De Nederlandse dialecten zijn nog lang niet aan ik ben geweest toe. Van Vlaanderen tot het Noorden met uitzondering van oostelijke streken luidt het ik heb geweest. In het Noord-Oosten is hebben alleenheersend.
Gewoonlijk wordt het werkwoord verliezen met hebben vervoegd: Ik heb mijn paspoort verloren. Dat is zeker het geval wanneer de nadruk ligt op de gebeurtenis, het moment van verliezen. Vervoeging met zijn staat dan vreemd. Een zin als Ik ben gisteren mijn paspoort verloren is niet voor iedereen acceptabel.
Bewegingswerkwoorden, zoals rijden, fietsen en lopen, kunnen de handeling aangeven, maar ook de richting van de beweging. Als het om de handeling gaat, het resultaat of de ontstane situatie, gebruiken we hebben.Als het om de richting gaat, gebruiken we zijn: Wij hebben drie uur gereden.
Het woordje 'is' is een vorm van 'zijn'. 'Geweest' is het voltooid deelwoord.
De Nederlandse dialecten zijn nog lang niet aan ik ben geweest toe. Van Vlaanderen tot het Noorden met uitzondering van oostelijke streken luidt het ik heb geweest. In het Noord-Oosten is hebben alleenheersend.
ik ben op mijn fiets gesprongen. Ik heb de hele dag in die auto gereden. Ik ben met die auto naar Antwerpen gereden. Voor werkwoorden zoals vallen en zinken kunnen we alleen zijn gebruiken.
Hoewel beide vormen technisch gezien correct zijn , zijn er enkele subtiele verschillen tussen de twee. "Traveled" is de meest voorkomende vorm in het Amerikaans Engels, terwijl "travelled" vaker voorkomt in het Brits Engels. Uiteindelijk is de keuze van welk woord u gebruikt een kwestie van persoonlijke voorkeur.
' Bij passeren kan zo'n verschil zich voordoen in zinnen als 'Ik ben de grens gepasseerd' (waarmee bedoeld wordt: 'ik ben de grens voorbij') en 'Ik heb zojuist de grens gepasseerd' (waarin iets meer nadruk ligt op het moment van passeren: 'zojuist ben ik over de grens heen gegaan').
Ik rij en ik rijd zijn allebei correct.Zowel in gesproken als in geschreven taal is ik rij de gewone vorm. De vorm met -d komt vooral voor in formelere geschreven taal.
Het voltooid deelwoord van het werkwoord 'drive' is 'driven', dat gebruikt wordt na hulpwerkwoorden zoals 'have' . 'Drove' is de eenvoudige verleden tijd van 'drive', wat niet de juiste vorm is om te gebruiken na 'have'.
Wat is juist: 'Ik heb een cd gekregen' of 'Ik heb een cd gehad'? Beide zinnen zijn juist, maar 'Ik heb een cd gekregen' krijgt meestal de voorkeur.
Winnen wordt met hebben vervoegd. In België komt ook de vervoeging met zijn voor als het werkwoord zonder lijdend voorwerp wordt gebruikt, maar dat is geen standaardtaal. Ik heb de wedstrijd gewonnen.Ik heb gewonnen!
Wat is goed: 'Ik heb mijn sleutels verloren' of 'Ik ben mijn sleutels verloren'? Deze zinnen zijn allebei juist. Voor sommigen (zeker niet voor iedereen) bestaat er een klein verschil. 'Ik heb mijn sleutels verloren' legt meer nadruk op de gebeurtenis van het verliezen.
Traveled en traveled zijn beide Engelse termen. Traveled wordt voornamelijk gebruikt in ðºð¸ Amerikaans (VS) Engels (en-US), terwijl traveled voornamelijk wordt gebruikt in ð¬ð§ Brits Engels (gebruikt in VK/AU/NZ) (en-GB) .
reizen naar iets met iets Ik reis naar mijn werk met de trein . Hij reisde meer dan 1.000 mijl om bij de bruiloft te zijn. de wereld rondreizen Als jongeman had hij de wereld rondgereisd (= was hij naar veel delen van de wereld geweest).
In de uitdrukking een nieuwsgierig aagje is Aagje eigenlijk een eigennaam. De hoofdletter in deze uitdrukking is vervallen omdat iederéén een nieuwsgierig aagje kan zijn. Het lidwoord een is al een teken dat het hier niet meer om de eigennaam Aagje gaat, maar om een algemene aanduiding van een nieuwsgierige persoon.
Antwoord. Beide vervoegingen zijn mogelijk, maar ze zijn niet in alle gevallen door elkaar te gebruiken. Als vergeten betekent 'niet bij zich hebben' of 'er niet aan gedacht hebben om iets te doen', is zowel hebben als zijn correct. Als het betekent 'zich niet meer herinneren', is alleen de vervoeging met zijn correct.
Voor de verleden tijd van varen wordt soms ook wel vaarde gebruikt, maar die vorm wordt niet als standaardtaal beschouwd. Ook bij werkwoorden als afvaren, bevaren, blindvaren, rondvaren, uitvaren en welvaren is voer de vorm voor de verleden tijd.
Het voltooid deelwoord is 'heeft doorlopen'.
Let op: niet voor de tegenwoordige tijd
Tot slot nogmaals: 't kofschip geldt alleen voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord, en niet voor de tegenwoordige tijd.
Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -t of -d moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d.Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.
Durven heeft een regelmatige vervoeging.
Vervoeging: ik durf, jij durft, wij durven. ik durfde, wij durfden. ik heb gedurfd.