Fysieke ontwikkeling peuter van 36 maandenZe rennen, springen en klauteren als kleine ontdekkingsreizigers. Het lijkt soms alsof ze onuitputtelijke energie hebben! De motorische vaardigheden worden steeds verfijnder en dit is een fantastische tijd om buiten te spelen.
Hij kan op één been zijn evenwicht goed bewaren en kan enkele sprongen hinkelen. Ook kan hij met zijn benen tegen elkaar aan een paar sprongen maken. Hij kan over iets van ongeveer 5 centimeter hoogte heen springen en hij kan "verspringen", door zich met beide voeten af te zetten.
Tweewoordzinnen zullen evolueren tot zinnen. De woordenschat zal snel uitbreiden. Op 30 maanden zou de woordenschat van het kind minstens 50 woorden moeten bevatten (de bovenste op 300). Op 36 maanden wordt verwacht dat zinnen van 3 woorden gecombineerd worden.
Wanneer kinderen tussen de twee en vier jaar taal beter gaan begrijpen, zien we vaak dat opstandig en agressief gedrag afneemt. Veelvoorkomend gedrag tijdens de peuterpuberteit zijn driftbuien. Soms zie je dan dat peuters hun adem inhouden, schreeuwen, grommen en op de grond gaan liggen gillen. Dit komt vaak voor.
2 tot 3 jaar Vanaf de tweede verjaardag zal het kind meer gecontroleerde bewegingen gaan maken, waarbij ook de basiskrabbels zichtbaar worden: losse lijn, recht kruis, rondje, vierkant, driehoek en schuin kruis. Deze zijn uiteraard niet perfect, maar wel duidelijk herkenbaar.
Leeftijd 3 tot 4 jaar
Een cirkel met twee rechte lijnen (voor benen) staat doorgaans voor een persoon . In dit stadium zullen veel kinderen tegen zichzelf of anderen praten terwijl ze tekenen; sommigen zullen hun afbeeldingen beginnen te "benoemen". De meesten zullen op letters gaan letten en ze in tekeningen opnemen.
Hoogbegaafde kinderen tekenen niet zozeer 'mooier' dan hun leeftijdsgenoten (met een strakke lijnvoering of de juiste proporties), maar ze tekenen wél opvallend vaak bijzondere details, zoals een iris of meerdere mensfiguren.
Wat zijn tekenen van probleemgedrag bij 3- en 4-jarigen? Tekenen dat uw kleuter hulp nodig heeft bij het reguleren van zijn emoties zijn onder andere extreme driftbuien, het negeren van instructies of van de kleuterschool of speelafspraakjes worden gestuurd .
Je kind begrijpt en spreekt steeds meer woorden en zinnen, speelt meer samen met andere kinderen en doet steeds meer dingen zelf. Ze oefenen met zelfstandig worden. Wanneer het even niet lukt, kan dat frustrerend zijn voor je peuter. Driftbuien zijn dan ook heel normaal in deze fase.
Een kind geniet.
Het kind glundert, babbelt spontaan, zingt, glimlacht, schatert, ...Voelt een kind zich goed, dan geeft het een ontspannen indruk. Het voelt zich in geen enkel opzicht bedreigd. Het gezicht is open en de spieren zijn niet gespannen.
Hij kan misschien een cirkel of andere eenvoudige vormen kopiëren, zoals de letter V. En hij kan misschien papier knippen met een schaar (Sheridan 2008: 40, Thomson Delmar Learning 2007). Sterker nog, de hoeveelheid tijd die uw kind zich op één activiteit kan concentreren, is dramatisch toegenomen.
Op 36 maanden (drie jaar) zou 75 tot 100% van de spraak verstaanbaar moeten zijn voor bekende mensen. Op vierjarige leeftijd zou een kind doorgaans begrepen moeten worden, ook door mensen die onbekend voor hen zijn.
Je kind gaat steeds meer echte woorden gebruiken, tussen zijn gebrabbel door. De meeste kinderen zeggen hun eerste woorden wanneer zij één tot anderhalf jaar oud zijn. Dit wordt de één-woordfase genoemd. Die ontwikkeling verschilt sterk per kind.
Een lekkere maaltijd bereiden in zijn keukentje, bellen met opa en oma, de woonkamer stofzuigen en knuffels of poppen verzorgen. Het imiteren van jouw gedrag gaat langzaam over in 'symbolisch spel'. Hierbij doet je kindje alsof een object iets anders is dan het is, het symboliseert dus iets anders.
Vanaf 3 jaar zal je kind al kleine hoeveelheden kunnen koppelen aan een getal. 3 schapen of 4 kindjes zullen ze al kunnen benoemen. Maar er zullen ook nog vaak foutjes gemaakt worden. Wanneer kinderen 4 jaar zijn, kunnen ze vaak de getallenreeks van 1 tot en met 10 opzeggen.
Kenmerken zijn onder andere: Driejarigen vinden het vaak leuk om met andere kinderen om te gaan en kunnen nu meer met elkaar spelen . Ze leren dat andere mensen echt zijn en echte gevoelens hebben. Ze kunnen nog steeds bang zijn voor geluiden, het donker, dieren, monsters en ga zo maar door.
Van peuter naar kleuter
Je peuter van 3 jaar wordt (of is) zindelijk, hij kan meer en meer zelf, kletst en zingt, leert tekenen, tellen, kleuren en vormen, en vindt spelen met andere kinderen steeds leuker. Langzaam verandert je peuter in een kleuter en vanaf zijn volgende verjaardag mag hij naar de basisschool.
Meer specifiek zou het beperkt moeten blijven tot exploratie, zoals het tonen van hun genitaliën of elkaar naakt aankijken. Over het algemeen is het ook normaal dat kinderen elkaar aanraken . Bepaalde gedragingen, zoals het proberen te penetreren of kussen van de genitaliën van een ander kind, verdienen echter speciale aandacht.
Ondoordacht gedrag, ook wel impulsief gedrag genoemd. Snel reageren zonder nadenken, veel praten en dingen eruit flappen. Concentratieproblemen. Snel afgeleid zijn, vaak dingen kwijt zijn, veel dagdromen, moeite hebben met het afmaken van taken, snel dingen vergeten, moeilijk kunnen luisteren.
2-4 jaar: een ouder niet in de buurt, griezels en enge beesten, onweer, donker; 4-8 jaar: een ouder niet in de buurt, alleen slapen of alleen zijn, spoken en monsters, in contact komen met andere kinderen; 8-12 jaar: ziek worden, naar school gaan, faalangst, gepest worden, de dood, angst door een enge film, piekeren.
Slimme peuters/kleuters zijn nieuwsgierig, onderzoekend, kunnen goed onthouden en kunnen lastige denkproblemen aan. Ze zijn snel van begrip en stellen veel vragen.
De regenboog staat symbool voor een overgangsperiode en verandering. Kinderen tekenen hem vaak in periodes waarin er veel gebeurt of verandert. Zoals de overgang van thuis naar school.
Vroege kenmerken hoogbegaafdheid
Veelvoorkomende kenmerken van hoogbegaafde baby's zijn: Snel gaan lopen (bijvoorbeeld met 10 maanden)Vroeg praten en over een grote woordenschat (met 1,5 jaar al 200 woorden of meer) beschikken. Snel inzicht in oorzaak en gevolg krijgen.