waarde als het ONWAAR is. De basisstructuur is =ALS(logische_test; waarde_als_waar; waarde_als_onwaar). Het is de ideale functie om data te classificeren, bijvoorbeeld: =ALS(A1>100; "Bonus"; "Geen bonus"). Microsoft Support +3
Gebruik de functie ALS, een van de logische functies, om één waarde te retourneren als een voorwaarde waar is en een andere waarde als de voorwaarde onwaar is. Bijvoorbeeld: =ALS(A2>B2;"Budget overschreden";"OK") =ALS(A2=B2;B4-A4,"")
Met de formule =SOM. ALS(B2:B5; "John"; C2:C5) telt u alleen de waarden in het bereik C2:C5 op wanneer de overeenkomende cellen in het bereik B2:B5 gelijk zijn aan "John".
Gebruik de ALS-functie, een van de logische functies, om een waarde terug te geven als een voorwaarde waar is en een andere waarde als deze onwaar is . Bijvoorbeeld: =ALS(A2>B2,"Boven budget,"OK") =ALS(A2=B2,B4-A4,"")
De functie ALS. VOORWAARDEN controleert of aan een of meer voorwaarden wordt voldaan en geeft als resultaat een waarde die overeenkomt met de eerste WAAR-voorwaarde. ALS. VOORWAARDEN kan de plaats innemen van meerdere geneste ALS-instructies en is voor meerdere voorwaarden veel makkelijker te lezen.
Je kunt de functies AND, OR, NOT en IF gebruiken om voorwaardelijke formules te maken . De IF-functie gebruikt bijvoorbeeld de volgende argumenten: logical_test: De voorwaarde die je wilt controleren. value_if_true: De waarde die moet worden geretourneerd als de voorwaarde waar is.
EN – =ALS(EN(Iets is waar, iets anders is waar), waarde indien waar, waarde indien onwaar) OF – =ALS(OF(Iets is waar, iets anders is waar), waarde indien waar, waarde indien onwaar)
De functiewizard van Excel zegt het volgende over deze formule: AANTAL. ALS(bereik;criterium): Telt het aantal niet-lege cellen in een bereik die voldoen aan het opgegeven criterium.
Enkele van de meestgebruikte sneltoetsen zijn: F1 voor het weergeven van help of de Office-assistent, F2 om de actieve cel te bewerken, F3 om een naam of functie in een formule te plakken en F4 om de laatste actie te herhalen. Met F5 kunt u naar een cel gaan of gegevens zoeken, met F6 kunt u tussen vensters schakelen en met F7 kunt u de spelling controleren.
Tip: Indien gewenst kunt u de criteria toepassen op één bereik en de overeenkomstige waarden in een ander bereik optellen . De formule =SUMIF(B2:B5, "John", C2:C5) telt bijvoorbeeld alleen de waarden in het bereik C2:C5 op, waar de overeenkomstige cellen in het bereik B2:B5 gelijk zijn aan "John".
Werken met de functie ALS
Je kunt de functie ALS. FOUT gebruiken om fouten in een formule af te handelen. ALS. FOUT geeft als resultaat een waarde die je opgeeft als een formule een fout oplevert, anders wordt het resultaat van de formule geretourneerd.
Wanneer gebruik je dan en wanneer als? Dan komt na een vergrotende trap en na anders en ander(e): groter dan, kleiner dan, anders dan. Als komt na vergelijkingen met zo en even: zo groot als, even klein als.
Om te controleren of een cel tekst bevat, selecteert u de uitvoercel en gebruikt u de volgende formule: =ALS(ISTEXT(cel), waarde_die_wordt_geretourneerd, "") . In ons voorbeeld is de cel die we willen controleren A2 en de retourwaarde is Ja. In dit scenario wijzigt u de formule in =ALS(ISTEXT(A2), "Ja", "").
Wanneer u elk van deze functies afzonderlijk met een ALS-instructie combineert, zien ze er als volgt uit: EN – =ALS(EN(iets is waar, iets anders is waar), waarde indien waar, waarde indien onwaar) OF – =ALS(OF(iets is waar, iets anders is waar), waarde indien waar, waarde indien onwaar)
In de Nederlandstalige versie van Excel doet Ctrl+T twee dingen: het maakt een officiële Excel-tabel van je gegevens (inclusief opmaak, filters, etc.) als je data geselecteerd is, en het toont of verbergt alle formules in het werkblad, waarbij het wisselt tussen de resultaten en de formules zelf. De 'T' staat hier voor 'Toggle', ofwel schakelen tussen weergaven.
Klik op het werkblad in de cel waarin u de formule wilt invoeren. Typ een gelijkteken ( = ) gevolgd door de constanten en operatoren die u in de berekening wilt gebruiken.
Een secundaire as aan een grafiek toevoegen of hieruit verwijderen in Excel
Met INDIRECT kunt u binnen een formule de verwijzing naar een cel wijzigen, zonder de formule zelf te wijzigen.
Gegevens combineren in Excel met behulp van de functie CONCAT
Als u de werkelijke waarde in plaats van de formule van de cel naar een ander werkblad of een andere werkmap wilt kopiëren, kunt u de formule in de cel als volgt converteren naar de bijbehorende waarde: Druk op F2 om de cel te bewerken. Druk op F9 en druk vervolgens op Enter.
De IF (ALS) functie in Excel voert een logische vergelijking tussen twee waarden uit. Het resultaat van de IF functie is TRUE (WAAR) of FALSE (ONWAAR). We kunnen bijvoorbeeld testen of de waarde in cel B2 groter is dan de waarde in cel A2.