Dwingend recht zijn wettelijke bepalingen waarvan niet mag worden afgeweken door partijen.
Dwingend recht, ook wel bekend als imperatief recht, is het type wetgeving waarvan niet kan worden afgeweken in overeenkomsten tussen partijen. Het is bedoeld om de belangen van individuen of de samenleving als geheel te beschermen. Bijvoorbeeld, arbeidsrecht bevat veel dwingende regels om werknemers te beschermen.
Dwingend en aanvullend recht Dwingend recht houdt in dat burgers hier niet van mogen afwijken. Aanvullend recht betekent het tegenovergestelde, hier kan namelijk ieder moment van worden afgeweken. Wel is er bij dit aanvullend recht één voorwaarde, namelijk dat beide partijen akkoord moeten gaan met de afwijking.
Dwingend recht houdt in dat er sprake is van een wetsbepaling waarvan niet ten nadele van een partij mag worden afgeweken. Zo zijn de meeste bepalingen uit Burgerlijk Wetboek 7 betreffende arbeidsovereenkomsten van dwingend recht.
Een regel van dwingend recht is een rechtsregel waarvan de partijen niet kunnen afwijken bij overeenkomst. Een regel van aanvullend recht (Synoniem: regelend recht of suppletief recht of recht van suppletieve aard) is een rechtsregel waarvan partijen bij overeenkomst kunnen afwijken.
In het huurrecht zijn de meeste bepalingen die zien op de huurovereenkomst van woonruimte van dwingend recht. Hetzelfde geldt voor het arbeidsrecht.
Verder bestaat er dus ook nog dwingend recht; hierover hebben de partijen niets te zeggen. Als in de wet staat dat een bepaling dwingend recht heeft, moet ook de cao hieraan voldoen. Een voorbeeld is dat een werknemer recht heeft op minimaal vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week aan vakantiedagen.
Het arbeidsrecht kent een aantal artikelen van dwingend recht. Dit betekent dat niet van die wettelijke bepalingen afgeweken mag worden. Wanneer wel mag worden afgeweken van de wettelijke bepalingen is sprake van regelend recht.
'Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een land zoveel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moet worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht ...
Gewoonterecht is in beginsel ongeschreven recht, maar kan aldus bindende werking hebben op een overeenkomst. Een voorbeeld van gewoonterecht is te vinden in art. 6:2 BW, dat bepaalt dat schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Rechtsregels die van kracht zijn als partijen ter zake niets zijn overeengekomen en die de overeenkomst aanvullen. Bronnen van aanvullend recht zijn: de wet,gewoonte, onvoorziene omstandigheden, en redelijkheid en billijkheid.
Wat is driekwart dwingend recht? Driekwart dwingend recht omvat het type bepalingen in de wet waarvan zowel in het voordeel als in het nadeel van de werknemer bij cao mag worden afgeweken.
Bij vijfachtste dwingend recht kan de bestuurder alleen afwijken in samenspraak met een medezeggenschapsorgaan, zoals de ondernemingsraad. Dit type regelend recht is onder meer terug te vinden in de Wet arbeid en zorg en in de Wet aanpassing arbeidsduur.
Soms staat in het Burgerlijk Wetboek dat van een bepaling mag worden afgeweken bij CAO. Dat noemen wij driekwart dwingend recht. Ook komt het voor dat van een bepaalde regel bij individuele overeenkomst mag worden afgeweken. Dat noemen we semi-dwingend recht.
bijv. naamw. 1) Afdoend 2) Afdoende 3) Bindend 4) Coactief 5) Gebiedend 6) Gelastend 7) Heerszuchtig 8) Imperatief 9) Nadrukkelijk 10) Noodzakelijk 11) Noodzakend 12) Nopend 13) Overt...
Onder dwingende reden wordt verstaan elke onvoorzienbare, los van het werk staande gebeurtenis die de dringende en noodzakelijke tussenkomst van de werknemer vereist, en dit voor zover de uitvoering van de arbeidsovereenkomst deze tussenkomst onmogelijk maakt.
De regels van dwingend recht dienen om bepaalde (private) belangen te beschermen. Zo zijn er regels om de zwakkere partij te beschermen, zoals bijvoorbeeld huurders, consumenten en werknemers. Daarnaast zijn er ook regels om derden te beschermen.
Strafrecht is van dwingend recht; Procesrecht is in de regel van dwingend recht; Vaak blijkt enkel uit de rechtspraak of de rechtsleer of een bepaling van dwingend recht is, dan wel van aanvullend recht. Dwingend recht is geen synoniem van absolute nietigheid en aanvullend recht geen synoniem van relatieve nietigheid.
Soorten regels
Een overeenkomst wordt beheerst door twee soorten wettelijke regels: dwingend recht en regelend recht. Dwingend recht zijn bepalingen waarvan niet mag worden afgeweken; Regelend recht zijn bepalingen waarvan wél mag worden afgeweken.
De regels omtrent proeftijd zijn van dwingend recht. Dat betekent dat er hiervan niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken door bijvoorbeeld een andersluidende afspraak in een arbeidsovereenkomst. Dit is gedaan om de werknemer te beschermen.
De afspraken in een cao mogen nooit in strijd zijn met de wet. Bijvoorbeeld met het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. In de cao mag dus geen lager loon staan dan het minimumloon of minder vakantiedagen dan in het BW.
Dwingend recht is het geheel van rechtsregels waarvan niet mag worden afgeweken.
Als er geen cao is, moet je werkgever zich alsnog aan een aantal regels houden. Zo zijn er vaste regels opgenomen in het Burgerlijk Wetboek over je proeftijd, vakantie, opzegtermijn en ontslag. Daarnaast mag je werkgever niet afwijken van de arbeidstijdenwet.
Voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt en voor huishoudelijk personeel geldt een kortere loondoorbetalingsplicht (artikel 7:629 lid 2 BW). Een AOW-gerechtigde werknemer die ziek wordt heeft slechts recht op doorbetaling van (70% van) zijn loon gedurende 13 weken.