De wereldgezondheidsraad (WHO) adviseert om in elk geval de eerste zes maanden borstvoeding te geven. Borstvoeding bevat naast alle noodzakelijke voedingsstoffen namelijk ook antistoffen die het immuunsysteem van je baby ondersteunen. Als verloskundigen onderschrijven wij dit advies daarom van harte.
Hoe langer je borstvoeding geeft, hoe groter het gezondheidsvoordeel voor mama en kind . Ook op lange termijn is het belang van borstvoeding ter preventie van chronische aandoeningen aangetoond. Daarom wordt wereldwijd aanbevolen om 6 maanden uitsluitend borstvoeding te geven.
Alle kinderen samen verloren gemiddeld de bescherming door maternale antistoffen op 2,61 maanden. Kinderen van moeders die mazelen hadden gehad, verloren hun maternale bescherming gemiddeld op 3,78 maanden en kinderen van gevaccineerde moeders gemiddeld op 0,97 maanden.
Voordelen van borstvoeding voor de baby
zijn beter beschermd tegen infecties. De moeder geeft antistoffen door via de moedermelk en verhoogt daarmee de weerstand van de baby. Door deze bescherming komen borstvoedingsbaby's minder vaak op een kinderafdeling terecht dan baby's die kunstvoeding krijgen.
Het is ideaal als de borstvoedingsrelatie blijft bestaan totdat de baby er geen behoefte meer aan heeft. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert moeders hun kind tot zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om dit te doen tot een kind 2 jaar is. Het geven van borstvoeding gedurende de eerste twee jaar helpt bij de ontwikkeling van de hersenen, zorgt voor optimale groei, bevordert de schoolprestaties en verkleint het risico op diabetes en obesitas op latere leeftijd.
De hoeveelheid sIgA in rijpe moedermelk is minder dan in colostrum. Maar omdat je baby veel meer moedermelk binnenkrijgt dan colostrum, waar hij maar hele kleine beetjes van drinkt, krijgt hij toch net zoveel antistoffen binnen. Wat cijfers: een volwassen vrouw van 65 kg produceert voor zichzelf 2,5 gram sIgA.
Borstvoeding geven is vermoeiend: niet waar
Tijdens het geven van borstvoeding komt het hormoon oxytocine vrij. Hierdoor voelen moeders die borstvoeding geven zich vaak rustiger. Een voedingsmoment is dan tevens rustmoment. Ook baby's die geen borstvoeding krijgen, moeten gevoed worden.
Een baby krijgen kan betekenen dat je je aan veel veranderingen in je levensstijl moet aanpassen, maar als je je er eenmaal klaar voor voelt, zou dat je er niet van moeten weerhouden om je fitnessdoelen na te streven! Als moeder die borstvoeding geeft, zul je genieten van de vele voordelen van lichaamsbeweging, waaronder het opbouwen van fysieke kracht, het verliezen van zwangerschapsgewicht en het verbeteren van je mentale welzijn.
Verschillende stoffen in moedermelk vallen ziekteverwekkers aan die zich in de darmen bevinden. De bekendste en belangrijkste zijn de antistoffen (Immunoglobuline A oftewel IgA). Deze antistoffen zijn van een ander type dan de antistoffen die een baby uit de baarmoeder meekrijgt (IgG).
Het immuunsysteem van een baby rijpt pas als ze tussen de twee en drie maanden oud zijn. Voor directe bescherming worden de antilichamen van de moeder gedeeld met de baby via de placenta, direct na de geboorte en via borstvoeding.
Baby's krijgen voor de eerste vijftien levensweken afweerstoffen van hun moeder mee, maar alleen tegen infecties die moeder zelf had. Een pasgeborene is dus tegen sommige infecties goed beschermd en tegen andere niet.
Als uw bloedgroep Rhesus D negatief of Rhesus C negatief is, kan uw lichaam antistoffen gaan aanmaken tegen het bloed van uw kindje. Tijdens de zwangerschap kan bloed van het kind in het bloed van de moeder komen. Bij de geboorte is de kans dat dit gebeurt zelfs vrij groot.
Kinderen die nooit borstvoeding kregen hebben 11% meer kans op leukemie dan kinderen die ooit borstvoeding kregen, ongeacht de duur ervan. Mogelijk bevat moedermelk bepaalde antistoffen die een gunstig effect hebben op het spijsverteringsstelsel van de baby.
In Nederland krijgt op dit moment slechts 20-25% van de baby's op 6 maanden uitsluitend borstvoeding. Uit kwantitatief onderzoek is gebleken dat 'pijn', 'werk' en 'te weinig melk' de belangrijkste redenen zijn om te stoppen met het geven van borstvoeding.
Voordelen van borstvoeding voor de baby
zijn beter beschermd tegen infecties. De moeder geeft antistoffen door via de moedermelk en verhoogt daarmee de weerstand van de baby. Door deze bescherming komen borstvoedingsbaby's minder vaak op een kinderafdeling terecht dan baby's die kunstvoeding krijgen.
Teveel bijvoeding kan ook bij een baby ouder dan zes maanden zorgen voor een te harde groei. Normaal gesproken zal een borst- gevoede baby vanaf dat hij vast voedsel krijgt minder aankomen. Groenten en fruit bevatten minder calorieën dan moedermelk.
Jouw voeding tijdens de borstvoeding
Wanneer je borstvoeding geeft aan uw jouw "kleintje" is een gezonde en evenwichtige voeding essentieel voor jullie beiden. Waarschijnlijk zal je meer honger hebben dan normaal, want jouw lichaam verbruikt meer calorieën terwijl je borstvoeding geeft.
Melkvoeding blijft tot ongeveer 1 jaar de belangrijkste bron van voedingsstoffen. Als je borstvoeding geeft, past de samenstelling van de moedermelk zich vanzelf aan aan de ontwikkelingsfase en behoefte van je kind. Geef je kunstvoeding, dan stap je na zes maanden over op opvolgmelk.
De productie van moedermelk vraagt extra energie. Vrouwen die borstvoeding geven hebben ongeveer 500 kilocalorieën per dag extra nodig. Daarbij is gevarieerd eten belangrijk om voldoende van alle voedingsstoffen binnen te krijgen.
Rond de leeftijd van een jaar gunnen baby's zichzelf weinig tijd om te eten. Juist dan is borstvoeding een gezond extraatje, dat er voor zorgt dat je baby voldoende voedingsstoffen binnen krijgt als hij weinig andere dingen eet.
Bij de geboorte kreeg je baby antistoffen van jou mee, maar na 4 tot 6 maanden zijn de antistoffen die je kleintje meekreeg bij de bevalling uitgewerkt. Het immuunsysteem van je kindje moet zelf leren om antistoffen aan te maken. Op deze manier ontwikkelt het immuunsysteem van je baby zich.
Postpartum hormonale aanpassingen. Na de bevalling vinden er nog steeds hormonale veranderingen plaats in het lichaam, vooral tijdens de periode van borstvoeding. Deze hormonen kunnen van invloed zijn op de zweetproductie en de geur van het zweet.