De belangrijkste onderzoeksvraag waarop je antwoord geeft, is de hoofdvraag. De deelvragen zijn de onderzoeksvragen die je helpen de hoofdvraag te beantwoorden.
De hoofdvraag beantwoord je in je scriptie met het onderzoek dat je doet. De deelvragen/hypothesen stel je op om je hoofdvraag stap voor stap te kunnen beantwoorden. Zo zorgen de deelvragen/hypothesen voor structuur in de beantwoording van de hoofdvraag.
De hoofdvraag is het belangrijkste onderzoeksvraag van je scriptie. Je stelt je hoofdvraag op aan de hand van je probleemstelling. Een goede hoofdvraag is onderzoekbaar, haalbaar, origineel, complex, relevant, specifiek en focust zich op één probleem.
Deelvragen zijn de subvragen van je hoofdvraag. Vaak kun je de officiële onderzoeksvraag van je scriptie of onderzoek niet in één keer beantwoorden. Daarom gebruik je deelvragen die zich op een kleiner deel van je onderzoeksvraag focussen. De antwoorden op al je deelvragen leiden tot de beantwoording van je hoofdvraag.
Je deelvragen beantwoord je (afhankelijk van je onderzoeksmethode) in het theoretisch kader of in de resultatensectie.
De rol van subvragen
Het zijn specifieke, specifieke vragen die u rechtstreeks vanuit uw gegevens kunt beantwoorden .
Een veel gebruikte vorm in onderzoek en scripties is dat iedere deelvraag beantwoord wordt in een hoofdstuk.
Maar met veel theoretische begrippen in je hoofd- en deelvragen zit je eerder op twaalf pagina's. Is je onderzoek qua theorie wat eenvoudiger, dan kan je theoretisch kader toe met 6 tot 8 pagina's.
Begin met een brede introductie van het onderwerp, geef vervolgens algemene achtergrondinformatie, verfijn dit tot specifiek achtergrondonderzoek en ten slotte een gerichte onderzoeksvraag, hypothese of these (van algemeen naar specifiek). De beste manier om dit te bereiken is wellicht door het onderstaande CARS-model te volgen.
Elke deelvraag is één vraag, niet twee vragen in één. Het antwoord op de deelvraag draagt bij aan het beantwoorden van de hoofdvraag. De deelvragen zijn duidelijk onderscheidend en overlappen niet. De deelvragen zijn afzonderlijk te begrijpen.
De hoofdvraag is de centrale onderzoeksvraag en komt overeen met de probleemstelling of is direct hiervan afgeleid. Deze vraag is het uitgangspunt van je zoektocht. De hoofdvraag omschrijft exact wat je wilt weten en geeft richting aan je zoektocht. Het is dan ook belangrijk om je vraag goed te formuleren.
Er is een consistente set van kenmerken die een sterke vraag beschrijven. Het is altijd open, tot nadenken stemmend en duidelijk . Wanneer u een klassikale discussie structureert, worden vragen het beste verdeeld in drie categorieën: opening, kern en afsluiting.
De hoofdvraag is helder afgebakend. Het is een relevante vraag. De vraag is objectief geformuleerd en bevat dus geen waardeoordeel. De onderzoeksvraag sluit aan op je probleemstelling en doelstelling.
Hoeveel woorden / pagina's moet je profielwerkstuk zijn? Een richtlijn is rond de 10.000 woorden (zo'n 25 pagina's).
Ze zijn minder complex en specifieker dan de hoofdvraag. Ze beslaan samen hetzelfde, dus niet een groter gebied, als de hoofdvraag. Het zijn er altijd twee of meer; hoe complexer het vraagstuk des te meer.
En het is een ruwe schatting, maar 10.000 woorden kunnen ongeveer 40 pagina's beslaan.
Havo/vwo profielwerkstuk
Leerlingen moeten er minimaal 80 uren aan besteden.
Er is geen vast aantal deelvragen dat je moet opstellen. Wel is het zo dat hoe complexer je onderwerp is, hoe meer deelvragen je nodig zult hebben. Probeer je te beperken tot 4 à 5 deelvragen. Als je er (veel) meer nodig hebt, moet je wellicht je hoofdvraag vereenvoudigen of beter afbakenen.
Het is gebruikelijk om het voorwoord te beginnen met een korte beschrijving of vermelding van de context (opleiding, onderwerp). Vervolgens bedankt je de mensen die op enigerlei wijze hebben bijgedragen aan jouw onderzoek of scriptie, zoals de scriptiebegeleider of stagebegeleider.
Wat schrijf je in een conclusie? Het doel van een conclusie is om je centrale onderzoeksvraag te beantwoorden. Daarom is het de bedoeling om je conclusie te beginnen met het herhalen van je onderzoeksvraag. Daarna bespreek je de conclusies van de deelvragen op basis van de resultaten van de deskresearch/fieldresearch.
Je deelvragen zijn subvragen van je hoofdvraag die helpen om je hoofdvraag stapsgewijs te beantwoorden. Meestal is een hoofdvraag te complex om in één keer te beantwoorden en daarom gebruik je deelvragen om stap voor stap tot het antwoord op de hoofdvraag te komen.
De onderzoeksdeelvragen zijn de deelvragen waarvoor jij zelf data gaat verzamelen, bijvoorbeeld middels enquêtes of interviews. Deze deelvragen worden beantwoord in het resultaten hoofdstuk van je scriptie.
Door middel van de stellingen dient de promovendus er blijk van te geven dat zijn wetenschappelijke kennis een zekere breedte heeft en niet is beperkt tot het onderwerp van het proefschrift; daartoe worden in het tweede lid van het artikel enkele waardevolle suggesties gedaan voor onderwerpen van stellingen.