Bij de meeste patiënten met blaaskanker is de tumor oppervlakkig en kan met één ingreep, zoals hierboven beschreven, alles verwijderd worden. Wel is er vaak nog een aanvullende behandeling nodig in de vorm van blaasspoelingen met een medicijn. Door die spoelingen wordt de kans dat de tumor terugkomt kleiner.
Blaaskanker is een ziekte die zeker behandeld moet worden. De kans op genezing na de behandeling – dit noemen we de prognose - hangt sterk af van het stadium van de ziekte. Niet-spier-ingroeiende blaaskanker kunnen we lokaal behandelen zonder dat de blaas moet worden verwijderd.
Blaaskanker: levensverwachting hangt af van stadium
Maar ook of er sprake is van een oppervlakkige blaaskanker of een spier-invasieve tumor. Bij een oppervlakkige blaaskanker leeft meer dan 90 procent van de patiënten nog na 5 jaar. Bij patiënten met een spier-invasieve tumor is dat 37 procent.
Uitwendige bestraling kan: pijn door de blaaskanker verminderen. pijn van uitzaaiingen verminderen. Blaaskanker zaait meestal uit naar de lymfeklieren, longen, lever en botten.
Tumoren van de blaas kunnen goedaardig zijn, maar zijn meestal kwaadaardig.
Een type dunne, stijve cystoscoop, een resectoscoop genaamd, wordt via uw urethra in uw blaas gebracht. De resectoscoop heeft een kleine telescoop waar de arts doorheen kan kijken en een draadlus aan het uiteinde die wordt gebruikt om afwijkend weefsel of tumoren te verwijderen. Het verwijderde weefsel wordt naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek.
Als er sprake is van een blaastumor dan moet de tumor worden verwijderd met een operatie via de plasbuis (TURT). Aan de hand van de uitslag van weefselonderzoek na deze operatie kan bepaald worden of het om een agressieve tumor gaat en hoe diep de tumor in de wand groeit.
Als de urineblaas is verwijderd, moet uw urine het lichaam op een andere manier verlaten. Dit kan door een urinestoma te maken van een stukje dunne darm. De stoma kan geen urine bewaren, waardoor de urine er vanzelf uitloopt en in een zakje wordt opgevangen.
Overleving neemt toe
De overleving hangt sterk af van de tumorgraad. Van de patiënten met een laaggradig glioom is 70-85% na twee jaar nog in leven, terwijl dit percentage onder patiënten met een hooggradige tumor 28-52% bedraagt. De 2-jaarsoverleving van patiënten met een glioblastoom ligt net onder de 10%.
Door de behandeling kunnen blaasproblemen ontstaan door beschadiging of irritatie van de blaaswand. Door beschadiging van de blaaswand kunnen er meer bacteriën in de blaas voorkomen die gaan ontsteken, met een blaasontsteking tot gevolg. U kunt de volgende klachten krijgen: (brandende) pijn bij het plassen.
Klachten en symptomen blaaskanker
Niet-spierinvasieve blaastumoren veroorzaken geen pijn in de blaasstreek, en leiden zelden tot urinewegklachten. Als wel klachten worden ervaren, dan betreft het vaak: Bloed in de urine (voor zowel mannen als vrouwen de meest voorkomende klacht) Irritatie tijdens het plassen.
Leven zonder blaas
De arts kan tijdens de operatie een urinestoma aanleggen: een opvangzakje voor urine buiten je lichaam. Je plakt het zakje aan je been en moet het regelmatig legen. Of je krijgt een nieuwe blaas: een neoblaas. Lees verder over een urinestoma of over een neoblaas.
Meestal is blaaskanker 'oppervlakkig'. Dat betekent dat de tumor in het slijmvlies van de blaas zit, maar niet is doorgegroeid in de spierwand van de blaas. We noemen dit niet-spierinvasieve blaaskanker. Als een blaastumor wél is doorgegroeid in de spierwand van de blaas noemen we dit spierinvasieve blaaskanker.
De 10-jaarsoverleving is 46%. Mensen met oppervlakkige blaaskanker hebben meestal meer kans op genezing dan mensen met een spierinvasieve blaaskanker.
Blaaskanker is al meer dan tien jaar een belangrijk aandachtsgebied van het UMC Utrecht. We werken samen in Oncomid, een netwerk van ziekenhuizen voor diagnostiek en behandeling volgens de nieuwste inzichten. Doordat we veel onderzoek doen, kunnen we de behandeling van blaaskanker steeds verder verbeteren.
Een niet-spierinvasieve, maar agressieve tumor, kan na verloop van tijd doorgroeien in de blaasspier. Bij 50 tot 70% van de patiënten met een niet-spierinvasief blaascarcinoom komt de tumor terug na behandeling. De kans op terugkeer is het grootst in de hoog-risicogroep.
Het aantal patiënten dat overlijdt aan alvleesklierkanker is groot en overtreft naar verwachting over ruim tien jaar de sterfte aan darmkanker of borstkanker. Dat blijkt uit gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie.
Uitbehandeld zijn wil dus eigenlijk zeggen dat er geen curatieve behandeling (een behandeling die gericht is op genezing) meer mogelijk is. Uitbehandeld zijn, wil dus niet per sé zeggen dat je snel komt te overlijden. Met een ongeneeslijke ziekte kun je nog lang leven, dat hangt erg af van je persoonlijke situatie.
Vijf jaar na de diagnose zijn ongeveer nog 13 van de 100 mensen met uitgezaaide blaaskanker in leven. Bekijk de overlevingscijfers voor blaaskanker.
De blaasverwijdering en het maken van een nieuwe urine-afvoer duren samen 4-6 uur. Hoe lang de operatie precies duurt hangt af van uw situatie en het soort operatie. U blijft 10-14 dagen in het ziekenhuis.
De volgende factoren verhogen het risico op terugkeer in de urineleiders: eerdere niet-spierinvasieve blaaskanker. meerdere blaastumoren. een tumor dichtbij het de uitmonding van de urineleiders in de blaas.
Urineretentie: alles over de behandeling en de symptomen. Het niet spontaan kunnen plassen bij een volle blaas of wanneer je niet in staat bent om je blaas helemaal te legen, wordt urineretentie genoemd. Urineretentie kan plots optreden, dit heet acute urineretentie of zich langzaam ontwikkelen (een chronische vorm).
Specifieke leefregels
Na twee weken mag u weer fietsen. De eerste twee weken mag u geen zware arbeid doen; til niet zwaarder dan vijf kilo en niet persen. Uw urine kan tot ongeveer zes weken na de operatie af en toe wat bloederig zijn. Dit komt omdat de korstjes op het wondgebied in de blaas loslaten.
Bij operaties van 2 uur of langer krijgt u altijd een katheter, omdat iemand onder narcose of een ruggenprik niet kan plassen. Een katheter voorkomt dan dat de blaas te vol wordt.
Als uw blaas is weggehaald, krijgt u een andere urineopslag. Dit is een uitwendig stoma, inwendig stoma of nieuwe blaas. Deze worden allemaal gemaakt van een deel van uw darmen. De uroloog helpt u kiezen.