Simpele regel: altijd aan elkaarSamenstellingen (woorden uit twee of meer zelfstandige naamwoorden) schrijf je altijd aan elkaar, zonder spaties dus. Het is bijvoorbeeld autoverzekering en niet auto verzekering. Ook langere woorden schrijf je aan elkaar, tenzij er verwarring ontstaat.
HOOFDREGEL: Schrijf samenstellingen en afleidingen aaneen.
Voor- en achtervoegsels zijn delen die niet als afzonderlijk woord bestaan (on- en -ig).
Je schrijft een tussen-n als het eerste deel van het woord alleen een meervoud heeft dat op 'en' eindigt. Voorbeelden: Krantenbericht (meervoud: kranten) Pannenkoek (meervoud: pannen)
Het woord koffiedrinken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Wat is een lang koppelteken? Het koppelteken is een leesteken dat twee woorden of meer met elkaar verbindt en de leesbaarheid van je tekst verbetert. Het teken is het kortst liggend streepje (-), ook wel de divisie genoemd.
Er is geen betekenisverschil, het gaat om een verschil in spelling. Beide varianten voor televisie zijn goed.
goedemorgen / goeiemorgen / goede morgen / goeie morgen / goedenmorgen* We schrijven de woorden goedemorgen en goeiemorgen aan elkaar als we ze als groet gebruiken. Als er goedemorgen geschreven staat, kan dat ook als goeiemorgen gelezen worden: in gesproken taal wordt gewoonlijk goeiemorgen gezegd.
Het woord leidinggeven staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
ziek melden werkw. Afbreekpatroon: ziek mel·den Verbuigingen: meldde ziek Vervoegingen: ziekgemeld (volt. deelw.) het melden dat je ziek bent en niet kunt komen werken Voorbeeld: 'Het ziek melden verliep via een speciaal telefoonnummer.
Berensterk is niet correct gespeld. Wel correct is beresterk. We schrijven bere- als het in een bijvoeglijk naamwoord als versterkend linkerdeel wordt gebruikt met als betekenis 'heel erg'.
We schrijven geen tussen-n, omdat het woord rijst in principe geen meervoud heeft. Vergelijkbare samenstellingen, waarbij we een tussenklank [e] horen en waarbij het eerste deel in het gewone gebruik geen meervoud heeft, zijn snottebel, gerstenat, rijstebrij.
De spelling kostenloos komt ook geregeld voor en is een goed te verdedigen alternatieve spelling. In kosteloos mag officieel geen tussen-n staan, omdat het een afleiding is met het achtervoegsel -loos. Het is officieel ook punteloos, waardeloos, wolkeloos, krachteloos en zelfs ideeëloos.
We schrijven hiervoor aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. In andere gevallen schrijven we hier voor in twee woorden.
En dan heb je nog vaste woordgroepjes die samen één betekenis hebben. Ook daar gebruik je koppeltekens: Een kant-en-klaar-maaltijd, het staakt-het-vuren, nek-aan-nek.
Bij zelfstandige naamwoorden waarbij dat kan, is zo'n juist. Het is ook zo'n ding, zo'n mens, zo'n vereniging, enz. In andere gevallen is zulk(e) goed: zulke mensen, zulke klei, zulk goud, enz.
Onze Taal on X: "@Sandersfaction Mee geweest, meegegaan, langs geweest, langsgegaan. Combi's met 'geweest' zijn vrijwel nooit aaneen, met 'gegaan' vaak wel." / X.
Conversation. 'Goedkomen' is één woord. Vreemd dat Word het afkeurt. Zie voor spellingkwesties ook spellingsite.nu.
In de Nederlandse taal wordt gesproken over vrijetijd en vrije tijd.
goedenavond / goeienavond / goedeavond / goeieavond / goede avond / goeie avond. We schrijven de woorden goedenavond en goeienavond aan elkaar als we ze als groet gebruiken.
In de betekenis 'tot het moment dat' is zowel totdat als tot correct. Tot(dat) is dan een voegwoord.
"Goeie" is de informele versie van "goede", verder is er geen verschil.
Je hebt gezocht op het woord: THX.
ter attentie van (afkorting) De afkorting van ter attentie van is t.a.v., met punten en kleine letters. We schrijven t.a.v. zonder hoofdletter, tenzij de afkorting aan het begin van een zin of een tekstregel staat, bijvoorbeeld in een adressering. Ter attentie van betekent 'bestemd voor'.
De correct gespelde afkorting van de heer is dhr., met kleine letters en een punt. Alleen als de afkorting aan het begin van een zin of een adresregel staat, gebruiken we een hoofdletter.