Het dubbele van een straal (radius) is de diameter (middellijn) van een cirkel. KU Leuven +1
De diameter van een cirkel is precies tweemaal de straal.
De diameter van een cirkel is het dubbel van de straal. De raaklijn aan een cirkel staat loodrecht op de straal naar het raakpunt.
Elk punt op een cirkel ligt even ver van het middelpunt, dus alle stralen in een cirkel zijn gelijk. Bijvoorbeeld: als de straal van een cirkel 5 cm is, dan ligt elk punt op de cirkel precies 5 cm van het middelpunt. De diameter van een cirkel is tweemaal de straal .
Een diameter is gewoon straal x 2 (twee stralen).
De diameter van een cirkel is de afstand van de ene zijde van de cirkel naar de andere, oftewel tweemaal de straal. De relatie tussen de straal en de diameter van een cirkel is dus dat de diameter tweemaal de straal is.
De diameter is gelijk aan twee keer de straal (2r), dus kan de formule voor de omtrek geschreven worden als omtrek cirkel = 2πr.
De diameter van een cirkel is de lengte van de lijn die vanuit een punt op de cirkel naar een ander punt loopt en door het middelpunt van de cirkel gaat. De diameter is gelijk aan tweemaal de straal van de cirkel. Deze wordt meestal aangeduid met 'd' of 'D'. Diameter = 2 x Straal.
Een straal gaat vanaf het middelpunt naar een willekeurig punt in de cirkel. De straal bereken doe je zo: diameter : 2 = straal. De straal gebruiken we bij het berekenen van de oppervlakte van de cirkel. Hiervoor gebruiken we de som Straal² x π = oppervlakte.
Een cirkel is een vorm die bestaat uit alle punten in een vlak die zich op een bepaalde afstand van een gegeven punt, het middelpunt, bevinden . De afstand tussen een willekeurig punt op de cirkel en het middelpunt wordt de straal genoemd. De lengte van een lijnstuk dat twee punten op de cirkel verbindt en door het middelpunt loopt, wordt de diameter genoemd.
Uitleg: In een cirkel is de diameter de langste afstand over de cirkel, door het middelpunt. De straal is de afstand van het middelpunt van de cirkel tot een willekeurig punt op de rand. Per definitie is de diameter altijd tweemaal de straal .
De straal is de helft van de diameter. De omtrek O van een cirkel is alleen afhankelijk van de straal: O=2*pi*r Daarin is pi de wiskundige constante pi. Ook voor andere krommen is het begrip straal gedefinieerd, zij het dat door de variërende kromming de straal van punt tot punt kan verschillen.
Het teken 'Ø' (of soms '⌀') staat in wiskunde, techniek en bouw voor diameter; het geeft de doorsnede van een rond object aan, zoals bij '⌀50mm', en wordt uitgesproken als 'rond'. Het teken is afkomstig uit de Scandinavische talen, waar het ook een letter is, en kan in software worden getypt via sneltoetsen of invoegmenu's.
De diameter is de “middellijn” van een cirkel. De middellijn is een lijn die van de ene kant naar de andere kant van de cirkel gaat, door het middelpunt van de cirkel. De straal is de helft van de diameter, dus de afstand tussen het middelpunt en de buitenkant van de cirkel.
Op technische tekeningen wordt de diameter vaak aangegeven met een ⌀, die als "rond" wordt uitgesproken.
Een anagram, ook wel letterkeer genoemd, is een woord of zin, gevormd uit de letters van een ander woord of een andere zin maar in een andere volgorde. Van het woord 'velen', kan bijvoorbeeld ook 'leven', 'elven' of 'nevel' worden gemaakt. Anagrammen worden ook vaak gebruikt als pseudoniem.
De radius van een cilindervorm wordt ook wel straal genoemd. De radius is de gemeten afstand van een willekeurig punt op de rand van een cirkel (of bol, of cilinder) tot aan het middelpunt. Aangezien een diameter de afstand is tussen twee uiterste punten in een cirkel, is de radius dus de helft van een diameter.
De belangrijkste formules voor een cirkel zijn de formule voor de omtrek (O=2πrcap O equals 2 pi rð=2ðð of O=πdcap O equals pi dð=ðð) en de formule voor de oppervlakte (A=πr2cap A equals pi r squaredð´=ðð2), waarbij rrð de straal is en ddð de diameter (d=2rd equals 2 rð=2ð). De algemene cirkelvergelijking in een assenstelsel is (x−a)2+(y−b)2=r2open paren x minus a close paren squared plus open paren y minus b close paren squared equals r squared(ð¥−ð)2+(ð¦−ð)2=ð2, met (a,b)open paren a comma b close paren(ð,ð) als middelpunt en rrð als straal.
De straal is de helft van de diameter (de halve doorsnede). Je hebt twee manieren om de omtrek te berekenen: De omtrek van een cirkel is π * de diameter. De omtrek van een cirkel is 2 * de straal * π.
De straal van een cirkel wordt ook wel aangegeven met een kleiner letter r, van het Latijnse woord voor straal: radius.
de straal altijd de helft van de lengte van de diameter. Als de diameter bijvoorbeeld 4 cm is, is de straal 4 cm ÷ 2 = 2 cm.
Diameter heet in het Nederlands ook middellijn, een oorspronkelijk Nederlands woord bedacht door Simon Stevin. De middellijn van een cirkel is zowel een lijn (een koorde die het middelpunt van de cirkel snijdt) als de lengte van die lijn. De diameter is gelijk aan 2 × de straal.
Het getal π, soms geschreven als pi, is een wiskundige constante, met in decimale notatie de getalswaarde 3,141 592 653... Het getal is de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel. Het getal π komt voor in veel verschillende formules binnen de wiskunde en natuurkunde.
Bereken de omtrek van een rechthoek
Meet de breedte. Omtrek = twee keer lengte plus twee keer breedte. Voorbeeld: de omtrek van een grasveld van 12 m lang en 5 m breed = (2x12 + 2x5) = 34 m.