Gemiddeld heeft een rolstoel een zitbreedte van 45 cm en een totale breedte van 60 cm. Natuurlijk hoe breder de zitbreedte ook hoe breder de rolstoel wordt. Maar bij een gemiddelde deur van 90 cm is er nog ruim voldoende ruimte over om doorgang te vinden.
Om door een buitendeur te kunnen passeren met een rolstoel of met een begeleider, is de deuropening bij voorkeur 90 cm breed. Een breedte van 85 cm is soms voldoende maar maakt het binnenrijden minder vlot, en vergroot de kans dat er tegen de deurstijl gereden wordt.
Over het algemeen heeft een standaard rolstoel gemiddeld een zitbreedte van 55 centimeter, een diepte van 100 centimeter en een hoogte van 85 centimeter. Deze afmetingen zijn wel afhankelijk van het type rolstoel en kunnen daardoor flink afwijken.
De zitbreedte van een rolstoel
Dus niet tussen de buizen meten en ook niet hart op hart meten. Voor een passende zitbreedte meet u uw heupbreedte en voegt u, afhankelijk van het type rolstoel, twee tot vier centimeter extra ruimte toe. Dit is dan een passende zitbreedte rolstoel.
Gemiddeld heeft een rolstoel een zitbreedte van 45 cm en een totale breedte van 60 cm. Natuurlijk hoe breder de zitbreedte ook hoe breder de rolstoel wordt. Maar bij een gemiddelde deur van 90 cm is er nog ruim voldoende ruimte over om doorgang te vinden.
Standaard breedtes van rolstoelen
Smalle rolstoelen hebben een zitbreedte van ongeveer 40-45 cm en zijn ideaal voor kleine en smalle personen.
De breedte die een persoon met een rolstoel nodig heeft om rechtdoor te kunnen rollen is 90cm. Voor een grote zaak waar meerdere klanten tegelijkertijd aanwezig zijn en elkaar moeten passeren zijn paden van 120-180cm aan te bevelen. Een persoon in een scootmobiel heeft doorgaans 90 x 150cm nodig.
De minimale doorgang voor een rolstoelgebruiker moet 90 centimeter zijn. Het is echter aan te raden om te kiezen voor een doorgang met een breedte van minstens 120 centimeter. Deze extra ruimte zorgt voor meer comfort en geeft passanten de mogelijkheid om langs te lopen.
De gangbare norm hiervoor is minimaal 120 x 120 cm, maar vaak is dit niet voldoende voor rolstoelgebruikers. Er wordt dan ook aangeraden om een douche van 150 x 150 cm te voorzien. Op die manier kan de gebruiker zich voldoende manoeuvreren en zijn of haar rolstoel op een veilige afstand van het douchegedeelte parkeren.
De afmetingen van ten minste 1,05 m bij 1,35 m waarborgen de rolstoeltoegankelijkheid van de personenlift. Het tweede lid geeft een aanvullende eis voor woongebouwen met een toegankelijkheidssector én meer dan zes woningen.
Waarmee rekening houden? Bij de keuze voor een tafel is het van belang dat de vrije hoogte onder de tafel minimaal 70cm is tot het onderstel, dus niet de onderkant van het blad. In de ideale situatie is een tafel in hoogte instelbaar of verstelbaar (handmatig of elektrisch) waardoor dit criterium altijd bereikt wordt.
De vrije breedte is dan niet ten minste 0,85 m maar 1,2 m. De in het eerste lid genoemde breedte van 0,85 m, die ook voor een doorgang geldt (zie artikel 4.22), is in principe voldoende voor een rolstoelgebruiker om zich zelfstandig (op handkracht) te kunnen voortbewegen.
Voor een rolstoel is een manoeuvreerruimte van minimaal 1,50 bij 1,50 m nodig.
De breedte van de vrije doorgang van een toegang moet minimaal 0,85 m zijn. De vrije hoogte van de vrije doorgang moet minimaal 2,1 m zijn.
De draaicirkel van een rolstoel is 150 centimeter en dat is dan ook de ruimte die in de richtlijn voor een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangehouden als extra ruimte naast de standaard plek.
Vrije doorgang is een veelgebruikte term als het gaat over de toegankelijkheid en bereikbaarheid bij calamiteiten. Het gaat dan zowel om de hoogte en breedte van deuropeningen (doorgangen) als de hoogte en breedte van ruimten waardoor een vlucht- of verkeersroute loopt.
Regels voor vervoer rolstoelen, rollators enz.
Reizigers met een kinderwagen, buggy of rollator moeten plaatsmaken voor een reiziger met rolstoel. Rolstoelgebruikers hebben altijd voorrang op het gebruik van deze plaats.
Vrije ruimte. De minimale 36″ doorlopende vrije breedte van toegankelijke routes kan worden teruggebracht tot 32″ op punten, zoals deuropeningen, voor een maximale afstand van 24″ . Er is meer vrije ruimte nodig voor 180 graden bochten rond smalle obstakels en voor rolstoeldraairuimte.
Er moet een minimale vrije openingsbreedte zijn van 840 mm . Idealiter moet de deuropening 900 mm breed zijn. Er moet een vrije ruimte zijn van minimaal 300 mm tussen de openingsrand van de deur en het dichtstbijzijnde obstakel aan de zijkant, bijvoorbeeld een muur. Drempels van buitendeuren moeten vlak zijn.
Antwoord: Het voetpad is minimum 1m breed. Langs obstakels is er steeds minimum 1m breedte vrije doorgang. Antwoord: Het voetpad is minimum 1.50m breed.
De hal speelt een sleutelrol in de toegankelijkheid van uw woning. Een vuistregel voor deze ruimte is dat de afmetingen minimaal anderhalve meter bij anderhalve meter moeten bedragen. Die ruimte hebt u minimaal nodig om met een rolstoel een draai te kunnen maken.
Zet de rolstoel recht voor het obstakel en druk met de voet op één van de steuntjes achter op de rolstoel. Laat de voorwielen rustig iets omhoog komen. Duw de achterwielen vooruit tot u de voorwielen over de drempel weer op de grond kan laten komen en rijdt over de drempel.
Een gehandicaptenvoertuig is een voertuig voor mensen met een handicap. Het is niet breder is dan 1,10 meter.