Er is sprake van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) als de leerachterstand in lezen en/of spellen erg groot is, ondanks extra instructie op school. Ook moet er in onderzoek zijn aangetoond dat er sprake is van ernstige dyslexie. Een orthopedagoog of psycholoog kan vaststellen of iemand ernstige dyslexie heeft.
Bij ernstige dyslexie kan uw kind dyslexiezorg krijgen. Dit valt onder de Jeugdwet. Gemeenten zijn daarvoor verantwoordelijk. De zorgverzekeraar heeft geen rol bij dyslexiezorg, ook niet in aanvullende verzekeringen.
Een persoon met dubbeldeficiëntie dyslexie worstelt met twee aspecten van het lezen. Deze twee aspecten omvatten vaak het benoemen van de snelheid en het identificeren van de klanken in woorden. Dit type dyslexie is een combinatie van snelle benoeming en fonologisch en is niet ongewoon; het wordt echter over het algemeen beschouwd als het meest ernstige type dyslexie.
Dyslexie is de algemene term voor ernstige lees- en/of spellingproblemen, die internationaal ook wordt gebruikt. Ernstige dyslexie (ED) is een Nederlandse term, die vooral met regelgeving voor vergoede zorg in Nederland te maken heeft (tot 1 januari 2022 werd gesproken van EED, Ernstige Enkelvoudige Dyslexie).
In Nederland is 3 tot 5 procent van de leerlingen dyslectisch, denken wetenschappers. Sommige wetenschappers zeggen dat dat percentage mogelijk nog lager ligt. De aandoening wordt vaak vastgesteld nadat kinderen in groep 3 van de basisschool zijn begonnen met lezen.
Zoals eerder benoemd is dyslexie vooral gerelateerd aan leestaken en heeft het geen bewezen invloed op intelligentie.
Er is een veelvoorkomend misverstand dat dyslexie alleen het vermogen om te lezen en schrijven beïnvloedt. In werkelijkheid kan dyslexie het geheugen, de organisatie, de tijdsregistratie, de concentratie, multitasking en communicatie beïnvloeden.
Score groter dan 60 – tekenen die passen bij matige of ernstige dyslexie Onderzoeksresultaten: iedereen die een score van meer dan 60 had, kreeg de diagnose matige of ernstige dyslexie. Daarom stellen we voor dat een score van meer dan 60 duidt op matige of ernstige dyslexie.
Er is niet één enkel "dyslexie-gen"; momenteel zijn er meer dan 40 genen gekoppeld aan dyslexie, elk waarschijnlijk met een klein effect op zichzelf. Er is in geval van dyslexie geen enkel "dominant" of "recessief" gen.
Mensen die hoogbegaafd zijn, hebben een verhoogde kans om ook dyslexie, AD(H)D, dyscalculie of autisme te hebben. Het huidige onderwijssysteem - dat lineair is ingesteld - zorgt er voor dat veel hoogbegaafde kinderen problemen hebben op school of zelfs gaan onderpresteren.
Natuurlijk is het mogelijk dat de drie theorieën voor verschillende individuen gelden. Er zouden bijvoorbeeld drie gedeeltelijk overlappende subtypen van dyslexie kunnen zijn, die elk een onafhankelijke bijdrage leveren aan leesproblemen: fonologisch, auditief/visueel en cerebellair .
Problemen met lezen en spellen zijn de primaire symptomen van dyslexie. Daarnaast hebben kinderen met dyslexie vaak moeite met begrijpend lezen, vreemde talen en het automatiseren van rekenvaardigheden. Deze laatste drie symptomen worden ook wel de secundaire symptomen van dyslexie genoemd.
Tekenen en symptomen
Bij diepe dyslexie treden er vooral semantische leesfouten of semantische paralexieën (verwisseling van letters of woorden) op bij het hardop lezen (bijvoorbeeld het geschreven woord "view" wordt hardop gelezen als "scene", het woord "bird" wordt gelezen als "canary").
Dyslectici maken meer spelfouten dan leeftijdsgenoten: 'luisterfouten', (bijv.verspeken in plaats van verspreken), 'onthoudfouten' (bijv.ou-au of ei-ij) of regelgebaseerde fouten (bijv.dt-fouten).
Er is geen bekende manier om de onderliggende hersenverschillen die dyslexie veroorzaken te corrigeren . Vroege detectie en evaluatie om specifieke behoeften en passende behandeling te bepalen, kunnen echter het succes verbeteren. In veel gevallen kan behandeling kinderen helpen om competente lezers te worden.
Leerlingen met dyslexie hebben het recht om gelijk behandeld te worden, net zoals alle andere leerlingen. Dit is geregeld in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH). Scholen zijn verplicht om aanpassingen te doen als u of uw kind hierom vragen.
Het antwoord hierop is ja. Het is opvallend dat er zo veel vragen zijn over het vaststellen van dyslexie bij hoogbegaafde kinderen. Dyslexie staat namelijk los van intelligentie en er is dus geen verschil met beneden gemiddeld of gemiddeld begaafde kinderen bij het vaststellen van dyslexie.
Zowel moeders als vaders kunnen dyslexie doorgeven aan hun kinderen als een van de ouders het heeft . Er is ongeveer 50% - 60% kans dat een kind dyslexie ontwikkelt als een van de ouders het heeft.
Dyslexie is een onzichtbare handicap, die in het onderwijs helaas nog steeds voor veel problemen zorgt. Dyslexie gaat niet over, maar speelt een rol in de hele levensloop.
Mensen met dyslexie zijn over het algemeen goed in het waarnemen van de dingen in hun omgeving, het zien van grote gehelen maar ook van details die anderen niet altijd opvallen. De meeste dyslectici denken ook op een sterk visuele (en minder talige) manier.
Bij diepe dyslexie is er sprake van een ernstige stoornis in de fonologische verwerking bij het lezen, vanwege de aard van de leesfouten en het onvermogen om non-woorden te lezen .
Dyslectische mensen moeten echter harder werken dan anderen om dagelijkse uitdagingen te overwinnen. Onze hersenen werken harder als ze al een verminderd verwerkingsvermogen hebben en dit kan ons fysiek en mentaal uitgeput achterlaten .
Van dyslexie en dyscalculie heb je je hele leven last, ook op volwassen leeftijd. Wel zijn er manieren waarop je kunt zorgen dat je er minder last van hebt. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een baan waarbij je niet veel hoeft te lezen, schrijven of rekenen.
Beelddenken, een voorkeur voor de meeste dyslectici, gaat over mentale verbeelding. Het is denken met een van de zintuigen (geluid, geur, smaak, gevoel, visueel) in onze verbeelding .