De boomklever heeft een uitgebreid repertoire van luide roepen. Zo slaat hij luide fluittonen en trillers, maar ook kenmerkende, stuiterende roepjes en hoge pieptonen. Het bekendste geluid van de boomklever is een herhaald, luid 'wiet, wiet, wiet'. Hieraan dankt hij zijn bijzonder bijnaam 'de wietverkoper van het bos'.
Het geluid van de tjiftjaf
Je hoort hem ook wel een keer "fwiet" of "tsju-lie" roepen.
Klepperen, zo heet het geluid dat ooievaars maken met hun snavel. Ze hebben geen roep zoals veel andere vogels omdat er geen spieren in hun keel zitten. Met hun snavelgeklepper communiceren ooievaars allerlei boodschappen: van alarm wanneer er gevaar dreigt tot begroetingen en liefdesverklaringen.
Weetje: Met vinken worden wedstrijden gespeeld, wie zijn vogel het grootst aantal keer suskewiet kan laten zeggen op een uur wint. De kampioenen gaan daarbij ver over de 1000 keer! Ze worden daarbij in geblindeerde kooitjes opgesloten.
Een fluitende fluiter in een frisgroen voorjaarsbos geeft je het ultieme lentegevoel! De fluiter is familie van de veel algemenere tjiftjaf en de fitis. Maar in tegenstelling tot die twee andere soorten is de fluiter een echte bosvogel.
Witkeelgorzen zingen een mooi, dun fluitje dat klinkt als Oh-sweet-canada-canada of Old-Sam-Peabody-Peabody. De fluitjes zijn gelijkmatig, maar bewegen doorgaans iets omhoog of omlaag in toonhoogte bij de tweede of derde noot. Het hele nummer duurt ongeveer 4 seconden.
Fitis, Frater, Fuut, Gaai, Kneu, Korhoen, Raaf, Roek, Roerdomp, Reiger, Waterral, Sijs, Wulp. En dan hier de inventarisatie van ezelsbruggetjes en geheugensteuntjes per vogelsoort op alfabet.
Vogels roepen
Deze geluiden worden roepen genoemd. Sommige vogelsoorten, zoals koolmezen en kippen, hebben tientallen verschillende roepen. Met hun roepen vertellen vogels elkaar van alles: “kom hierheen”, “geef me voedsel”, “hier ben ik”, “pas op, een roofdier!”. Veel vogels roepen niet alleen, ze zingen ook.
Fitis (Phylloscopus trochilus) Een melancholisch, dalend lied met dalende noten.
Ook in België hoor je een verschil. Het lied van de vink heeft een herkenbare structuur: hij zingt drie tot vijf keer hetzelfde deuntje. Enkel inheemse boomgaardvinken hebben de typische zang, de vinkenslag, een melodie die klinkt als 'wiet' of 'wie' die de vink één keer fluit als afsluiter van zijn lied.
Nachtegalen heten zo omdat ze 's nachts zingen. Dat doen wel meer vogels, zoals de snor of de sprinkhaanzanger en bijvoorbeeld ook roodborsten in maanverlichte nachten, maar de nachtegaal spant de kroon.
Bruinkopboomklevers zingen geen ingewikkelde liedjes, maar ze zijn wel erg vocaal. Ze maken piepkleine piepgeluidjes die klinken als een speelgoedeendje dat wordt geknepen. Deze piepende 2-lettergrepige tonen komen het hele jaar door uit de boomtoppen.
Met harde knallen van 125 decibel verjaagt u ganzen en voorkomt u overlast van vogels.
De tjiftjaf is (vooral) een bosvogel die houdt van een rijke ondergroei; veel struikgewas en lage bomen. Wordt in uiterlijk vaak verward met de fitis, maar door het herhaald roepen van zijn eigen 'tjif-tjaf' is snel duidelijk welke van de twee het is.
Koolmeesje klinkt als een fietspomp
Zodra de temperatuur een beetje stijgt begint de koolmees al te zingen. “Tutie, tutie, tutie”, doet de boswachter het geluid na. "Als je je fietsband oppompt met een pomp die wat stroef loopt, nou ja, dát is de zang van de koolmees.”
Prrr… ta lie loe! Herken je deze vreemde vogel? Het is de Krullevaar uit Pluk van de Petteflet.
Het zoete gezang van de witkeelgors is een hoogtepunt op zowel de noordelijke broedgebieden als de zuidelijke overwinteringsgebieden.
Is de nachtegaal de enige vogel die 's nachts zingt? “Nee, vooral moerasvogels zingen 's nachts ook door. En je kan ook de roodborst 's nachts horen zingen, aangemoedigd door het licht van een lantaarnpaal of de volle maan. Maar in het donker valt de nachtegaal op met zijn harde en gevarieerde zang.
De griet is beter bekend als de grutto, de koning(in) van de weidevogels. Onze nationale vogel legt haar eieren grotendeels in april, maar zeker ook nog wel in mei. Doorgaans vier stuks, gelegd in een klein kuiltje op de grond, bij voorkeur in een polletje gras.
Ongeveer 60 a 80 minuten voor zonsopgang beginnen roodborsten, merels en zanglijsters met hun concert. Rond 40 a 60 minuten voor de zon opkomt gaat het snel: je hoort nu de eerste koekoeken, maar ook de zwartkop, heggenmus, winterkoning en geelgors.
Vogels kunnen zingen om partners aan te trekken , rivalen van hun territorium af te weren of een band te smeden met hun partners en jongen. Liedjes hebben meestal een bepaalde structuur en ritme. Ze worden vaak steeds herhaald, soms met variaties, maar meestal op één thema.
Ze moeten het geluid van die vogel uit hun hoofd leren, na kunnen doen en elkaar op het geluid terugvinden. Bijzonder geschikt hiervoor zijn vogels die hun eigen naam roepen: koekoek, tjiftjaf, koolmees, roerdomp, kievit, oehoe en grutto. Mensen praten om elkaar dingen te vertellen.
Gaaien hebben in het bos de functie van indringer-alarm; veel dieren reageren op hun alarmroep en verbergen zich dan. De roep is te herkennen aan een luide, hese schreeuw. De zang van een gaai is gevarieerd, met veel imitaties.
4 Roepende vogels = de vier evangeliën en/of de vier evangelisten . 5 Gouden ringen = de eerste vijf boeken van het Oude Testament, de “Pentateuch”, die de geschiedenis van de val van de mens uit de genade beschrijft. 6 Ganzen die leggen = de zes dagen van de schepping. 7 Zwanen die zwemmen = de zeven gaven van de Heilige Geest, de zeven sacramenten.
Vogels hebben ook een hekel aan harde, vreemde geluiden. Muziekinstallaties met harde muziek jagen vogels weg, maar ook geïmiteerde geluiden van roofvogels stellen de andere vogels niet op prijs. Vogels hebben bovendien een hekel aan sterke geuren, zoals: peper.