Voor paarden zijn de volgende soorten ruwvoer geschikt, gras, hooi, voordroogkuil, stro, luzerne en eventueel takjes en blaadjes.
Hooi geoogst van relatief jong voorjaarsgras heeft vaak een hoger eiwitgehalte en voelt zacht aan. Dit is erg geschikt voor jonge veulens, hoogdrachtige merries en oudere paarden die moeite hebben met kauwen. Grofstengelig hooi is in een later stadium geoogst en bevat vaak veel vezels, maar minder voedingsstoffen.
Extra krachtvoer kan het paard dikker maken, andere dikmakers zijn haver, geplette gerst, maismeel, geweekte bietenpulp en olie. Maar ook hier is vooral de hoeveelheid en de kwaliteit van het ruwvoer zeer belangrijk.
Hoe fijner het hooi, hoe hoger de voedingswaarde. Hooi dat zacht is, geeft minder stimulatie van de darmwand. Iets droger, meer stengelig hooi bevat meer vezels en bevorderd de darmgezondheid. Ouder, zeer grof hooi is laag in voedingsstoffen en is moeilijk te verteren door het paard.
Ruwvoeders zijn voedermiddelen met een hoog ruwecelstofgehalte en een vezellengte die het kauwen bevordert (bij paarden tenminste twee centimeter), zoals gras, hooi, graszaadhooi ('gedorst'), kuilvoer ('voordroog'), snijmais, luzerne en stro. Veruit de meest gebruikte ruwvoersoorten voor paarden zijn hooi en kuilvoer.
Een onbeperkte hoeveelheid ruwvoer geven is niet in alle gevallen haalbaar en verstandig, onbeperkt toegang geven tot ruwvoer is wel mogelijk voor ieder paard! Hooi en voordroog (in folie verpakt) bevatten gemiddeld 10% suiker. Een paard van 500 kg kan ongeveer 15 kg hooi eten op een dag, dat betekend 1,5 kg suiker!!
Verpakt hooi daar is een fermentatie proces gaande. Fermentatie, temperatuurwisselingen zorgen vaak voor zuring en schimmelvorming in het hooi. Hoe natter het hooi verpakt wordt, hoe hoger het fermentatie proces aanwezig is in het hooi en dus hoe zuurder het hooi is.
Paarden eten het liefst zachte dingen. Hooi met fijne stengels en veel groene bladeren is het makkelijkst te kauwen. Hoewel paarden ruw hooi kunnen eten , is het beter om stengelig hooi te vermijden.
Kuil is doorgaans geen geschikt voer voor paarden, mede omdat het doorgaans ook van (wat korter) productiegras (Engels raaigras) gemaakt is met een hoger gehalte aan eiwitten en fructaan. Kuilen met een percentage droge stof tussen de 35 en 45% zorgen voor voldoende zuren en minder broei.
Een paard kan laten zien dat hij je mag door naar je toe te komen, zachtjes te knabbelen of te likken, ontspannen oren te hebben, en door je te volgen of te gehoorzamen tijdens het werken met hem.
Een andere manier om broei tegen te gaan is het hooi van plastic voorzien. Deze methode wordt gebruikt bij hooibalen. Door het plastic kan er geen zuurstof bij het hooi komen, zodat dit niet kan ontbranden.
Zouden paarden/pony zonder of vemoedelijk zonder maagzweer dan ook niet na één uur een lege maag hebben? Wel is bekend dat na vier uur zonder ruwvoer de kans op maagzweren zeer groot wordt. Daarom raden wij aan je paard/pony maximaal 2 tot 3 uur je paard zonder ruwvoer te laten staan.
Luzerne is rijk aan van nature aanwezige vitamines, mineralen en sporenelementen, maar is vooral bekend dankzij het hoge eiwitgehalte. Om deze reden voegen we luzerne vaak toe aan het rantsoen van paarden voor ondersteuning en ontwikkeling van de spieren.
Hooi is van nature arm aan calorieën en suikers en is een belangrijke bron van vezels voor paarden. Het kan daarom een belangrijk onderdeel zijn van het dieet van een paard, vooral als het gaat om het beheersen van het gewicht van het paard. Echter, als een paard te veel hooi krijgt, kan het nog steeds te zwaar worden.
Paarden hebben zeer gevoelige luchtwegen. Veel gevoeliger dan bijvoorbeeld koeien of schapen. Het paard kan dan ook slecht tegen beschimmeld hooi en is zeer gevoelig voor ziekten als COPD. Door een teveel aan schimmel en stofdeeltjes in het hooi, raakt het slijmvlies geïrriteerd en er kunnen ontstekingen ontstaan.
Groenten voor paarden: Naast fruit is groente (met mate) ook een optie. De volgende groenten kan je veilig aan je paard voeren: broccoli, boerenkool, spruitjes, spinazie, radijsjes en wortelen. Vooral wortelen zijn een gezonde aanvulling, ze bevatten erg weinig suiker, veel vocht en daarnaast ook nog bèta-caroteen.
Hooi wordt in diverse sneden geoogst. De eerste oogst van het jaar wordt de eerste snede (mei) genoemd en daarna volgen de tweede - (juni/juli) – en soms een derde snede (augustus/september). De belangrijkste factor voor de kwaliteit van het hooi is de rijpheid van het gras op het moment van oogsten.
Aangezien er van kuilgras meer gevoerd dient te worden ivm het waterpercentage wordt dit verschil grotendeels gecompenseerd. Conclusie: Uitgaande van vergelijkbare kwaliteiten is hooi beter geschikt voor paarden dan kuilgras, vanwege de constantere kwaliteit, lagere eiwitwaarde en betere verteerbaarheid.
Het hooi mag geen zichtbare schimmel bevatten en als je het hooi uit elkaar schudt dan is het niet gewenst dat er grote stofwolken uit komen. Let ook op de structuur van het hooi. Hooi met veel stengels en weinig blad bevat een lage voedingswaarde.
Wat maakt hooi goed voor paarden? Kwaliteit van het gras: Goed paardenhooi begint bij de kwaliteit van het gras waarvan het is gemaakt. Gras dat op de juiste manier is geteeld, geoogst en gedroogd, behoudt zijn voedingswaarde beter.
Echter kunnen sommige paarden de Gerstestro ook te veel gaan eten, omdat het smaakvoller is dan Tarwestro. Als bodembedekking voor de stal wordt daarom over het algemeen de voorkeur gegeven aan Tarwestro.
De gezondheidsbevorderende effecten van bietenpulp liggen met name aan het feit dat het o.a. veel pectine en hemicellulose bevat, stoffen die door het microbioom in de darm verteerd worden en omgezet worden in stoffen die door het paard kunnen worden opgenomen en zo voor goed opneembare energie zorgen, en ...