Bij diastolisch hartfalen kan de hartspier zich niet goed meer ontspannen. Het wordt ook wel diastolische dysfunctie of hartfalen met behouden pompfunctie genoemd. Een andere vorm van hartfalen is systolisch hartfalen; hierbij kan het hart minder goed pompen.
Bij hartfalen schiet de pompfunctie van het hart tekort in zijn belangrijkste taak, het bloed rondpompen. Benauwdheid, vochtophoping en afname van de conditie zijn de meest voorkomende klachten. U merkt dit bij inspanning, maar bij ernstig hartfalen kunt u deze klachten ook in rust ervaren.
Als één of meer van de kransslagaders vernauwd of verstopt is, krijgt het hart te weinig zuurstofrijk bloed. U kunt dan bijvoorbeeld last krijgen van aanvallen van pijn op de borst en kortademigheid. Als een gedeelte van de hartspier afsterft door langer aanhoudend zuurstofgebrek, spreken we van een hartinfarct.
Te weinig zuurstof in het bloed kan leiden tot klachten als benauwdheid, moeheid, verwardheid en onrust. Neem contact op met je huisarts als je deze symptomen ervaart.
Klachten kransslagadervernauwing
Signalen zijn: een beklemmende, drukkende of benauwende pijn midden in de borst;uitstralende pijn naar de onderkaak, hals, schouderbladen, armen, rug of maagstreek;zweten en misselijkheid.
Vaak worden de klachten in de loop van de tijd ook erger. Eerst alleen bij inspanning, later ook in rust. De meest voorkomende klachten zijn: snel buiten adem zijn (bij inspanning of platliggen), moeheid en het vasthouden van vocht.
Hartfalen is het gevolg van het feit dat uw hart niet genoeg bloed kan pompen om aan de behoeften van uw lichaam te voldoen. Uw hart kan op verschillende manieren 'falen'; en het type hartfalen dat u ervaart, kan van invloed zijn op het behandelplan. Typen hartfalen zijn onder andere systolisch, diastolisch, acuut, chronisch, rechtszijdig en linkszijdig hartfalen .
Bij een te snel hartritme loopt uw hartslag in rust op tot meer dan 100 slagen per minuut. Het hart kan dan soms niet meer voldoende bloed rondpompen. Daardoor krijgen de organen, zoals hersenen, nieren, lever en de hartspier zelf te weinig zuurstof. Medische hulp is dan noodzakelijk.
Vaak plassen`s nachts; het hart hoeft 's nachts vaak minder hard te werken waardoor het bloed weer beter weggepompt wordt. Er stroomt meer bloed door de nieren waardoor je vaker moet plassen. Minder gaan plassen; dit komt door de slechtere doorbloeding van de nieren.
Bij zeer hoge waarden kun je last hebben van hoofdpijn in het achterhoofd, sneller vermoeid geraken en vlugger kortademig. Je kunt wel symptomen hebben van de aandoeningen die aan de basis liggen van de hypertensie zoals algemene zwakte, misselijkheid, obstipatie, hartkloppingen, warmteopstoten.
In het algemeen kunnen de volgende klachten worden ervaren: Koude handen en voeten. Dikke enkels (oedeem), u kan er 'een putje' in drukken. Vermoeidheid.
Diastolisch hartfalen is een stijf linkerhartventrikel. Wanneer uw linkerhartventrikel stijf is, ontspant het niet goed tussen de hartslagen. Diastolisch hartfalen kan leiden tot verminderde bloedstroom en andere complicaties . Met de juiste behandeling kunt u de symptomen van diastolisch hartfalen effectief beheersen.
Door de symptomen van hartfalen (vermoeidheid, verminderd inspanningsvermogen, (nachtelijke) kortademigheid, vocht vasthouden), zijn patiënten beperkt in hun lichamelijke en dagelijkse activiteiten. Door de nachtelijke kortademigheid hebben veel patiënten slaapproblemen waardoor zij zich minder vitaal voelen.
De farmacologische therapieën van keuze bij diastolisch hartfalen zijn ACE-remmers, angiotensine-receptorblokkers, diuretica en bètablokkers.
Acuut versus chronisch hartfalen
Acuut hartfalen is elk hartfalen dat zich plotseling ontwikkelt, zoals na een hartaanval of met aritmie. Chronisch hartfalen ontwikkelt zich in de loop van de tijd door medische aandoeningen zoals langdurige hypertensie (hoge bloeddruk) of coronaire hartziekte.
Hartfalen is meestal niet te genezen. U kunt zelf wel veel doen bij hartfalen. Het is vooral belangrijk dat u gezond leeft:Bent u te zwaar, probeer dan af te vallen.
Klasse III: klachten die al ontstaan bij beperkte lichamelijke inspanning, waardoor je vaak beperkt wordt in je dagelijkse activiteiten. Denk hierbij aan vermoeidheid en kortademigheid bij het lopen van een klein stukje of een trap opgaan. Zodra je rust neemt verdwijnen de klachten weer.
Patiënten overlijden dan aan snelle kamerritmen, kamerfibrilleren en trage hartritmen, die overgaan in asystolie (onvoldoende samentrekking van de hartspier).
Hartfalen treedt op wanneer de hartspier het bloed niet zo goed pompt als zou moeten. Bloed stroomt vaak terug en zorgt ervoor dat er vocht in de longen en benen ophoopt. De vochtophoping kan kortademigheid en zwelling van de benen en voeten veroorzaken .
Het eten van bepaalde voedingsmiddelen kan verstopte slagaders helpen voorkomen en je risico op hart- en vaatziekten verlagen. Enkele voorbeelden zijn bessen, bonen, tomaten, vis, haver, bladgroenten en meer. Atherosclerose (slagaderverkalking) treedt op wanneer vetafzettingen zich ophopen langs de slagaderwanden.