'Wier' is een archaïsch (oud) Nederlands betrekkelijk voornaamwoord dat "van wie" betekent. Het is een overblijfsel uit de tijd dat het Nederlands naamvallen gebruikte, specifiek de genitief (bezitsvorm) voor vrouwelijke enkelvoud en meervoud. Het wordt gebruikt om bezit aan te duiden bij personen, zoals in "de vrouw, wier auto is gestolen". Onze Taal +3
Wiens en wier zijn restanten uit de tijd dat het Nederlands nog naamvallen had. Het zijn de verbogen vormen ('tweede naamvallen', genitieven) van het vragend voornaamwoord wie. Ze betekenen allebei 'van wie'. Wier gebruik je volgens dit oude naamvallensysteem om naar een vrouw of naar meer personen te verwijzen.
Wiens wordt gebruikt om terug te verwijzen naar een mannelijke persoon enkelvoud, wier om terug te verwijzen naar een vrouwelijke persoon enkelvoud en naar een meervoud. De man wiens fiets werd gestolen. De vrouw wier fiets werd gestolen.
wier (zn) : waterplant, alg, zeegras, alge.
Plantaardig organisme zonder echte wortels, stengels en bladeren.
Wier is een soort alg. Het heeft geen wortels zoals planten op het land, maar grijpt zich met hechtorganen vast op rotsen, stenen of schelpen. Je hebt wieren in allerlei soorten en maten, van dunne draadvormige tot dikke bladvormige wieren.
Groen-, bruin-, rood-, en blauwwieren
Alle zeewier bevat chlorofyl, een groen pigment, onmisbaar voor fotosynthese, en verantwoordelijk voor de kleur van het wier. De kleur van het wier is de basis waarop wieren worden gecategoriseerd. Wieren worden onderverdeeld in groene, bruine, rode en blauwe.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
Een wijfjesree heet een reegeit, terwijl het mannetje een reebok wordt genoemd; de jongen heten kitsen.
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
(1) Zeegras. (2) Alg. [archaïsch] genitief vrouwelijk enkelvoud van wie: van wie. [archaïsch] genitief meervoud van wie: van wie.
Uitdrukkingen. Go Dutch, waarbij iedereen zijn eigen rekening betaalt : ook wel go dutch. Een diner waarbij iedereen zijn eigen rekening betaalt. In het Nederlands: in de problemen zitten of in ongenade vallen (bij iemand).
Daar zijn woorden bij die in België wel bekend zijn, maar niet gebruikt worden – zoals doei, hartstikke, nou, onwijs, ouwehoeren – maar ook woorden die in België onbekend zijn, zoals chipknip, kinnesinne, ouwebeppen, sappelen, een wassen neus, de hand met iets lichten.
Maak indruk op je lief of schoonmama met je, op zijn minst te noemen, originele woordkennis.
1> inname van een kleed van een zeil , om het zeil de juiste snit te geven. Ook gilling genoemd. De term `geer` schijnt ook gebruikt te worden voor een schuine strook/baan zeildoek, die gebruikt wordt om het zeil aan de onderzijde meer breedte te geven. Vermoedelijk heeft dit betrekking op razeilen .
Echt zeewier is een alg
Zoals gezegd is zeegras geen wier maar een plant. Wier is een meercellige alg, die in vele vormen en maten voorkomt.
Voor "heeft u het gevonden ik wel" met 6 letters is het antwoord vaak EUREKA, wat een uitroep van ontdekking is en past bij de betekenis van "gevonden". Een andere mogelijkheid, afhankelijk van de context, is een woord dat iets met het vinden te maken heeft, zoals OPLOS (als het om een oplossing gaat) of VONDST, maar EUREKA is de meest gebruikelijke cryptogram-oplossing voor deze omschrijving.
Iemand die graag drinkt, kan verschillende namen hebben, afhankelijk van de mate en het soort drinken: van informele termen zoals borrelaar, pimpelaar, slemper, of zuiper, tot meer beschrijvende termen zoals probleemdrinker als het problemen veroorzaakt, of alcoholist/alcoholverslaafde bij afhankelijkheid.
Reeën zijn de kleinste herten in Nederland en edelherten de grootste. Een mannetjeshert wordt gewoon een hert genoemd. Alleen bij reeën noem je het mannetje een bok en een vrouwtje een geit. Het vrouwtje heet bij damherten en edelherten een hinde.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
Ontlasting (of defecatie) volgt op de spijsvertering en is het noodzakelijke biologische proces waarbij organismen een vaste, halfvaste of vloeibare afvalstof, bekend als ontlasting (of feces), uit het spijsverteringskanaal verwijderen via de anus of cloaca.
wier (determiner): van wie. (en) of whom (interrogative)., wiens. (en) of whom (interrogative).
Kenmerkende eigenschappen
Het blad is soms eenvoudig, met vaak tweedimensionale en grote uitlopers aan de rand, die op het hoofdblad lijken . De thallus heeft een schijfvormige hechtwortel en rechtopstaande bladeren, paarsrood van kleur.
Veelgebruikte zeewieren zijn zeesla, nori, kelp/kombu, wakame, arame, zeespaghetti en dulse.