Zwemmen is ongeveer 8000 jaar oud. Circa 3000 jaar geleden zwommen Egyptenaren al in de Nijl, waar kinderen werden opgevoed met zwemles.
De oudste verhalen over zwemmen komen uit Egypte, waar men duizenden jaren geleden al met deze bewegingsvorm bezig was. Een belangrijke reden om te leren zwemen, was dan ook om voedsel te vergaren of om tijdens een oorlog te kunnen vluchten door het water.
Archeologisch en ander bewijs toont aan dat zwemmen al in 2500 v.Chr. in Egypte werd beoefend en daarna in de Assyrische, Griekse en Romeinse beschavingen. In Griekenland en Rome was zwemmen een onderdeel van de krijgskunsttraining en, samen met het alfabet, ook onderdeel van het basisonderwijs voor jongens.
Borstcrawl
De Australische zwemmer Richard Cavill introduceerde de rolsysteemtechniek, wat de basis legde voor de moderne borstcrawl. Door de jaren heen hebben zwemmers zoals Michael Phelps de techniek verder verfijnd met geavanceerde arm- en beentechnieken.
Ergens rond 1873 leerde de Britse zwemmer John Arthur Trudgen de borstcrawl, afhankelijk van het verhaal, van inheemse mensen in Zuid-Afrika of in Zuid-Amerika. Trudgen paste echter de meer gebruikelijke zijwaartse (schaar) trap toe in plaats van de flutter trap die de indianen gebruikten.
In principe zijn er vier zwemslagen: borstcrawl, schoolslag, rugcrawl en vlinderslag.
De oudste zwemslag ter wereld is de schoolslag. Dat komt omdat het een soort overlevingsslag is. Gooi een hond in het water en hij begint automatisch bewegingen te maken die op de schoolslag lijken. De schoolslag is ook de makkelijkste zwemslag.
Borstcrawl is de snelst bekende zwemslag; hij verslaat dus de schoolslag, rugcrawl en de vlinderslag. Om deze reden wordt de borstcrawl vaak gebruikt bij de vrije slag competitie.
Bij het leren van de juiste zwemslagen wordt het beheersen van een schoolslag doorgaans als het moeilijkst beschouwd. Het is vaak de slag waar studenten het meeste moeite mee hebben, vanwege de beweging van de armen en benen tegelijkertijd . De slag vereist zowel dorsaalflexie van de voet, als gelijktijdig plantairflexie van de armen.
Baantjes zwemmen om af te vallen.
In korte tijd verbrand je veel calorieën. Afhankelijk van je zwemsnelheid verbruik je met een half uurtje schoolslag 200 tot 350 calorieën en met een half uur borstcrawl zelfs 250 tot 400 calorieën. Wanneer je gewicht wilt verliezen is het belangrijk dat je regelmatig aan sport doet.
Flutteren of dolfijntrappen is niet toegestaan, met uitzondering van één dolfijntrap bij het begin en het einde van elke beurt.
Douchen na het zwemmen is gebruikelijk, maar douchen vóór het zwemmen is dus minstens zo belangrijk. Ons lichaam brengt onzichtbare vervuiling mee zoals bodylotion, zweet en huidvetten.Door kort te douchen, blijft het zwembadwater schoner en frisser. Bovendien zal het water minder koud aanvoelen na een korte douche.
Waar is zwemmen ontstaan? Er is bewijs, met name archeologisch bewijs, dat suggereert dat wat wij beschouwen als modern zwemmen, al vanaf 2500 v.Chr. in Egypte werd beoefend en daarna in de Assyrische, Romeinse en Griekse beschavingen .
Zwemmen leerde je op een tafel
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want overdekte zwembaden waren er amper. Veel mensen leerden de slagen tijdens oefeningen 'droogzwemmen'. In een grote zaal werden tafels neergezet waar cursisten op hun buik op moesten gaan liggen. Zo werden de belangrijkste technieken aangeleerd.
Michael Phelps. Michael Fred Phelps II (Baltimore, 30 juni 1985) is een Amerikaans zwemmer. Op de Olympische Spelen van 2008 in Peking won Phelps een recordaantal van acht gouden medailles, waarmee hij het record uit 1972 van zijn landgenoot en collega-zwemmer Mark Spitz uit de boeken zwom.
Vlinderslag is de zwaarste zwemslag binnen de vier zwemslagen (schoolslag, borstcrawl, rugcrawl en vlinderslag). De vlinderslag is ooit voorgekomen vanuit de schoolslag en is daarmee de 'jongste zwemslag'. Bij vlinderslag haalt de zwemmer met twee armen tegelijk over en door het water.
“Over het algemeen besteden mensen tussen 45 minuten en 1 uur aan een zwemsessie, goed voor een zwemafstand van ongeveer 1 kilometer.”
In plaats daarvan wordt het toegeschreven aan meerdere mensen, die allemaal probeerden om bovenwaterherstel te gebruiken tijdens het zwemmen van de schoolslag. Officieel erkent de International Swimming Hall of Fame Sydney Cavill uit Australië als de oorspronkelijke bedenker van de slag.
De reglementen van de zwemsport onderscheiden momenteel vier zwemslagen; borstcrawl, rugcrawl, schoolslag en vlinderslag.
Het meest terugkerende probleem bij de beenbeweging schoolslag zijn de 'steekvoeten'. Kinderen strekken de voeten tijdens de stuwfase, maar kunnen hierdoor maar weinig water verplaatsen en halen te weinig rendement uit hun beenslag. Kinderen die dit fout hebben aangeleerd, hebben een hardnekkig probleem.
De oudste archeologische vondst waarin zwemmen voorkomt als menselijke activiteit, is de Grot van de zwemmers in Zuidwest-Egypte, waar 8000 jaar oude rotstekeningen zijn aangetroffen die zwemmende mensen afbeelden.
De borstcrawl is de snelste zwemslag. Fanatieke zwemmers gebruiken vaak deze techniek. Bij de borstcrawl gebruik je bijna alle spiergroepen.
Als de meest efficiënte zwemslag is de vrije slag een populaire keuze voor competitieve zwemevenementen, waaronder de Olympische Spelen. Sterker nog, veel Olympische zwemmers geven de voorkeur aan de vrije slag vanwege de snelheid en eenvoud.
Individuele vrije slag onderdelen kunnen ook gezwommen worden met een van de officieel gereguleerde slagen (schoolslag, vlinderslag of rugslag) . Voor het vrije slag onderdeel van wisselslag zwemwedstrijden kan men echter geen schoolslag, vlinderslag of rugslag gebruiken.