Het laagste AVI-niveau is AVI-Start. Dit niveau is bedoeld voor kinderen die net beginnen met leren lezen, doorgaans in groep 3, en richt zich op het koppelen van letters aan klanken. Het is de start van de 12 huidige AVI-niveaus, die doorloopt tot AVI-Plus. CJG Breda +5
Oorspronkelijk bestonden er negen AVI-niveaus, maar in 2008 is het AVI-systeem veranderd. Er zijn nu twaalf verschillende AVI-niveaus: AVI-Start, AVI-M3, AVI-E3, AVI-M4, AVI-E4, AVI-M5, AVI-E5, AVI-M6, AVI-E6, AVI-M7, AVI-E7 en AVI-Plus.
Hoe wordt het AVI niveau bij je kind vastgesteld? Op school worden 2 x per jaar leestesten afgenomen, één in het Midden en één aan het Eind van het schooljaar. De leerling leest dan hardop een stuk tekst van een leeskaart. Gebeurt dat vlot en (vrijwel) foutloos, dan is een bepaald niveau behaald.
Er zijn 6 taalniveaus: niveau A1 is het laagste niveau en taalniveau C2 is het hoogste. Overheden en bedrijven schrijven hun teksten meestal op taalniveau C1. Maar voor veel mensen zijn die teksten niet goed te begrijpen. Taalniveau B1, eenvoudig Nederlands, is niet alleen voor mensen met een lager opleidingsniveau.
De vier belangrijkste leestechnieken – skimmen, scannen, intensief lezen en uitgebreid lezen – kunnen je leesvaardigheid aanzienlijk verbeteren, waardoor je informatie effectiever kunt opnemen en analyseren.
Voor N1- en N2-lezers is Harry Potter en de steen der wijzen allereerst een spannend verhaal over vriendschap en moed.
AVI-S is voor beginnende lezers, nog voorafgaand aan groep 3. AVI-P volgt op AVI-E7, oftewel het einde van het leerjaar van groep 7. Kinderen die nog beter lezen dan kinderen van eind groep 7, krijgen dus boeken op leesniveau AVI-P. Bekijk ook deze leestips: AVI start boeken.
AVI-bestanden ( Audio Video Interleave ) zijn multimediacontainers die veelvuldig worden gebruikt, met name als een van de vele bestandstypen die we dagelijks gebruiken om video's te streamen, te delen, te maken en te bewerken.
A-boeken zijn voor kinderen tot ongeveer 9 jaar. B-boeken zijn bedoeld voor kinderen van ongeveer 9 tot 12 jaar.
Een handige gids voor de drie niveaus van lezen: letterlijk, inferentieel en evaluerend .
Voor diverse tekstvormen en leesdoelen zijn er verschillende leesstrategieën.
Tegen de tijd dat veel kinderen naar de eerste klas gaan (meestal tussen de 6 en 7 jaar), kunnen ze de tekst op de pagina 'ontcijferen'. Kinderen in het middenstadium van het lezen kunnen letters koppelen aan klanken en gesproken woorden verbinden met hun geschreven equivalenten.
B1 staat meestal voor 'duidelijke taal'. Je kunt het ook 'heldere taal' noemen, 'klare taal', 'eenvoudig Nederlands', 'eenvoudige taal', 'direct duidelijke taal' of 'jip-en-janneketaal'.
De oplossing voor een hoge score is het inkorten van zinnen en het verminderen van de woordcomplexiteit . Dit kan bijvoorbeeld door zinsdelen te schrappen of te verplaatsen, passieve werkwoorden minder vaak te gebruiken en jargon of ingewikkelde woorden te vermijden.
Er bestaat geen verplichte leeslijst. Leerlingen zijn vrij in hun boekkeuze, als die boekkeuzes aan bepaalde criteria voldoen. Zo moeten de gelezen boeken oorspronkelijk in het Nederlands geschreven zijn, ze moeten tot de literatuur behoren en nog een paar andere dingen die niet al te veel voorstellen.
Je kind leert 'leesstrategieën' om teksten steeds beter en dieper te doorgronden en leert het verschil tussen bijvoorbeeld een zakelijke tekst en een verhalende tekst. Ook is er veel aandacht voor woordenschat. Je zult thuis ook merken dat je kind steeds moeilijker woorden begint te gebruiken.
Technisch lezen
In groep 4 verbeteren kinderen hun technische leesvaardigheid (verklanken van woorden en zinnen). Halverwege groep 4 heeft een leerling gemiddeld AVI-niveau M4 en aan het einde van groep 4 AVI-niveau E4.