Keizerin Elisabeth van Oostenrijk, bekend als Sisi, leed niet aan één specifieke lichamelijke ziekte, maar kampte gedurende haar leven met ernstige psychische problemen en lichamelijke klachten die voortvloeiden uit haar extreme levensstijl.
Keizerin Sisi was vaak 'ziek', maar haar kwalen waren een mix van echte fysieke klachten zoals "reuma en ischias", en mentale problemen zoals depressie en eetstoornissen (boulimia), aangewakkerd door haar ongelukkige huwelijk en de strikte hofetiquette. Haar obsessie met haar uiterlijk, gewicht en eindeloze reizen waren vluchtgedrag, en na de tragische dood van haar zoon Rudolf zakte ze dieper weg in somberheid en rouw, wat resulteerde in een leven van rusteloos reizen en het dragen van alleen zwart.
Het Stickler syndroom is een erfelijke aandoening van het bindweefsel die veroorzaakt wordt door een mutatie in een van de genen die nodig is om collageeneiwitten aan te maken. Hierdoor is de vorming van het kraakbeen verstoord.
Grote paardenvrouw, de Oostenrijkse keizerin zal echter bijna zelfmoord plegen in het kasteelpark. Op een dag, tijdens de training op een hindernisbaan, weigerde haar paard te springen en steigerde. Sissi werd naar voren geslingerd, haar hoofd raakte een eik en ze verloor het bewustzijn.
Of het de gelukkigste dag van haar leven is? Volgens historici is het antwoord: nee. Sisi moet ernstig wennen aan het leven aan het hof en zou na de huwelijksvoltrekking in tranen zijn uitgebarsten. "Ze is het verschrikte vogeltje in haar nestje", zo schrijft Martin Ros in zijn boek Elisabeth: leven en dood van Sisi.
Op 25 april 1854 trouwde een verlegen en melancholieke bruid met een lid van een belangrijk Europees koningshuis. Bevend en overmand door emotie trouwde de 16-jarige Elisabeth, die bekend stond onder haar jeugdbijnaam Sisi, met de 23-jarige keizer Franz Joseph van Oostenrijk, de absolute monarch van het grootste rijk in Europa buiten Rusland.
De Oostenrijkse keizerin Elisabeth (Sisi) en keizer Franz Jozef kregen in totaal vier kinderen, vijftien kleinkinderen en 55 achterkleinkinderen.
In Oostenrijk zijn afscheidsbrieven opgedoken van Mary Vetsera, de maîtresse van de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins Rudolf. De twee pleegden in 1889 zelfmoord vanwege hun gedoemde liefde. "Vergeef me wat ik heb gedaan. Ik kon de liefde niet weerstaan", schrijft Mary aan haar moeder.
Wat er ook moge gebeuren met zijn toekomstige nalatenschap en erfgenamen, hertog Borwin is een van de nog levende afstammelingen van keizerin Sisi . De hertog is de achterkleinzoon van prinses Auguste, de dochter van Gisela, en de kleindochter van keizerin Sisi en keizer Franz Joseph.
Had Sisi een slecht gebit? Een van de meest hardnekkige mythes over keizerin Elisabeth is het gerucht over haar slechte gebit. Sommigen beweerden dat ze een kunstgebit droeg en dat ze dat in het openbaar poetste. Gedocumenteerde tandheelkundige gegevens en haar autopsie in 1898 bevestigen echter dat ze een gezond gebit had , waarmee deze bewering wordt ontkracht.
Sisi werd geliefd door Hongaren omdat ze van hen hield. Ze hielp bij de oprichting van Oostenrijk-Hongarije door overleg mogelijk te maken tussen de Hongaarse adel en de keizer. Ze leerde zelfs Hongaars.
Sisi was zeker in de laatste jaren van haar leven depressief. Ze liet de opvoeding van haar middelste twee kinderen over aan haar schoonmoeder en ging zelf op reis. Ook noemde ze een van haar kleinkinderen 'zeldzaam lelijk'. De kijker denkt echter dat ze het vreselijk vond om haar kinderen te moeten achterlaten.
Haar dood stortte Elisabeth, die al vatbaar was voor melancholie, in periodes van zware depressie , die haar de rest van haar leven zouden achtervolgen.
Prinses Alexia is zichtbaar slanker geworden, wat veel media-aandacht en bezorgdheid heeft opgewekt, met speculaties over stress, persoonlijke omstandigheden (zoals de druk van het koningschap, mogelijk gerelateerd aan haar zus Inés' mentale gezondheid), en zelfs geruchten over Ozempic, hoewel officiële redenen niet bekend zijn gemaakt, waardoor veel commentaar als body shaming wordt gezien.
Hoewel het allebei meisjes waren, die niet hoefden te worden opgeleid voor de taken die een toekomstige monarch zou vervullen, mocht Sisi de kinderen niet zelf opvoeden. Ze had ze dan wel gebaard, maar ze was nog te jong om ze groot te brengen, besloot Sophie, en ze nam de kinderen bij hun moeder weg.
Ook onder de Oostenrijkse Habsburgers kwam syfilis voor : voorbeelden hiervan zijn Franz Joseph I en zijn vrouw Elisabeth (bekend als Sissy), evenals hun zoon Rudolf, en zowel zijn vrouw Stéphanie als zijn minnares Maria Vetsera.
Aanslag op Sissi
De volgende ochtend, op 10 september 1898, liep Elisabeth naar de haven, waar ze op de boot richting Montreux zou stappen. Terwijl ze over de boulevard wandelde, werd ze echter besprongen door Lucheni, die haar met een harde duw omver wierp.
Hij hield zielsveel van haar, maar zij hield niet van hem , en toch bleven ze elkaar trouw en beschermend. Sisi faciliteerde zelfs Franz' lange affaire met Katharina, zodat hij zich niet zo eenzaam zou voelen.
Sophie Friederike (1855-1857) stierf op slechts tweejarige leeftijd aan een darminfectie . Dit bracht het jonge paar in hun eerste crisis. Gisela (1856-1932) groeide samen met haar twee jaar jongere broer Rudolf (1858-1889) op onder de hoede van hun grootmoeder Sophie.
De anarchist Luigi Lucheni was naar de stad gereisd om een moord te plegen als protest tegen de plutocratie.
Ze wilde meer aandacht, maar ze was niet zijn enige vriendin. Jaloers als ze was, schoot ze in 1932 zichzelf in haar hals. Haar zus Ilse vond haar bloedend op de grond. Dokters redden haar leven en vanaf dan besteedde Adolf meer aandacht aan haar.
Elisabeth had een gelukkige kindertijd. Zij werd liberaal en zorgeloos opgevoed door haar vader. Hij greep nooit in als Elisabeth geen zin had om onderwezen te worden en liever ging paardrijden, tekenen of het schrijven van gedichten. Ze kon doen en laten wat ze wilde.
Na haar huwelijk met keizer Franz Joseph I in 1854 voelt Sisi de druk van haar familie: het voortbestaan van de dynastie hangt af van de jonge vrouw. Een jaar later, op 17-jarige leeftijd , bevalt ze van haar eerste kind, Sophie.
Zij en haar zus Elisabeth werden beschouwd als twee van de grootste schoonheden van hun tijd. Maria Sophie stierf in 1925 in München . Sinds 1984 rusten haar stoffelijke resten naast die van haar man en hun dochter in de kerk van Santa Chiara in Napels.
Zij lag er werkelijk voor op de knieën. De aanblik va volkomenheid van haar lichaam bereidde haar een esthetisch genot. Alles wat deze volkomenheid vertroebelde ergerde haar en riep haar toorn op.