Dat is slechts de helft van de middellijn van de maan. Er zijn echter ook sterren die weer veel kleiner zijn dan dwergsterren. Dat zijn bij voorbeeld neutronensterren. Deze hebben een middellijn van slechts 20 kilometer.
De diameter van sterren kent een nog grotere variatie dan de massa. Zo hebben de kleinste hoofdreekssterren een diameter ongeveer gelijk aan die van Jupiter (143.000 km), terwijl de grootste diameters van sterren miljarden kilometers kunnen bedragen, zoals bij de zogeheten rode hyperreuzen.
Ruwweg is de diameter van de maan liefst 1/4 van de diameter van de aarde. Het baanvlak van de maan maakt een hoek van ongeveer 5° met het eclipticavlak. Dit is merkwaardig, omdat de meeste manen ongeveer in het evenaarsvlak van hun moederplaneet draaien.
De maan is veel kleiner dan de aarde; de middellijn bedraagt 3476 kilometer (de middellijn van de aarde is 12.756 kilometer, ruim drieënhalf keer zo groot!). De maan is ook het enige hemellichaam dat een baan om de aarde beschrijft.
Een grote ster in het heelal is Eta Carinae. De ster is 7.500 lichtjaar verwijderd van de zon en weegt honderd zonnemassa's (oftewel: de ster is honderd keer zo zwaar als de zon). Eta Carinae is zo groot, dat de ster jaarlijks 500 keer de massa van de aarde aan materie verliest.
De gigant heeft de bijnaam Hyperion gekregen, naar een Titaan uit de Griekse mythologie. Hyperion is het grootste object dat we tot nu toe in het vroege heelal hebben waargenomen.
De verste ster ooit is ontdekt in 2018. Deze ster staat op 9 miljard lichtjaar van de aarde! Een lichtjaar is gelijk aan 9,46 biljoen kilometer, dus deze ster staat 9 miljard keer 9,46 biljoen kilometer van onze aarde. De ster heeft de wetenschappelijke naam MACS J1149 LS1.
Op de maan is het altijd heel erg koud
De maan heeft geen atmosfeer en daarmee ook geen bescherming tegen de straling van de zon. In het zonlicht is het er 120°C boven nul. Zonder atmosfeer kan er op de maan ook geen warmte worden vastgehouden. Aan de nachtzijde is het dan ook meteen ijskoud, 170°C onder nul.
De maan cirkelt om de aarde en de hoge waterstand volgt de beweging van de maan. Als de maan er niet zou zijn, zouden de getijden niet helemaal verdwijnen – omdat de zon ook getijden veroorzaakt – wel zijn de getijden zonder inbreng van de maan tot wel 75 procent minder sterk. De getijden worden dus zwakker.
Jupiter - niet alleen de meest massieve en de grootste planeet van ons zonnestelsel, maar ook de meest heldere aan de hemel. Samen met Uranus, Neptunus en Saturnus wordt hij beschouwd als de reus.
Waterstof, ammonia en methaan bijvoorbeeld, die gebruikt kunnen worden als brandstof. Er werd ook koolstofmonoxide en koolstofdioxide aangetroffen. Bovendien troffen de onderzoekers een aantal metalen aan in de pluim: natrium, zilver en kwik. De vulling van de maankraters is waarschijnlijk niet op de maan ontstaan.
Na de vernietiging van de maan krijgt onze aarde een prachtige ring. Deze formatie duurt echter niet lang en dan beginnen de aardbewoners met moeilijkheden. Deze hele stapel puin zal op de aarde vallen en lijkt op een asteroïde aanval. Steden zullen worden vernietigd, veel mensen zullen sterven.
De Maan komt op om 04:03 uur, in het oostnoordoosten, bij een azimut van 61.4°. Hij gaat om 19:19 uur onder, in het westnoordwesten, bij een azimut van 293.4°. Zie ook: Hoe laat komt de Maan op? De Maan staat om 11:50 uur in het hoogste punt aan de hemel, op een hoogte van 53.6° boven de zuidelijke horizon.
Het einde van de zon
Dat gebeurt over ongeveer 5 miljard jaar, als de zon is opgebrand. Een ster die geen waterstof en helium meer heeft om aan fusie-energie te komen zal in intensiteit afnemen maar heel erg opzwellen. De zon zal naar schatting zo groot opgeblazen worden dat de aarde erdoor wordt verzwolgen.
Een lichtjaar is de afstand die licht in een jaar kan reizen - dat is ongeveer 9 460 000 000 000 kilometer! Licht heeft ongeveer 4,2 jaar nodig om de afstand naar de dichtstbijzijnde ster buiten ons zonnestelsel te overbruggen, daarom zeggen sterrenkundigen dat Proxima Centauri 4,2 lichtjaren van ons is verwijderd.
De afstand tussen de aarde en de maan is ongeveer 1,28 lichtseconde. Het licht doet er 8 minuten en 21 seconden over om van de zon naar de aarde te reizen (een afstand van 1,58 × 10-5lichtjaar). De dichtstbijzijnde ster na onze zon, Proxima Centauri, is 4,24 lichtjaar van ons verwijderd.
De planeet in ons zonnestelsel die het verst weg staat is Neptunus. Als je vanaf de zon reist duurt het heel lang voordat je er bent. Je komt dan eerst langs de zeven andere planeten in ons zonnestelsel. Neptunus is wel 57 keer zo groot als de aarde.
Vanaf de maan zie je in ieder geval helemaal niets. Althans, je ziet de aarde prachtig, maar geen enkel menselijk bouwwerk dat erop staat. De astronaut Alan Bean wandelde eind 1969 over de maan en zag de aarde als een voornamelijk witte bol, afgewisseld met wat blauw en geel. En af en toe zie je wat groene vegetatie.
Een maanwandeling maken kan daarom niet zomaar. Je kunt er alleen rondlopen als je een speciaal pak draagt, dat je beschermt tegen de kou, hitte en de UV-straling. Op de Maan en in de ruimte is geen lucht. Om op de Maan te kunnen lopen, heb je je eigen voorraad lucht nodig.
De maan draait constant om ons heen. Zonder de zwaartekracht van de aarde, zou de maan weg zweven, de ruimte in. Door de combinatie van snelheid en afstand tot de aarde blijft de maan altijd in evenwicht tussen vallen en ontsnappen.
Een reis naar onze ruimtebuur de Maan duurt drie dagen als we traditionele chemische raketten gebruiken. Mars, de planetoïden en de buitenste planeten staan maanden of zelfs jaren ver weg.
Voor verreweg de meeste sterren die we 's nachts aan de hemel zien, maakt het nauwelijks verschil: die zien er nu hetzelfde uit als een paar honderd of een paar duizend jaar geleden. Maar in principe is het dus heel goed mogelijk om sterren te zien die niet meer bestaan.
De ster die (agezien van de zon) het dichtst bij de aarde staat, bevindt zich op een afstand van 4,2 lichtjaar.
De aarde bevindt zich op ongeveer 150.000.000 km van de zon. De dichtstbijzijnde ster staat op een afstand van ongeveer 4 lichtjaar, dat is een slordige 40.000.000.000.000 km. Veel nulletjes... het gaat dus over veertigduizend miljard km.