In het zonnestelsel zijn
Deze chemicaliën kunnen dus bevroren zijn of gevangen in ijskristallen. Om die reden worden Uranus en Neptunus "ijsreuzen" genoemd. Afbeeldingen van Uranus (links) en Neptunus (rechts) vastgelegd door NASA's Voyager 2-ruimtevaartuig.
Jupiter heeft geen duidelijk oppervlak zoals de aarde, maar op het punt waar de luchtdruk lijkt op die van de aarde is het ongeveer -100°C. Heel erg koud dus.
Neptunus is veel groter dan de aarde met wel 49.244 kilometer in doorsnee en hij weegt 102.410 miljard miljard ton. We noemen Neptunus ook wel een 'ijsreus'. Neptunus heeft een kern van steen omhuld door ijs met daaromheen een grote laag gas.
Aan het oppervlak van Jupiter is de temperatuur zo'n -110 graden Celsius. Bovendien is Jupiter een gasreus waardoor de kenmerken van de planeet heel anders zijn dan die van de aarde. Jupiter bestaat niet zoals de aarde uit vast materiaal, maar vooral uit gas.
De temperatuur op het oppervlak van Venus bedraagt 465°C. Hiermee is de planeet de heetste in het zonnestelsel.
De wolkentoppen van Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus verbergen wat er in de binnenste planeten gebeurt. Hoge druk en andere extreme omstandigheden leiden tot een aantal magnifieke verschijnselen. Gezien ons begrip van de planeten is het waarschijnlijk niet mogelijk om op het oppervlak van Jupiter te staan — of een van de andere reuzen.
De planeet Neptunus zien we vanuit de ruimte blauw doordat methaangas in zijn atmosfeer vooral rood licht van de zon absorbeert.
Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bestaan uit gas. Daardoor zijn ze ongeschikt voor leven zoals wij dat kennen, en trouwens ook om op te landen. Van de planeten in ons zonnestelsel is Mars dus de beste optie.
Uranus is een van de twee ijsreuzen in het buitenste zonnestelsel (de andere is Neptunus). Het grootste deel (80% of meer) van de massa van de planeet bestaat uit een hete, dichte vloeistof van "ijzige" materialen - water, methaan en ammoniak - boven een kleine rotsachtige kern.
Saturnus. Saturnus is misschien wel het mooiste planeet vanwege een prachtig stel ringen. Ook Saturnus is een gasplaneet. De ring rond Saturnus, de zesde planeet in ons zonnestelsel, werd in 1610 voor het eerst wazig gezien door de Italiaanse natuurwetenschapper Galileo Galilei.
De mogelijkheid van het voorkomen van leven op Venus wordt vanaf de jaren vijftig uitgesloten geacht. Venus staat veel dichter bij de zon dan de Aarde en de temperaturen op de oppervlakte liggen, ook door het extreme broeikaseffect van de atmosfeer, veel te hoog om leven zoals wij dat kennen, te huisvesten.
Het enige verschil tussen een planeet en een dwergplaneet is dat planeten geen andere hemellichamen op hun baan hebben. Dwergplaneten hebben dit wel, zij zijn te klein om deze van hun weg te stoten. Pluto heeft veel hemellichamen om zich heen, waardoor hij een dwergplaneet genoemd wordt.
In het zonnestelsel zijn Uranus en Neptunus de ijsreuzen (met massa's van resp 14,5 en 17,5 maal die van de Aarde). Vroeger werden Uranus en Neptunus tot de gasreuzen gerekend, maar uit hun hogere soortelijke massa bleek wel dat zij uit zwaardere materie moesten bestaan.
De gegevens over Venus die Mariner V en Venera 4 hebben verzameld, worden geïnterpreteerd als bewijs voor gigantische poolkappen die het water bevatten dat uit de vulkanen moet zijn gekomen met de waargenomen koolstofdioxide. Dit wordt aangenomen dat de aarde en Venus een vergelijkbare samenstelling en vulkanische geschiedenis hebben.
Saturnus bestaat voor ongeveer 75% uit waterstof en 25% uit helium, met sporen van andere stoffen zoals methaan en waterijs .
Deze twee moleculen schijnen in de vier massieve planeten de rol over te nemen van waterdamp op de aarde. Van zuurstof heeft men geen spoor gevonden, tenzij in Uranus en dan nog in een uiterst geringe hoeveelheid.
Overtuigend bewijs van leven op Mars is nooit gevonden
Maar hoewel de Marsrovers van NASA meermaals aanwijzingen op de rode planeet hebben gevonden die dicht in de buurt komen van sporen van leven, mist nog steeds definitief bewijs waar de wetenschap het unaniem over eens is. Vooralsnog geen groene marsmannetjes dus.
Net als de maan heeft Mercurius geen atmosfeer, maar alleen een dunne exosfeer. Deze bestaat voornamelijk uit zuurstof, natrium, waterstof, helium en kalium. Het gebrek aan een atmosfeer en de extreme temperatuurverschillen zorgen ervoor dat Mercurius zich waarschijnlijk niet leent voor leven.
In augustus 2006, tijdens de driejaarlijkse algemene vergadering, besloot de Internationale Astronomische Unie dat Pluto niet langer als planeet door het leven kan gaan. Pluto, Eris, enkele andere grote ijsdwergen en de grootste planetoïde, Ceres, zijn nu officieel geclassificeerd als dwergplaneet.
Als je vanaf de aarde naar de zon kijkt dan lijkt hij misschien geel. Maar verlaat je de dampkring en ga je de ruimte in, dan zie je dat het licht van de zon eigenlijk wit is. Het witte licht van de zon is eigenlijk opgebouwd uit licht in alle kleuren van de regenboog.
Wetenschappers hebben diep onder de oppervlakte van de planeet Mars water gevonden. Dat werd eerder ook beweerd, maar volgens wetenschappers is er nu voor het eerst duidelijk bewijs voor de aanwezigheid van vloeibaar water op de planeet. Het water zit op een diepte van zo'n 10 tot 20 kilometer.
Venus . Het oppervlak van Venus is volkomen onherbergzaam voor leven. Als gevolg van een op hol geslagen broeikaseffect heeft Venus een temperatuur van 900 graden Fahrenheit (475 graden Celsius), heet genoeg om lood te laten smelten. Het is de heetste planeet in het zonnestelsel, zelfs heeter dan Mercurius, ondanks dat het verder van de zon af staat.
Retrograde rotatie van Venus (op haar eigen as)
De rotatiesnelheid van Venus is zeer traag : een volledige rotatie duurt 243,0185 aardse dagen, terwijl de Aarde dat op één dag doet.
Landen op een andere planeet in ons zonnestelsel is praktisch onmogelijk. Mercurius is de enige die ook maar enigszins mogelijk is , en dan alleen bij de dag/nacht-terminator, anders wordt het te snel te heet.