Zullen gebruik je wel als je een voorstel doet (Zullen we vanmiddag even overleggen?) of als je een waarschijnlijkheid uitdrukt – je combineert het dan vaak met wel (De getallen zullen wel kloppen).
zullen – je zult – zul je. Deze vormen zijn ook correct, maar ze zijn nogal informeel.
Het werkwoord zullen is een bijzonder werkwoord. Het is een zogenoemd 'modaal werkwoord', wat inhoudt dat het vooral iets zegt over de intentie van de zin. Andere modale werkwoorden zijn hoeven, kunnen, moeten, mogen en willen.
Enkele voorbeelden: Volgende week zullen de winnaars bekend worden gemaakt. Hopelijk zal de nieuwe gemeenteraad snel maatregelen nemen. De trein naar Vlissingen zal om 15.43 aankomen op spoor 6.
Met het hulpwerkwoord zullen zetten we een zin in de toekomende tijd: “We zullen naar huis gaan.”
Wil je bondiger schrijven, vermijd dan de werkwoorden zullen en gaan. Deze maken een tekst vaak omslachtiger dan nodig is. Als je weleens feedback krijgt dat je tekst zo lang of moeilijk leesbaar is, kan het zeker lonen om eens te kijken hoe je deze werkwoorden gebruikt.
Standaardtaal in het hele taalgebied is zullen of de tegenwoordige tijd.
Hij belt je later vanavond. Ze verhuizen uiteindelijk naar een groter huis. Ik ga dit weekend waarschijnlijk naar het strand. Zij komt misschien vanavond naar het feest.
Wij worden / zullen: wir werden. Jullie worden / zullen: ihr werdet. Zij worden / zullen: sie werden. U wordt / zal: Sie werden.
Het woord zullen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
(zal, zou, zoude). als trefwoord met bijbehorende synoniemen: zullen (ww) : mogen, moeten, dienen, hebben.
Gebruik wij als er nadruk op ligt: 'Wij zijn verantwoordelijk voor de juiste afhandeling van klachten. ' Gebruik we als er niet zo veel nadruk ligt op het woord: 'Zoals we hebben afgesproken', 'Als u graag gebeld wilt worden, nemen we contact met u op. '
De hulpwerkwoorden van modaliteit of modale hulpwerkwoorden zijn: zullen, kunnen, mogen, moeten, willen. Ze geven, globaal gezegd, aan of het hoofdwerkwoord als wenselijk, mogelijk, waarschijnlijk (enz.) gezien wordt.
Zullen is used as an auxiliary verb for the future tense. This means it always precedes (supports) another verb. When a past participle acts as an auxiliary for another verb, it turns into an infinitive.
Het werkwoord willen geven we in de derde persoon enkelvoud geen -t: hij wil, wil hij. De vorm hij wilt* (of wilt hij*) is niet correct.
De correcte spelling is mocht.
Vervoeging van het werkwoord mogen: ik mag, jij mag, wij mogen. ik mocht, wij mochten. ik heb gemogen.
Je zult en je zal zijn allebei correct.
In Nederland wordt je zal informeler gevonden dan je zult. In België wordt het gebruik van je zal niet als informeler beschouwd.
'Will be' wordt gebruikt om te verwijzen naar acties die in de toekomst zullen plaatsvinden, waarvan de specifieke tijd onbekend is . Het wordt gebruikt als hulpwerkwoord om de simple future tense aan te duiden.
Morgen gaat het regenen (dat zal het zijn)Ze zal te laat zijn (dat zal ze..)Hij zal ons later helpen (dat zal ze..)We gaan in september trouwen (dat zullen we doen)
Het woord zouden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
In Nederland komt gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd vooral voor in spreektaal, in België is het gebruik algemener. Als gaan niet mogelijk is, gebruiken we in de standaardtaal zullen of de tegenwoordige tijd om naar de toekomst te verwijzen.
Vervoeging: ik zal, je zult / je zal, u zult / u zal, hij zal, wij zullen. ik zou, wij zouden.