In België (Vlaanderen) zijn er in 2025 verschillende premies en tegemoetkomingen voor gas en elektriciteit, vooral gericht op kwetsbare groepen en energiebesparende investeringen.
U krijgt steun als u: een contract heeft voor gas, stroom of stadswarmte bij een energieleverancier. Of als u een blokaansluiting heeft. een bruto-inkomen van maximaal 200% van het sociaal minimum heeft.
professionele klanten. occasionele klanten/tijdelijke aansluitingen. personen die in een woonzorgcentrum of rust- en verzorgingstehuis verblijven. personen die in een assistentiewoning verblijven én die geen aparte afrekening voor gas en elektriciteit krijgen.
De energietoeslag is een eenmalig bedrag van 1.300 euro. Dat geld is bedoeld om je te helpen met het betalen van de rekeningen voor gas en elektriciteit. Het bedrag wordt uitgekeerd door de gemeente.
Je hebt recht op een sociale toeslag als je gezinsinkomen minder dan of exact 40.701,59 euro bruto per jaar bedraagt.
Op de pagina sociaal tarief voor energie van de website van de FOD Economie vindt u alle informatie over de voorwaarden en hoe u het sociaal tarief kunt aanvragen. U kunt daar ook controleren of het sociaal tarief aan u is toegekend.
Hoeveel geld je nodig hebt om per maand te leven, varieert sterk, maar ligt voor een alleenstaande in Nederland vaak tussen de €1.600 en €2.300 (inclusief vaste lasten), met het UWV sociaal minimum rond de €1.645 (2026) voor alleenstaanden en een gemiddelde van €2.000 - €2.500+ inclusief huishouden en boodschappen als richtlijn, afhankelijk van levensstijl en woonlasten, met de 50/30/20 regel als vuistregel (50% vaste lasten, 30% persoonlijk, 20% sparen).
Verbruik boven 10 miljoen kWh en meerjarenafspraak (MJA)
U kunt teruggaaf krijgen als u meer dan 10 miljoen kWh verbruikt en een meerjarenafspraak met de overheid hebt afgesloten ter verbetering van de energie-efficiëntie.
Wanneer kan je steun krijgen
Dat betekent dat het bruto-inkomen per maand lager is dan € 3.400,- (alleenstaande) of € 4.740,- (samenwonend). Er hoort ook 8% vakantiegeld bij. Je huishouden heeft een energierekening voor gas, stroom of warmte op naam van een persoon uit het huishouden.
Jongeren vanaf 21 jaar krijgen recht op volledige huurtoeslag. Jongeren krijgen nu pas vanaf 23 jaar recht op volledige huurtoeslag. In 2026 krijgen jongeren al vanaf 21 jaar recht op volledige huurtoeslag. Deze nieuwe leeftijdsgrens is gelijk aan die van het wettelijk minimumloon.
Ja. Als u recht hebt op een IGO, hebt u ook recht op een sociaal tarief energie. U moet hier zelf niets voor doen: De Pensioendienst en de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie melden de energieleveranciers dat u recht hebt op het sociaal tarief.
U hebt enkel recht op de verhoogde tegemoetkoming als het huidige bruto jaarinkomen van uw gezin lager is dan 28.100,75 EUR, vermeerderd met 5.202,22 EUR voor elke bijkomende persoon die deel uitmaakt van uw gezin.
Je hebt recht op energietoeslag als: je huishouden een inkomen van maximaal 200% van het sociaal minimum heeft. Dat betekent dat het bruto-inkomen per maand lager is dan €3.400 (alleenstaande) of €4.740 (samenwonend).
Indien je geen sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas ontvangt maar denkt er recht op te hebben, kan je contact opnemen met de FOD Economie via Ons contacteren | FOD Economie (fgov.be) of bellen naar 0800 120 33. Let op: het uitgebreide sociale tarief loopt af op 1 juli 2023.
Het Noodfonds Energie helpt u bij het betalen van uw energierekening als u een laag inkomen heeft. In 2025 kunt u 6 maanden hulp krijgen. Ook als u een blokaansluiting heeft. Hoeveel geld u krijgt, hangt af van uw inkomen en uw energierekening.
Vermindering energiebelasting 2026
Een deel van het energieverbruik wordt gezien als basisbehoefte. Daarom betaal je daarover geen energiebelasting. Alleen huiseigenaren met een verblijfsfunctie, zoals een woonhuis, hebben recht op een vermindering energiebelasting voor een elektriciteitsaansluiting.
U mag aardig wat spaargeld hebben zonder dat uw zorgtoeslag in gevaar komt. U kunt in 2026 zorgtoeslag krijgen als uw vermogen op 1 januari 2026 niet hoger is dan € 146.011. Hebt u een toeslagpartner? Dan mag het vermogen op 1 januari 2026 van u samen maximaal € 184.633 zijn.
30 miljoen beschikbaar in 2026
Eind 2026 / begin 2027 komt er een meerjarig publiek energiefonds voor huishoudens. Hiervoor is in totaal € 339,75 miljoen beschikbaar gesteld. Dit om de energierekening voor kwetsbare huishoudens betaalbaar te houden en hen te helpen bij het verduurzamen van de woning.
Op je eind- of jaarafrekening vind je alle bedragen terug van het afgelopen jaar. Je ziet gelijk of je op basis van wat je al hebt betaald, geld terugkrijgt of dat je moet bijbetalen. Ontvang je de jaarafrekening, dan zie je ook je nieuwe termijnbedrag voor het komende jaar.
In 2026 zou de belastingvermindering op uw energierekening omlaaggaan van € 524,95 naar € 510,80. U zou dan meer energiebelasting betalen. Het kabinet wil deze maatregel nu iets terugdraaien. In 2026 wordt de belastingvermindering dan € 519,80.
Het Noodfonds Energie kijkt naar de hoogte van de energierekening ten opzichte van het inkomen. Huishoudens met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum komen in aanmerking voor steun als zij meer dan 8% van hun inkomen kwijt zijn aan de energierekening.
Een alleenstaande geeft gemiddeld tussen de €233 en €258 per maand uit aan boodschappen. Voor een stel zonder kinderen ligt dit bedrag gemiddeld tussen de €478 en €491 per maand. Gezinnen met kinderen zitten daar doorgaans boven, met gemiddelde uitgaven rond de €755 per maand.
Ja, € 50.000 spaargeld is zeker veel, want het is meer dan de helft van de Nederlanders heeft, en zelfs boven het gemiddelde van de Nederlandse huishoudens in 2024, hoewel het wel een groot verschil maakt tussen gemiddelde (hoger) en mediaan (lager) spaargeld; het biedt een solide buffer en de mogelijkheid om te investeren, in plaats van alleen maar te sparen.
Een laag inkomen is een netto maandelijks inkomen dat rond het sociaal minimum ligt, het bedrag dat minimaal nodig is om van te leven, afhankelijk van leeftijd en leefsituatie (alleenstaand, samenwonend, etc.). Gemeenten hanteren vaak een grens van maximaal 120% tot 130% van de bijstandsnorm, waarvoor diverse toeslagen en regelingen (zoals voor huur of zorg) beschikbaar zijn, naast een beoordeling van vermogen en schulden.