De bekendste psalm die niet gelukkig eindigt, is Psalm 88.
Psalm 72 is een gebed om rechtvaardig bestuur, oorspronkelijk voor koning Salomo, maar profetisch gezien een beschrijving van de volmaakte regering van Jezus Christus, de ultieme Koning, die vrede, gerechtigheid en verlossing brengt voor de armen, zwakken en verdrukten, en wiens Koninkrijk eeuwig zal zijn. De psalm schetst een ideaalbeeld van een heerser die met goddelijke wijsheid recht doet, zegen brengt en de kwetsbaren beschermt, een taak die alleen Jezus volledig vervult.
Psalm 34:18 – " De Heer is nabij de gebrokenen van hart en redt de vertwijfelden ." Sommige vrouwen huilen misschien, maar ze geven nooit op en vertrouwen altijd op God. Als jij een van hen bent, Amen!
Psalm 78 gaat over het doorgeven van de geschiedenis van Gods omgang met Israël, van de uittocht uit Egypte tot de tijd van David, als een les voor toekomstige generaties, waarin de voortdurende ontrouw van het volk wordt afgezet tegen de trouw en wonderlijke zorg van God, met de oproep om niet dezelfde fouten te maken en op Hem te vertrouwen. De psalm beschrijft de wonderen (zoals het manna en het water uit de rots), de zonde van het volk (murmelen, afgoderij), Gods toorn en genade, en eindigt met de verkiezing van David als herder over Zijn volk.
Psalm 23 is een beroemde bijbelse psalm, geschreven door David, die God beschrijft als een liefdevolle herder die voor Zijn volk (de schapen) zorgt, hen leidt naar rust en water, beschermt tegen gevaar, en hen zegent, zelfs midden in moeilijke tijden, met de belofte van eeuwig wonen in Zijn huis. Het is een boodschap van vertrouwen, voorziening en trouw, die troost en leiding biedt in alle aspecten van het leven, van groene weiden tot de schaduw van de dood.
Psalm 52 is een 'onderwijspalm' van David over de goddeloosheid van bedriegers (zoals Doëg, die Davids bondgenoten verraadde) versus de veiligheid van de rechtvaardigen, die vertrouwen op God in plaats van op rijkdom, en die uiteindelijk bloeien als een groene olijfboom in Gods huis, terwijl de goddeloze vernietigd wordt. De psalm beschrijft de trots van de goddeloze die God bespot, maar verkondigt Gods oordeel en de uiteindelijke vreugde en lof van de rechtvaardigen die op Gods trouw vertrouwen.
In Psalm 104 wordt het werk van de schepper bezongen en de vreugde die God in zijn schepping heeft (vers 31). Ook hier zien we een geschapen wereld zonder hiërarchie – alles bestaat in dezelfde afhankelijkheid van God.
Psalm 130 is een terugblik op de grote Verzoendag die ongeveer 2000 jaar geleden in de verzoeningsdood van Christus zijn vervulling heeft gevonden. In Jesaja 53, feitelijk al vanaf Jesaja 52:13, horen we de geloofsbelijdenis van het overblijfsel naar aanleiding van de grote Verzoendag (Js 52:13-15; 53:1-12).
Psalm 54 onderwijst het overblijfsel om tot God te bidden en hun vertrouwen te stellen op Hem, Die hen zal verlossen.
Psalm 84 is een lied over diep verlangen naar Gods aanwezigheid, vaak geïnterpreteerd als een pelgrimslied van de Korachieten op weg naar de tempel in Jeruzalem, waar de dichter zich thuis voelt bij God en de vreugde van die nabijheid beschrijft, zelfs in de moeilijkste tijden; het is een psalm van vertrouwen in God als zon en schild, en een uiting van gelukzaligheid voor wie op Hem vertrouwt.
Here, U bent een God die genade geeft en vol medelijden en liefde naar mij omziet. Ook bent U heel geduldig en toont mij uw liefde, goedheid en trouw.
Het is “een lied over de liefde”, letterlijk “een lied van de geliefden” (meervoud). Dit is al aangegeven in de indeling van de psalm. Het is een uniek lied in Psalmen. In dit lied gaat het over de liefde tussen de Koning, de Messias, en Zijn bruid, dat is het aardse Jeruzalem.
5 Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid. 6 Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.
Het gaat om een oproep van het overblijfsel van Israël aan de volken om God te loven vanwege wat Hij aan Israël gedaan heeft. De aanleiding is wat in vers 10 staat, wat we zien aan het woord “want” waarmee dat vers begint.
In Psalm 105 vinden we in verhaal van Abraham de belofte van Gods genade, in Jozef de bron van Gods genade, namelijk het lijden van Christus en in Mozes de uitwerking van Gods genade, de verlossing van het volk.
Hier in Psalm 32, het midden van het psalmboek, gaat het over de gelovige: vergeving. In Psalm 41, het einde van het psalmboek, gaat het over de houding naar anderen: barmhartigheid. Het is geen uitbundige lofprijzing omdat David een diep besef heeft van wat hij heeft gedaan.
In Psalm 17 zien we de druk die van buitenaf op David wordt uitgeoefend. Hetzelfde geldt voor het gelovig overblijfsel en ook voor de Heer Jezus. Door die druk wordt een oprecht hart openbaar als een hart dat volkomen aan God is toegewijd. Bij de Heer Jezus herkennen we dat in de beschrijving van Hem in de evangeliën.
In deze psalm zien we Gods volk, dat geheel uit rechtvaardigen bestaat, in Jeruzalem en Sion in de tijd van het vrederijk (vers 12). God, de Schepper, Die Zijn hele schepping verzorgt, staat in een bijzondere betrekking tot Zijn volk. Zijn volk kent Hem als rechtvaardig, vol van medelijden en goed.
Het gaat in deze psalm incidenteel over het verzoenend lijden in de plaats van Zijn volk. De hoofdgedachte is het lijden van Christus als bemoediging voor het gelovig overblijfsel in de grote verdrukking om Hem daarin na te volgen.
Psalm 116 begint met een bijzondere belijdenis: 'Ik heb lief. ' Het gaat hier om de liefde tot God. De dichter voelt die liefde, omdat God hem eerst heeft liefgehad. Je leest in vers 2 dat God Zijn oor neigt.
Psalm 20 is een gebed om zegen voor de strijd die nog gevoerd moet worden. Psalm 21 beschrijft vervolgens een lied dat de dankbaarheid voor de behaalde overwinning uitspreekt. Het volk Israël was militair niet het sterkst, maar bleef staande door het (gebed om) vertrouwen in God.
De psalmist heeft gebeden om vergeving van de Heer (Psalm 130:1-4). Hij zoekt mogelijk naar een specifiek antwoord terwijl hij "wacht" (Psalm 130:5). Of hij verkondigt wellicht simpelweg dat hij voortdurend op Gods wil vertrouwt. Dit vers impliceert een verlangen naar het antwoord .
Deze psalm beschrijft de beginselen van goedertierenheid en recht waarnaar de Koning Zijn huis en Zijn land zal regeren. Daarin is geen ruimte voor het kwaad. Het is de laatste psalm van de reeks psalmen die over de Koning en Zijn regering gaan (Psalmen 93-101).
Inleiding. Deze psalm gaat over het verbreken van de macht van vijand door God. Het gaat hier over het verbreken van de macht van Assyrië ofwel de koning van het noorden, door de verschijning van de HEERE, dat is de Heer Jezus.
Het gaat hier om het vertrouwen in de overwinning die de Koning, Christus, behaalt over de vijand, waarbij de Koning Zijn vertrouwen stelt in de HEERE en de HEERE Zijn vertrouwen niet beschaamt. God voert Zijn bevrijdende werk ten aanzien van het overblijfsel Zelf uit en doet dat in en door Zijn Messias.