De inleiding is het eerste deel van je werkstuk en dient als introductie voor de lezer. Hierin leg je uit waar je werkstuk over gaat, waarom je voor dit onderwerp hebt gekozen en wat je hoofdvraag is. Een goede inleiding wekt interesse en geeft de lezer een idee van wat hij of zij kan verwachten.
Hoewel de inleiding traditioneel volgt na de inhoudsopgave, dient deze keuze een doel: het stelt de lezer in staat om een overzicht te krijgen van de structuur van het document voordat ze in de diepte van het onderwerp duiken.
Een aanleiding is datgene wat je heeft geïnspireerd tot een onderzoek naar je scriptieonderwerp. Meestal vormt je aanleiding het eerste onderdeel van je inleiding.
Een inleiding schrijven
Het moet wat achtergrondinformatie geven over het specifieke probleem of de kwestie die u aanpakt, en moet uw antwoord duidelijk schetsen . Afhankelijk van uw faculteit of school kan 'uw antwoord' worden aangeduid als uw positie, bewering, stelling of hoofdargument.
In een nawoord wordt vaak teruggeblikt op het schrijf- en onderzoeksproces. Hierin geef je aan wat je hebt geleerd, welke uitdagingen je bent tegengekomen en in hoeverre je persoonlijke leerdoelen zijn bereikt. Daarnaast biedt het nawoord ruimte om mensen te bedanken die een bijdrage hebben geleverd aan je werk.
De paginanummering start meestal na het voorblad. Als je gebruikmaakt van een informatiepagina start de paginanummering vaak na de informatiepagina.
Begin altijd met een inleiding, waarin staat wat het onderwerp is, en waarom juist dit onderwerp, en leg bijvoorbeeld uit wat er verder in het werkstuk nog aan bod komt. Maak daarna een paar hoofdstukken. Eindig met een conclusie (die mag ook persoonlijk zijn). Helemaal chic is het om daarna nog de bronnen te noemen.
De inleiding is het eerste hoofdstuk van je scriptie en komt meteen na de inhoudsopgave.
Op je titelblad komt de titel, een plaatje, je naam, je groep en de datum van inleveren. Na het titelblad komt de inhoudsopgave. In de inhoudsopgave staan alle titels van hoofdstukken, het voor- en nawoord en de bronnenlijst vermeld. Er staat ook op welke pagina van je werkstuk alles te vinden is.
Bij een inleiding brengen we jouw bevalling kunstmatig op gang.Dit doen we met medicijnen die de weeën opwekken. Inleiden kan nodig zijn als je over tijd bent, je vliezen al eerder gebroken zijn, het kindje niet goed groeit, de placenta slecht werkt of als je ernstige klachten hebt.
Nee, over het algemeen is het geen goed idee om ChatGPT je paper te laten schrijven.
Het eerste hoofdstuk van je inhoudsopgave wordt dus de inleiding. De literatuurlijst en de bijlagen krijgen geen hoofdstuknummer, maar staan wel in de inhoudsopgave.
Het slot komt direct na het middenstuk. In het slot komt een korte samenvatting, je laat doorschemeren wat je eigen positie is en het eindigt met een uitsmijter.
Een nawoord is een terugblik op de periode van het schrijven van je scriptie of onderzoek. Je vertelt over je ervaringen en wat je hebt geleerd. In je nawoord kun je tevens mensen bedanken als je dit nog niet hebt gedaan in een voorwoord of dankwoord.
Tips voor het schrijven van je conclusie:
Beschrijf alleen wat je hebt gevonden, zonder interpretatie. Sluit je conclusie af met een krachtige slotzin waarin je kort samenvat wat het antwoord op je hoofdvraag was. Schrijf je conclusie altijd als laatste, zodat je alle benodigde informatie tot je beschikking hebt.
In de inleiding wordt duidelijk wat het onderwerp van de tekst is. De inleiding van de tekst is bedoeld om de aandacht van de lezer te trekken. De lezer wordt nieuwsgierig gemaakt naar de rest van de tekst.
Sommige mensen schrijven hun inleiding pas nadat ze de rest van het essay hebben voltooid . Anderen schrijven eerst de inleiding, maar herschrijven deze aanzienlijk in het licht van wat ze uiteindelijk in de hoofdtekst van hun paper zeggen.
De algemene vuistregel is om 10% van de woordlimiet toe te wijzen aan de introductie en 10% aan de conclusie. Deze regel laat 80% over voor de alinea's of secties van de hoofdtekst. Vergeet niet dat de referenties en bijlagen normaal gesproken niet in het aantal woorden zijn opgenomen.