Het grootste verschil heeft te maken met de afronding en invloed van de beschreven actie. De present perfect wordt vooral gebruikt bij acties die afgelopen zijn, maar nog wel invloed hebben op het hier en nu. De present perfect continuous gaat vooral over acties die nog steeds voortduren.
Hoewel beide tijden verwijzen naar acties die op dit moment plaatsvinden, is er een detail waar je op moet letten. Present continuous verwijst naar acties die begonnen zijn en doorgaan in het heden.Present perfect verwijst naar acties die begonnen zijn in het verleden en nog steeds doorgaan op dit moment .
De Present Continuous bestaat uit twee delen: een vorm van 'to be' (am/is/are) + een werkwoord met –ing erachter. De Present Continuous van 'to play' is dus: I am / He is / We are playing. Let op! In sommige gevallen moet je er een letter afhalen (bijv. have 𡪠having) of extra bij doen (bijv.
verschil 1 de naam verschil 2 Ook de present simple en de present perfect worden soms verward. Het grootste verschil tussen is dat de present simple uitsluitend gaat over het nu is en de present perfect duidt op een link tussen heden en verleden. De present simple gebruik je om de tegenwoordige tijd uit te drukken.
De Present Simple en Present Perfect lijken op elkaar in naam, maar zijn heel verschillend in gebruik. Present Simple = routines, gewoontes, algemene feiten en permanente situaties. Present Perfect = recent voltooide acties, acties met een impact op het heden en voltooide acties met een onbepaalde tijd.
De present perfect maak je met has / have + voltooid deelwoord en gebruik je bij zinnen die:iets zeggen over een actie of gebeurtenis die permanent of van lange duur is; Bijvoorbeeld: “He has lived in London since 2002.”
Voorbeelden van de tegenwoordige tijd
Ik ga studeren aan het MIT . We rijden naar het metrostation. Zij zit werkeloos in de klas. Hij zet verse koffie voor de gasten.
To be betekent "zijn". In de tegenwoordige tijd (present simple) zijn er drie vormen: am, is en are. Ze hebben alledrie en verkorte vorm: 'm, 's en 're.
De past perfect maak je door "had" plus voltooide tijd en dat gebruik je om aan te geven wanneer iets gebeurde, vooral als er twee gebeurtenissen zijn in het verleden. De past continuous maak je door een vorm van "was" of "were", dus een vorm van "to be", plus stam plus -ing.
Om een ontkennende zin te maken in present perfect continuous voeg je het bijwoord niet toe tussen “have”/”has” en “been”. In informele contexten kun je have not of has not ook samentrekken tot “haven't niet” of “hasn't”.
We gebruiken de present perfect continuous om te praten over herhaalde activiteiten die op een bepaald moment in het verleden zijn begonnen en tot op heden nog steeds doorgaan : Ik ga sinds 1987 elk jaar op vakantie naar Spanje. Ik heb de laatste tijd niet veel geluncht. Ik ga 's middags naar de sportschool.
Signaalwoorden, woorden waaraan je ziet dat het ook nu nog van invloed is of nog steeds bezig is, zijn: for, since, already, ever, never, so far, for a couple of years, all my life.
De present perfect simple gebruik je voor acties die zijn afgelopen, maar die wel nog invloed hebben op het hier en nu. De present perfect continuous gebruik je bij acties die wel nog voortduren in het heden. Met die tijd duid je aan hoe lang een bepaalde actie/handeling al aan de gang is, tot nu toe.
In veel gevallen zijn beide vormen correct, maar er is vaak een verschil in betekenis: We gebruiken de Present Perfect Simple vooral om uit te drukken dat een actie voltooid is of om het resultaat te benadrukken. We gebruiken de Present Perfect Progressive om de duur of het doorlopende verloop van een actie te benadrukken.
Gebruik since of ever since met een specifieke maand, jaar of een periode in het verleden > Ik jog al sinds 2002 in dit park / Hij staart al naar de muur sinds hij het nieuws hoorde. Gebruik for met een aantal uren, dagen, maanden, jaren > Ze praat al 3 uur aan de telefoon.
to go. He went to a club last night. Did he go to the cinema last night? He didn't go to bed early last night.
“Zijn” is een werkwoord dat gebruikt wordt om iets of iemand te beschrijven.
Het meest voorkomende gebruik van het werkwoord 'to be' is echter om te praten over namen, leeftijden, gevoelens, nationaliteiten en beroepen, vooral als er in de tegenwoordige tijd wordt gesproken .
De tegenwoordige tijd van het werkwoord geeft aan dat een actie of toestand nu, vaak, plaatsvindt en in de toekomst kan voortduren . Tante Christine warmt de auto op terwijl Scott op zoek is naar zijn nieuwe leren jas. Ze eten vandaag bij Scotts favoriete restaurant, Polly's Pancake Diner.
Ik zit in mijn auto.Zij is thuis.Wij komen uit Duitsland.De bloem is voor jou.
De signaalwoorden van de past perfect vormen het ezelsbruggetje FYNE JAS waarbij iedere letter voor een signaalwoord staat: for, yet, never, ever, just, already, since. Voorbeeldzinnen: We have been friends since high school. Aaron has never visited Amsterdam.
De present perfect tense is een tijd die in het heden wordt gebruikt om de actie aan te geven die op een bepaald moment heeft plaatsgevonden . Het gebruikt hulpwerkwoord en voltooid deelwoord voor het hoofdwerkwoord, d.w.z. werkwoord + ed. Enkele voorbeelden van present perfect tense zijn: Ik heb deze film eerder bekeken, Hij heeft zijn huiswerk voltooid.