Het werkend principe is nog altijd hetzelfde: een elektromotor bestaat uit een trommelvormig stilstaand element (de stator), met daarin een roterend element (de rotor). Beide onderdelen zijn magnetisch en trekken elkaar aan.
In een 3-fase motor liggen de drie fasen / wikkelingen 120 graden t.o.v. elkaar verschoven in het stator huis. Hierdoor worden als de motor wordt ingeschakeld de fasen na elkaar magnetisch bekrachtigd wat tot gevolg heeft dat de rotor / motor-as gaat draaien.
Een gelijkstroommotor werkt met behulp van de lorentzkracht , dat is de kracht die op een lading wordt uitgeoefend door een magnetisch veld. Als er stroom loopt door een draad ontstaat er een magnetisch veld. Een gelijkstroommotor bestaat uit magneten met daarin een spoel die rond kan draaien.
In tegenstelling tot de synchrone motor blijft de draaisnelheid van de rotor achter bij die van de stator. Daarom spreekt men hier van een asynchrone motor. Het verschil in draaisnelheid tussen de rotor en de stator wordt de slip genoemd. Een asynchrone motor kan niet werken zonder slip.
Gelijkstroommotoren (DC) zijn qua afmetingen en gewicht ten opzichte van AC draaistroommotoren qua koppel sterker en ook beter over te belasten. Ideaal voor applicaties waarin “even” een hoger koppel gegenereerd moet worden dan nominaal bepaald is. Bij onverhoopte stoomuitval heeft u genoeg problemen.
De synchrone motor is een elektrische draaistroommotor. De rotor draait in tegenstelling tot de asynchrone draaistroommotor (of inductiemotor) synchroon of in fase met het opgewekte draaiveld in de stator. De synchrone motor wordt het meest gebruikt als generator in het stroomnet.
1 fase is een begrip vanuit de de elektrotechniek, en is een eenfase elektrische stroom. Eenfaseverdeling wordt in de praktijk gebruikt wanneer belastingen voornamelijk verlichting en verwarming zijn, met weinig grote elektromotoren. In Nederland zijn voorheen de huisaansluitingen standaard aangesloten op 1 fase.
Iedere elektromotor werkt ook als dynamo, de draaiende motor wekt stroom op. Deze stroom werkt de voedingsstroom tegen. De weerstand van een elektromotor hoeft niet bijzonder hoog te zijn en bij het inschakelen zal er dan ook een hoge stroom gaan lopen. De motor gaat nu draaien en als dynamo werken.
De elektromotor wordt gevoed door een accu. In de regel is de startmotor voorzien van een starterrondsel dat in de vliegwielvertanding ingrijpt. Een startmotor heeft een hoge stroomsterkte nodig en daarom loopt de stroom niet via het contactslot.
Natuurlijk draait niet de motor zelf, maar de in de motor gemonteerde krukas. Daarbij maakt het dus niet uit, of de motor in langs- of in dwarsrichting in de auto is ingebouwd. Een motor 'draait rechtsom', als de krukas rechtsom roteert. Een motor 'draait linksom', als de krukas linksom roteert.
Wanneer de elektrische auto (vaak gebruikte afkorting is EV voor Elektrische Vehikel) wordt gestart, pakt de omzetter de stroom van de batterijen en stuurt het door naar de elektromotor. De elektromotor zet de elektrische energie daarop om in mechanische energie, wat vervolgens de wielen van de auto doet bewegen.
Een elektrische auto wordt aangedreven door een elektrische motor, in plaats van een brandstof motor. Het krijgt zijn energie door oplaadbare batterijen die in de auto geïnstalleerd zijn. Deze batterijen zitten vaak onder de auto, maar kunnen ook in de achterbak zitten.
Een draaistroominductiemotor bestaat uit een stilstaande stator met elektrische wikkelingen en een rotor met kortgesloten geleiders die in deze stator kan draaien. Wanneer de motor wordt aangesloten op een drie-fase draaistroom motor wordt in de stator een draaiend magnetisch veld opgewekt, het draaiveld.
Een 3 fase motor kan je op twee manieren aansluiten, in Y (ster) of in driehoek (delta). Ster versus delta, beide hebben voor en nadelen maar voor nu is het enige wat je moet weten dat je delta nodig hebt om op 230 volt te werken. Gelukkig kan je dat heel makkelijk zelf omwisselen.
Als u een 3-fasen groepenkast in uw meterkast heeft, staat er 3x220/230V of 380/400V op uw elektriciteitsmeter. Er komen in totaal ook vier draden - de drie fasedraden en de nuldraad - uit de onderkant van uw groepenkast.
380V is krachtstroom. Een standaard woonhuisaansluiting beschikt hier niet over. Standaard beschikt een woning over 220V. Een krachtstroomaansluiting kan aangevraagd worden bij je energieleverancier.
Gebruiksgemak: De werking van de inductiemotor is heel eenvoudig omdat er geen elektrische connector naar de rotor is die vermogen levert en de stroom wordt geïnduceerd door de beweging van de transformator die op de rotor wordt uitgevoerd vanwege de lage weerstand van de roterende spoelen.
Het toerental van de elektromotor wordt in de basis bepaald door het aantal polen in de motor. Het begingetal voor het uitrekenen van een toerental is standaard 6000 (bij 50 Hz). Heeft de motor twee polen, dan is het toerental 3000 (6000/2). Heeft de motor vier polen, dan is het toerental 1500 (6000/4).
De meeste helikopters beschikken over een hoofdrotor en een staartrotor, maar er zijn ook andere systemen zoals een tandemrotor of een co-axiale rotor. De rotor draait op een vast toerental en bestuurt de helikopter door de invalshoek van elk blad te veranderen op een bepaald punt in de omwenteling.
Met een DC-motor heb je een goede blaaskracht maar hij maakt wel veel geluid. Daarin tegen zijn de föhns met een DC-motor vaak wat lichter dan föhns met een AC-motor. Mocht je niet vaak je haar föhnen, zo'n 2 á 3 keer per week, dan is een föhn met DC-motor zeker geschikt voor jou. Of als je een kleiner budget hebt.
Het grootste verschil tussen de twee is de stroombron. AC-motoren worden aangedreven door wisselstroom (of A.C alternating current) terwijl DC-motoren worden aangedreven door gelijkstroom (of D.C direct current) zoals bijv. batterijen of dc voedingen.
De stroom (A) is hoger omdat gelijkspanning met 12 V of 24 V lager is dan wissel-spanning met 230 V. Het (gevraagde) vermogen blijft gelijk, dus de stroom zal toenemen P = V x I. De onderstaande vuistregel kan gehanteerd worden: Voor 12 of 24 V DC systemen geldt 3 Ampère stroom per 1 mm² kabeldiameter.