Baby's kunnen vanaf 4-6 maanden beginnen met zacht, gepureerd fruit zoals banaan, peer, meloen, perzik en zachte appel. Begin met enkele lepeltjes en bouw dit rustig op. Vanaf 6-8 maanden kun je variëren met fijngeprakt fruit en gekookte stukjes, en vanaf 12 maanden zijn hardere soorten zoals aardbei en kiwi geen probleem. Voedingscentrum +6
Wat voor fruit kun je geven? Elk fruit is geschikt voor baby's. Ze houden vaak van zachte, zoete smaken zoals banaan, peer, appel, meloen, avocado en mango. Je kunt ook wat zuurder fruit proberen zoals kiwi's, pruimen, nectarines, aardbeien, bosbessen, mandarijn, sinaasappel en ontpitte en ontvelde druiven.
Vanaf 4 à 5 maanden mag je baby fruitpap eten. De klassieke ingrediënten daarvoor zijn appel, sinaasappel en banaan, maar zeker in de zomer kan je zoveel meer variëren met seizoensfruit. Gebruik als dat kan vers fruit voor je baby's papjes. Lukt dat niet, dan kan je ook diepvriesfruit gebruiken.
Zo 'mag' appel al vanaf 6 maanden, maar aardbei pas vanaf 12 maanden. Dit introductieschema is gebaseerd op de veiligheid (een bosbes is bijvoorbeeld nog een lange tijd gevaarlijk), maar vaak ook om reacties die voedsel teweeg kunnen brengen en om de darmflora te beschermen.
Een kind onder de 1 jaar mag geen rauwe producten (vlees, vis, ei, melk), honing, te veel zout, leverproducten, ongepasteuriseerde kaas, hele noten/harde stukken (verstikkingsgevaar) en te veel suiker/zoete dranken. Dit komt door een nog onvolgroeid immuunsysteem en spijsverteringssysteem, waardoor ze extra gevoelig zijn voor bacteriën, botulisme (honing) en verstikking.
Vanaf nu kan je een aantal fruitsoorten geven die pitten bevatten of een moeilijkere structuur (velletjes, vezelig) hebben zoals: druiven, kersen, bessen en ananas. Als je kind al goed kan kauwen, kan je proberen om fruitpap te vervangen door een portie fijngesneden fruit.
Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot. Je kunt alle soorten fruit geven, begin bijvoorbeeld met banaan, perzik, peer en meloen.
Je kan beter niet voor 4 maanden beginnen met vast voedsel. Het spijsverteringskanaal van je kindje is hier dan nog niet klaar voor. Het moet zich nog wat verder ontwikkelen. Later dan 6 maanden beginnen met oefenhapjes is ook minder verstandig.
Gekookte appelpartjes kan een baby zo vanuit zijn vuistje eten. Als je je baby wat meer structuur wil geven kan je vanaf 8 maanden hele dunne appelpartjes snijden. Deze geef je dan ongekookt aan je baby. Deze plakjes mogen maar max 2-3 mm dik zijn.
Sommige kruisbloemige groenten kunnen erg prikkelend zijn voor de darmen van je kindje. Het gaat vooral om boerenkool, spruitjes en radijsjes. Hier kan je dan ook beter nog even mee wachten, tot dat je kindje meer gewend is aan vaste voeding. Bloemkool en broccoli zijn kruisbloemige die minder prikkelend werken.
4 tot 5 maanden: 800 ml borst- of flesvoeding en 1 vast voedingsmoment (125 g groenten of fruit) per dag. 5 tot 6 maanden: 700 ml melk en 2 vaste voedingsmomenten (125 g) per dag. 6 tot 12 maanden: 500 à 750 ml melk en 2 vaste voedingsmomenten (200 g) per dag.
Vanaf 6 maanden
Ook kun je je baby gepureerd of geraspt fruit geven als banaan, peer, appel en mango.
Leuke combinaties voor fruithapjes baby om te proberen:
Je mag yoghurt al geven vanaf de leeftijd van 8 maanden. Dit is dan bedoeld als een toetje na het avondeten, niet om borst- of kunstvoeding te vervangen.
Je kunt vaste hapjes geven vanaf het moment dat je baby 4 maanden oud is. Een paar weken later is ook goed. Deze hapjes zijn extra, om te oefenen met het eten van vaste voeding. Geef de oefenhapjes tussen de melkvoedingen door.
Het is belangrijk dat je niet eerder of later begint met de eerste hapjes. Als je eerder dan 4 maanden begint, is het spijsverteringskanaal van je kleine nog niet klaar voor vast voedsel. Dit kan zorgen voor voedselovergevoeligheid, zoals koemelkallergie.
Vanaf 8-9 maanden: Citroen. Grapefruit. (Pers)mandarijn.
Het introduceren van vaste voeding gebeurt meestal rond de leeftijd van 6 maanden . Vanaf 12 maanden eten baby's een gezonde mix van moedermelk of flesvoeding, kleine stukjes fruit en groenten, eiwitten en zetmeelrijke voedingsmiddelen.
Geef bijvoorbeeld een lepeltje fijn geprakte groente of fruit, aardappel, pap, kip of vis. Het mag allemaal. Fruit om mee te beginnen is bijvoorbeeld banaan, peer, perzik of meloen. Groentesoorten met een zachte smaak zijn bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen.
Fruitsoorten die meestal goed in de smaak vallen bij kleintjes van vier maanden zijn: banaan.
Wat mag je baby niet eten?
Wanneer je kindje tussen de 4 en 6 maanden oud is, vertellen een aantal signalen dat je baby toe is aan de eerste hapjes vaste voeding:
In principe mag je kindje vanaf 6 maanden vis, kip en vlees eten. Start je bij 6 maanden met de oefenhapjes? Geef dan eerst groente- en fruithapjes.